Onderwijskansen Voor- en vroegschoolse educatie Voortijdig schoolverlaten Schoolloopbaan Nederlandse taal Onderwijsachterstanden

StartpaginaContactWegwijzerVergroten
Hier vindt u: Nieuws, Wet- en regelgeving, Beleid, Dossiers, Uitleg Actoren Hier vindt u: Het Forum, Vragen, Oproepen, Agenda, Stellingen Hier vindt u: Wat is nieuw? Uitgebreid zoeken, Bibliotheek, Instrumenten, Archief, Persoonlijke mail Meer informatie over/voor alle actoren: Gemeente, Schoolbestuur, Scholen, Instellingen, Gerangschikt per gemeente
Start > Zij doen 't > Uw gemeente > Delft

Download


Peuters leren taal vooral van elkaar
Peuterspeelzaal het Muizenhuis in Delft

Positieve geluiden uit de gemeente Delft over de voorschool. Leidster Koopmans ziet haar achterstandspeuters snel nieuwe woordjes oppikken. En de Cito-toets voor peuters? Daar kunnen ze na de eerste aarzelingen in Delft prima mee leven.

Beer is jarig. Dat zien de peuters van peuterspeelzaal het Muizenhuis in Delft zo. Hij draagt een feesthoed en op de taart branden drie kaarsjes. “Hoeveel berenvriendjes zijn er op bezoek,” wil peuterleidster Jacqueline Koopmans weten. “Eén, twee, drie, vier, vijf, zes, zéven!”, scanderen de peuters.

In het thema ‘Beer is jarig’ van Piramide, één van de educatieve programma’s voor de voorschool, staat het tellen centraal en daarnaast de basisbegrippen: beer, jarig, feest, genoeg, vriendjes en iedereen. Het is een feestelijk programma waar de kinderen moeiteloos in opgaan. Alleen als er een échte jarige uit groep 1 de leidsters op soesjes komt trakteren, wordt de aandacht even afgeleid.
Al voordat de rijksoverheid in 2001 subsidie verstrekte voor de voor- en vroegschoolse educatie (VVE) in middelgrote gemeenten ontwikkelde de gemeente Delft een eigen beleid om taal- en ontwikkelingsachterstanden bij jonge kinderen tegen te gaan. “Door de financiële impuls van het rijk, zijn we nu verder dan dat we ooit durfden hopen,” zegt Elly Mulder, senior beleidsmedewerker onderwijskansenbeleid van de gemeente Delft. Verspreid over de stad zijn er nu zes voorscholen, waarin peuterspeelzaal en basisschool samenwerken. De populatie varieert van overwegend wit tot vrijwel compleet allochtoon.

In totaal zitten er 850 Delftse kinderen op de voorschool, waarvan 222 op de peuterspeelzaal. De rest zit in groep 1 en 2 van het basisonderwijs. Van deze 222 peuters heeft zeventig procent een gewicht: 0,25 of 0,9.

Met haar VVE-programma bereikt Delft dertig procent van alle doelgroeppeuters in haar gemeente en vijftig procent van alle doelgroepleerlingen in groep 1 en 2.
Voor deze leerlingen ontvangt de gemeente 680 duizend euro, wat neerkomt op 800 euro per gewichtenleerling. Voor dat geld mochten de peuterspeelzalen een tweede leidster aanstellen, werden alle leidsters en leerkrachten van groep 1 en 2 geschoold in een van de drie educatieve methoden waaruit Delft de voorscholen liet kiezen: Piramide, Basisgoed en Kaleidoscoop, en werden de peuterspeelzalen via internet aangesloten op de buitenwereld. Testuitslagen en gegevens van het leerlingvolgsysteem kunnen nu tussen onderwijspartners, maar ook met de gemeente worden uitgewisseld.

Om ouders uit de doelgroep te stimuleren hun kind vaker naar de voorschool te brengen, introduceerde de gemeente het begrip vier halen twee betalen: zij mogen hun kinderen gratis twee extra dagdelen brengen.
En met succes. Het Muizenhuis moet zijn capaciteit uitbreiden. Naast de vijf ochtenden is de peuterspeelzaal straks ook twee middagen geopend. Koopmans: “Zo sluiten we tenminste niemand uit en trekken we de doelgroep niet voor. Het liefst houden we de populatie fiftyfifty. Kinderen leren taal vooral ook van elkaar.”

Mede naar aanleiding van Kamervragen van de SP-fractie aan minister Van der Hoeven wordt er in de Delftse politiek volop gediscussieerd over de voorschool. De SP stelde dat de voorschool etnische segregatie eerder bevordert dan tegengaat, onder meer omdat de voorschool vaak gekoppeld wordt aan zwarte basisscholen, die door hoogopgeleide ouders, zowel wit als zwart, worden gemeden. Delft nam de discussie mee bij haar ‘herziening van het peuterspeelzalenbeleid’. De politiek besloot dat er gestreefd moet worden naar gemengde groepen. Maar de demografische samenstelling van de wijk is bepalend. Mengen: ja, maar niet koste wat het kost.

“Voor het Muizenhuis speelt segregatie nauwelijks een rol,” zegt Koopmans. “We zitten midden in een witte arbeiderswijk en onze achterstandsdoelgroep bestaat voornamelijk uit 0,25-leerlingen. De Cornelis Musius basisschool, waarmee wij onder één dak zitten, heeft zich echt hard moeten maken om de status van voorschool te bemachtigen. Wij vinden dat onze peuters de extra taalimpuls goed kunnen gebruiken.”

Het huidige weeginstrument zegt volgens Koopmans bitter weinig over de taal- en ontwikkelingsachterstand van een kind. “We hebben hier een Pools jongetje. Zijn ouders zijn beiden academisch geschoold. Thuis wordt het opgevoed door een Poolse nanny. Toen de jongen op het Muizenhuis kwam, sprak hij geen woord Nederlands. Toch krijgt dit kind geen extra gewicht. Hetzelfde geldt voor een Turks meisje met ouders op MAVO-niveau. Tegelijkertijd doet een aantal 0,25-leerlingen het uitstekend. Op basis van de uitslag van de Cito-toets die standaard bij het Piramideprogramma hoort en ons eigen inzicht zetten we nu onze extra aandacht en middelen in: namelijk daar waar nodig is!”

En dan de hamvraag: levert de voorschool wat op? Koopmans heeft de stellige overtuiging van wel. “Door de gestructureerde aanpak van Piramide bouwen kinderen snel hun woordenschat op,” zo bemerkte zij. “Als leidster gebruik je zoveel woorden op een dag. Voor niet-Nederlandstalige kinderen is dat een chaos. Door te werken met een thema, zoals ‘Beer is jarig’ weten alle kinderen de context van die dag. Als ik nu vraag: wie is er jarig, roepen álle kinderen: beer!”
“In het programma zit steeds dezelfde structuur. Om tien uur gaan we met de hele groep aan tafel en bieden we het centrale programmaonderdeel aan. Als ze daarna in de hoeken gaan spelen, staan er bijvoorbeeld in de poppenhoek ook speeltaartjes die ze kunnen aansnijden. Het oefenen van de woorden gaat spelenderwijs door. Ouders vertellen dat ze thuis ook constant met feest bezig zijn.”
“De centrale woordenschat wordt steeds herhaald, telkens verpakt in een nieuw jasje: een kringgesprek, een verhaal of een spelletje.”

Elke twee à drie weken komt er een nieuw thema. Dat geldt voor de hele voorschool. Zijn de peuters bezig met ‘Beer is jarig’, dan draait in de kleutergroepen ‘Piratenfeest’.
Koopmans: “Doordat het programma in de hele voorschool synchroon loopt, kun je als leidsters en leerkrachten bij elkaar te rade gaan en het geeft de kinderen houvast. Als ze naar de basisschool gaan zijn de thema’s, de werkwijze en de materialen al vertrouwd. Dat geeft een gevoel van veiligheid.”

Groot voordeel van de voorschool is ook de tweede leidster. “Een heerlijke luxe,” vindt Koopmans, want op de traditionele peutergroep sta je met één leidster op achttien kinderen. De tweede leidster kan als tutor de peuters die het nodig hebben extra aandacht geven en natuurlijk de Cito-toets afnemen.
“Alle voorscholen zijn bij ons verplicht om te toetsen en te observeren,” vertelt Mulder. “Dat is ook een voorwaarde om straks uitspraken te kunnen doen over de resultaten van de voorschool en of de leerlingen hun achterstand daadwerkelijk hebben ingelopen. In het begin wekte de toets, en het werken met gerichte programma’s voor peuters, veel weerstand. Daar is een kentering in gekomen nu leidsters zien dat ook in deze programma’s recht wordt gedaan aan de speelsheid en eigenheid van deze groep.”
“Van die toets was ik in het begin beslist geen voorstander,” vertelt Koopmans. “Het zijn nog zulke jonge kinderen, moeten we die nu al in vakjes stoppen? Maar in praktijk valt het allemaal reuze mee. Zeker als je het voor de kinderen als spelletje presenteert. Ze vinden het heerlijk dat ze apart iets met de juf mogen doen en alle aandacht krijgen. De opzet is speels: drie tekeningen van een toren: welke is de hoogste? Wat is het dikste popje en op welk plaatje zie je vier kabouters? De meeste peuters willen het liefst gelijk nog een keer.”

De toets levert onverwacht meer gegevens op. Het haantje de voorste blijkt buiten de groep een stuk slechter te presteren. Kennelijk echode hij voorgezegde antwoorden als eerste na. En die stille peuter blijkt over een prima woordenschat te beschikken.
In het Piramideprogramma zijn er op de peuterspeelzaal twee toetsmomenten: in januari en in juni. Ook in de kleuterafdeling wordt de Cito-toets in Delft al standaard gebruikt. Koopmans snapt de discussie die opnieuw losbarst nu minister Van der Hoeven de kleutertoets daadwerkelijk wil gaan invoeren. Zij is om. Ook zonder verplichting zou zij hem gebruiken.

Maaike Miedema, In: Schoolbestuur
06-08-2003

Download: Het artikel (35 kB)

Printversie