Onderwijskansen Voor- en vroegschoolse educatie Voortijdig schoolverlaten Schoolloopbaan Nederlandse taal Onderwijsachterstanden

StartpaginaContactWegwijzerVergroten
Hier vindt u: Nieuws, Wet- en regelgeving, Beleid, Dossiers, Uitleg Actoren Hier vindt u: Het Forum, Vragen, Oproepen, Agenda, Stellingen Hier vindt u: Wat is nieuw? Uitgebreid zoeken, Bibliotheek, Instrumenten, Archief, Persoonlijke mail Meer informatie over/voor alle actoren: Gemeente, Schoolbestuur, Scholen, Instellingen, Gerangschikt per gemeente
Start > Zij doen 't > Uw gemeente > Enschede

Download



Stand van zaken

Selectie

OK-plan vertaald

Nieuwe kansen

Volgende fase

Aan de slag met Onderwijskansen in Enschede
Tineke Döppen en Gerrit Dogger aan het woord over het Onderwijskansenplan en de stand van zaken in Enschede op 21 mei 2001

Hoe is het traject tot nu toe verlopen?
In juni 2000 presenteerde het Ministerie van OCenW de nota ‘Aan de slag met onderwijskansen’. Gerrit Dogger vertelt: ‘In eerste instantie waren wij als Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling van de gemeente Enschede vrij afwachtend. Er waren andere beleidsontwikkelingen, zoals de voor- en vroegschoolse educatie, en de nazorg van de ramp die onze aandacht vroegen. Wel hebben wij de landelijke ontwikkelingen op de voet gevolgd en de schoolbesturen, scholen en andere betrokkenen regelmatig geïnformeerd over deze nieuwe beleidsimpuls. In Enschede is het Onderwijskansentraject pas vanaf begin maart 2001 echt van start gegaan. Tineke Döppen is eind februari 2001 voor de functie van projectleider Onderwijskansen benaderd’.‘Het tijdpad dat in het convenant tussen het Rijk en de G21/100.000+ gemeenten is afgesproken, geeft aan dat er heel veel gerealiseerd moet worden in een korte tijdsperiode’, vertelt Tineke Döppen. ‘De geselecteerde scholen zijn op 11 april bekend gemaakt aan het Ministerie. Het lokale plan van aanpak moet gereed zijn op 1 juli 2001. De schoolontwikkelingsplannen van de geselecteerde scholen moeten op 1 oktober ingediend zijn bij het Ministerie’. ‘Wij hebben de afgelopen maanden dan ook veel werk verzet’, vult Gerrit Dogger aan. Hierbij merkt Tineke Döppen op dat de tijdsperiode waarin de G21/100.000+ gemeenten moeten starten met Onderwijskansen niet erg gunstig is. De scholen hebben het in deze periode voor de zomervakantie altijd ontzettend druk. We doen ons best om het traject zo voorspoedig mogelijk te laten verlopen, maar wij willen dat ook in goed overleg en in overeenstemming met de scholen doen’.

De selectieprocedure
In de gemeente Enschede zijn 22 (locaties) van basisscholen die voldoen aan het criterium ‘meer dan 50% gewichtenleerlingen’. Van de scholen voor voortgezet onderwijs in Enschede telt 1 vestiging meer dan 40% cumi-leerlingen. Daarnaast tellen twee VMBO-vestigingen cumi-leerlingen van 28, resp. 26%. Het aandeel autochtone achterstandsleerlingen op deze locaties (d.w.z. de leerlingen die in het basisonderwijs een leerlinggewicht van 1,25 kregen) is zo groot dat het percentage achterstandsleerlingen op deze locaties de 40% ruim overschrijdt.‘Allereerst hebben wij de besturen verzocht om uit hun groep kandidaat-scholen een voordracht te doen van die scholen die zij in aanmerking willen laten komen voor het actieprogramma Onderwijskansen’, vertelt Gerrit Dogger.

Aan de besturen is gevraagd de voordracht zoveel en zo goed mogelijk te onderbouwen met:

  • gegevens uit inspectierapporten;
  • gegevens over de CITO-eindtoets van de laatste jaren (basisonderwijs);
  • gegevens over uitstroom naar het speciaal onderwijs van de laatste jaren (basisonderwijs);
  • gegevens over de doorstroming naar het voortgezet onderwijs van de laatste jaren (basisonderwijs);
  • gegevens over de examenresultaten van de laatste jaren (voortgezet onderwijs);
  • gegevens over doorstroming van de laatste jaren (voortgezet onderwijs);
  • gegevens over uitval en voortijdig schoolverlaten van de laatste jaren (voortgezet onderwijs);
  • gegevens uit een mogelijk zelf al uitgevoerde (recente) schooldiagnose of sterkte-zwakte analyse;
  • een schets van omgevingsfactoren van de school;
  • alle andere gegevens die men zelf in dit verband relevant acht.

De Inspectie heeft (aanvullende) informatie over alle 22 scholen verstrekt die van belang is in het kader van de selectie. De inspectierapporten die op dat moment beschikbaar waren, zijn eveneens aan de orde geweest.
In totaal zijn door de schoolbesturen 12 basisscholen en 2 VMBO-scholen/locaties voorgedragen voor aanmelding als onderwijskansenschool.

Op basis van de informatie van de Inspectie en de ingediende voordrachten heeft de gemeente een selectievoorstel voor in totaal 7 basisscholen en de 2 VMBO scholen/locaties ontwikkeld, waarmee alle schoolbesturen op één na akkoord zijn gegaan. De scholen die geselecteerd zijn als Onderwijskansenschool zijn scholen die over veranderingspotentie en veranderingsbereidheid beschikken, een criterium dat door de Gemeente Enschede is toegevoegd.
‘Beperking van het aantal scholen was ons inziens noodzakelijk om verdunning van de middelen te vermijden’, vertelt Gerrit Dogger. ‘Wij wilden ons absoluut houden aan de richtlijn van 20 à 30 % van het totaal. In hele korte tijdsperiode hebben wij in goede overeenstemming met de scholen en schoolbesturen een keuze gemaakt. Op dit moment zijn door het Ministerie 5 basisscholen en 1 school voor voortgezet onderwijs toegewezen’. ‘Wij vinden het erg jammer dat ons selectievoorstel niet volledig is gehonoreerd’, vertelt Tineke Döppen. ‘De scholen in Enschede en wij zien dit traject als een grote kans om extra te investeren in ontwikkelingen op hun school en dan is het teleurstellend wanneer je als school toch af zou moeten vallen.

Het onderwijskansenplan vertaald naar de situatie in Enschede
Het onderwijskansenbeleid neemt in de sociale pijler van de Toekomstvisie van Enschede een belangrijke plaats in. In het Meerjarig Ontwikkelings Programma ‘Opgroeien in de Stad’ zijn de ambities op dit terrein geformuleerd. Belangrijke speerpunten zijn onder andere de Brede School, de kwaliteitsverbetering van het peuterspeelzaalwerk, de Voor- en Vroegschoolse Educatie, de stimulering van de kinderopvang en de kwaliteitsimpuls VMBO. ‘In eerste instantie richten wij ons in het lokale plan van aanpak op onze missie: wat willen wij als gemeente, schoolbesturen en scholen met het onderwijskansenplan bereiken en welke plaats krijgt het plan in de Toekomstvisie/GroteBeleid, GOA- en VVE-beleid’, vertelt Tineke Döppen.‘Volgend schooljaar gaan wij het Gemeentelijk Onderwijs Achterstandenbeleid op strategisch, tactisch en operationeel niveau evalueren’, zegt Gerrit Dogger. ‘Op strategische niveau evalueren wij de rol en werkwijze van het Enschedese Adviesorgaan Achterstandsbestrijding (EAA). Op het tactische niveau wordt dewerkwijze van de werkplatforms, wijkplatforms en platform 12+ geëvalueerd. Eveneens wordt geëvalueerd hoe er op uitvoerend niveau gewerkt is aan achterstandsbestrijding.
Uiteindelijk zal het Onderwijskansenplan en het Gemeentelijk Onderwijs Achterstandenbeleid (GOA) in elkaar worden geschoven.

‘Op basis van de huidige beleidsontwikkelingen worden de doelstellingen voor het lokale plan van aanpak Onderwijskansen geformuleerd’. Het Onderwijskansenplan is in Enschede geen nieuw project naast andere, maar de opmaat voor een nieuwe werkwijze’. Deze nieuwe onderwijskansenaanpak, waarin de wederzijdse rollen en verantwoordelijkheden van de lokale overheid, de schoolbesturen en de scholen nog scherper zijn geformuleerd dan voorheen, zal worden voortgezet in de nieuwe GOA-planperiode.‘Het Onderwijskansenplan richt zich op de schoolspecifieke situatie’, zegt Gerrit Dogger’. ‘Als gemeente krijgen wij nu dus de kans om op het niveau van de individuele school geconstateerde knelpunten mee te praten en de school daarbij te ondersteunen. Bij het GOA-beleid en andere beleidslijnen ben je als gemeente minder direct betrokken bij het primaire proces van de school. De school is door Onderwijskansen het aangrijpingspunt voor verandering geworden. Wij als gemeente willen scholen daar op alle mogelijke manieren bij ondersteunen’. ‘Dat moet je als gemeente heel zorgvuldig doen’, vult Tineke Döppen aan. ‘Dit betekent dat een goede diagnose van de beginsituatie uitermate belangrijk is en dat scholen hierbij professioneel ondersteund kunnen worden. De scholen die geselecteerd zijn als Onderwijskansenschool zullen tot de positieve voorlopers van het toekomstig beleid behoren. Scholen in Enschede met meer dan 50% doelgroepleerlingen hebben zelf een kwaliteitskring opgericht, waarin zij kennis en ervaringen met elkaar gaan delen. Op deze manier wordt geprobeerd om meer scholen van deze nieuwe beleidsontwikkeling te laten profiteren’. Voor Onderwijskansen is in Enschede geen aparte projectorganisatie opgezet. De bestaande besluitvormingsprocedures en overlegsituaties blijven gehandhaafd. Het Enschedese Adviesorgaan Achterstandsbestrijding (EAA) speelt bij het onderwijskansenplan evenals bij het GOA-beleid een belangrijke rol. Hierin zijn niet alleen de schoolbesturen vertegenwoordigd, maar ook de welzijnsorganisatie, de jeugdzorg, maatschappelijk werk etc.

Welke nieuwe kansen biedt Onderwijskansen?
‘Een grote kans van Onderwijskansen is dat de school een diepte-investering kan plegen. Het gaat hierbij om het ‘hart’ van de school, zoals Ruud Emmerik projectleider Onderwijskansen voor voortgezet onderwijs in Den Haag en Utrecht zegt ’, vertelt Tineke Döppen. ‘Van ons en de deskundigen, die ingeschakeld gaan worden, wordt maatwerk verwacht. De geselecteerde scholen vormen in Enschede een voorhoedegroep voor de werkwijze in de nieuwe GOA-periode. Dat betekent dat het Onderwijskansenplan aangrijpingspunten biedt om ook op andere beleidsterreinen nieuwe strategieën te ontwikkelen. Nieuw is ook de intensivering van de relatie met de Inspectie. ‘De wijze waarop monitoring en evaluatie worden ingezet, levert een belangrijke bijdrage aan onderwijsontwikkeling’, vertelt Tineke Döppen. ‘En wanneer wij in goed vertrouwen en met een open houding met elkaar kunnen samenwerken, en problemen en oplossingen, teleurstellingen en successen met elkaar gaan delen, levert Onderwijskansen een belangrijk impuls om daadwerkelijk onderwijsachterstanden te verminderen’.

De volgende fase van dit traject
Tot 1 juli zal het plan van aanpak alle aandacht krijgen van de projectleidster Onderwijskansen Tineke Döppen. Na de zomervakantie zal er zo snel mogelijk gestart worden met de schoolanalyses en de schoolverbeter-/schoolontwikkelingsplannen. Deze schoolontwikkelingsplannen van de geselecteerde scholen moeten op 1 oktober 2001 ingediend zijn bij het Ministerie’. Daarna worden de bestuurlijke arrangementen tussen gemeente en schoolbesturen afgesloten, en kan er in Enschede daadwerkelijk met de uitvoering van Onderwijskansen van start worden gegaan.

Redactie onderwijsachterstanden
14-02-2002

Download: Aan de slag met onderwijskansen (30 kB)

Printversie