Onderwijskansen Voor- en vroegschoolse educatie Voortijdig schoolverlaten Schoolloopbaan Nederlandse taal Onderwijsachterstanden

StartpaginaContactWegwijzerVergroten
Hier vindt u: Nieuws, Wet- en regelgeving, Beleid, Dossiers, Uitleg Actoren Hier vindt u: Het Forum, Vragen, Oproepen, Agenda, Stellingen Hier vindt u: Wat is nieuw? Uitgebreid zoeken, Bibliotheek, Instrumenten, Archief, Persoonlijke mail Meer informatie over/voor alle actoren: Gemeente, Schoolbestuur, Scholen, Instellingen, Gerangschikt per gemeente
Start > Zij doen 't > Uw gemeente > Haarlem

Download



1 OK Haarlem

Aanleiding

Jeugdbeleid

OK

Samenvatting

2 OK-scholen

3 Project-organisatie

Primair onderwijs

Voortgezet onderwijs

4 Programma- onderdelen

Beeldvorming beginsituatie

Opstellen verbeterplannen

Beoordeling verbeterplannen

Uitvoering verbeterplannen

Communicatie

5 Monitoring en evaluatie

Uitgangspunten

Evaluatie

Monitoring

6 Begroting

Middelen rijksoverheid

Uitgaven

Onderwijskansen Haarlem
Ontwikkelingsmogelijkheden voor het primair en voortgezet onderwijs in de gemeente Haarlem

1. Onderwijskansen in Haarlem

1.1 Aanleiding
Met de nota "Aan de slag met onderwijskansen" presenteert het ministerie van OC&W een uitbreiding en verbijzondering van het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid (GOA). Dit onderwijskansenplan biedt scholen met veel achterstandsleerlingen, waar tevens de bestaande middelen onvoldoende zijn gebleken bij het verbeteren van de achterblijvende schoolprestaties, extra ondersteuning om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren door middel van intensieve schoolontwikkelingstrajecten."Schoolgericht" en "integraal" zijn de trefwoorden van deze aanpak. De school zelf is daarbij de eerst verantwoordelijke voor zowel de analyse van de eigen beginsituatie als de vaststelling en uitvoering van het verbeterplan.Het onderwijskansenbeleid van de overheid is een uitwerking van de decentralisatie die met de GOA-wet van 1998 in gang is gezet. Goede en precieze afspraken tussen schoolbestuur, gemeente en Rijk zijn dan ook een vereiste om het onderwijskansenplan tot een succes te maken. Tussen een aantal gemeenten, onder welke Haarlem, en Rijk zijn deze afspraken vastgelegd in een op 16 mei 2001 ondertekend convenant.

1.2 Jeugdbeleid: Ontwikkelingsprogramma Haarlem (OPH)
Haarlem behoort tot de 21 grotere gemeenten (G21) buiten de vier grote steden en heeft in 1999 een toekomstvisie inzake het jeugdbeleid geformuleerd die over 15 jaar bereikt moet zijn. Ter realisering hiervan is het eerste 4-jarig ontwikkelingsprogramma in overleg met tal van partners ontworpen. Dit Ontwikkelings Programma Haarlem (OPH) is opgedeeld in 13 programmalijnen. In 2004 dient zoveel mogelijk van de inhoud gerealiseerd te zijn. Op basis van concreet geformuleerde doelen worden de resultaten gevolgd en getoetst. Voor het lokaal onderwijsbeleid zijn de eerste twee programmalijnen relevant, namelijk programmalijn 0-12 jaar en 12-24 jaar.In de inleiding op beide programmalijnen staat letterlijk dat deze erop gericht zijn maximale ontplooiingskansen voor elk Haarlems kind te bieden en op het voorkomen en opheffen van achterstanden, in een zo vroeg mogelijk stadium. De laatstgenoemde doelstelling sluit direct aan bij de doelen van het gemeentelijke onderwijsachterstandenbeleid (GOA) en in die zin ook bij het Onderwijskansenbeleid.Per programmalijn zijn de programmadoelen, resultaten, maatregelen/aanpak vastgelegd maar ook welke partners hierin een rol spelen, zoals het stedelijk netwerk Onderwijs, Welzijn en Zorg, de Onderwijsbegeleidingsgroep etc. Een overlegstructuur voor het Jeugdbeleid is als middel ingezet om alle actoren in dit proces te betrekken. Elke programmalijn heeft een programmalijncoördinator die tot taak heeft op basis van initiatieven, overleg en monitoring betrokkenen te stimuleren mee te werken aan de realisering van de gestelde doelen. Binnen de gekozen structuur past naar vorm en inhoud de inzet voor de realisering van het Onderwijskansenbeleid.In het Gemeentelijke Onderwijsachterstandenplan 1998-2002 van de gemeente Haarlem zijn acht aandachtsgebieden geformuleerd:
  • Voor- en vroegschoolse educatie
  • Beheersing van de Nederlandse taal
  • Verwijzing naar speciale voorzieningen
  • Vermindering van schooluitval
  • Evenredige deelname van doelgroepleerlingen aan het onderwijs
  • Bevorderen van sociale weerbaarheid
  • Opvoedingsondersteuning
  • Maatschappelijke participatie
Zowel de werkgroep GOA-primair onderwijs als de adviescommissie voortgezet onderwijs hebben hierin prioriteiten gesteld. De werkgroep GOA-po concentreert zich op taalbeleid en voor- en vroegschoolse educatie. De adviescommissie VO kiest voor taalbeleid en vermindering schooluitval. De geprioriteerde aandachtsgebieden zijn uitgewerkt in algemene doelen, richtingsdoelen en specifieke doelen. De algemene doelen staan in het volgende overzicht beschreven.

Algemene GOA-doelen PO en VO / gemeente Haarlem

Primair onderwijs

GOA-doel voor- en vroegschoolse educatie

Er zorg voor dragen dat de educatieve uitgangspositie van jonge kinderen, in het bijzonder doelgroepkinderen, zodanig is dat zij in principe het basisonderwijs met goed gevolg kunnen doorlopen; bij aanvang van het basisonderwijs dienen de kinderen bepaalde basisvaardigheden te beheersen.

GOA-doel taalbeheersing/taalbeleid

Het verbeteren van de taalprestaties van (doelgroep)leerlingen, dus zowel taalzwakke autochtone als allochtone leerlingen.

Voortgezet onderwijs

GOA-doel taalbeleid

Aantoonbare verbeteringen in taalvaardigheden van meertalige en taalzwakke leerlingen.

GOA-doel reductie schooluitval

Terugdringen van het aantal leerlingen dat het onderwijs verlaat zonder startkwalificatie voor beginnende beroepsbeoefenaars mede via het verminderen van schoolverzuim, het stimuleren van vervolgonderwijs en zorgbeleid.

Daarmee is de lokale ambitie met betrekking tot het Gemeentelijk Onderwijsachterstandenbeleid tot 2002 neergezet. De scholen zetten hiervoor de schoolgebonden faciliteiten in alsook de extra GOA-gelden, op basis van bestuurs- en schoolspecifieke achterstandsplannen.

1.3 Onderwijskansen
Het onderwijskansenplan wordt een onderdeel van het Haarlemse onderwijsachterstandenbeleid en als zodanig een intensivering ervan. De meerwaarde ten opzichte van het bestaande beleid ligt in de integrale en schoolgerichte aanpak van achterstandsproblemen. Het richt zich op verbeteringen in zowel de primaire processen (het onderwijs en de leerlingenzorg) als de secundaire processen (de schoolleiding, beleidsvoering, personeelsmanagement en middelenmanagement). De omvang van het onderwijskansendomein heeft tot gevolg dat er raakvlakken zijn met bestaande structuren en lokale beleidsterreinen.Enkele van de hierboven staande processen zijn objecten van de reguliere inspectie-onderzoeken. Bij de integrale inspectie-onderzoeken zijn bijna alle processen onderwerp van beschouwing. Dit heeft tot gevolg dat er afgestemd moet worden tussen de aanbevelingen van de inspectie en de verbeterplannen die de scholen zelf gaan opstellen. In een enkel geval heeft de inspectie reeds in haar aanbevelingen geanticipeerd op de mogelijke deelname van een school in het onderwijskansenplan.De uitwerking van de onderwijskansenplannen voor de scholen in het primair onderwijs zal in overleg met de gemeente en de schoolbesturen worden vastgesteld, terwijl voor het voortgezet onderwijs met het schoolbestuur zal worden overlegd. Tevens zal overleg moeten worden gevoerd met de programmaleiding van de voor- en vroegschoolse educatie en overige verantwoordelijken in dit aandachtsveld voor een optimale afstemming met de programma's.Het onderwijskansenbeleid heeft in deze vorm een looptijd van vier jaar, namelijk van 2000 tot 2004 en zal daarna geïntegreerd worden in het nieuwe landelijke beleidskader van GOA dat in 2002 zal worden vastgesteld. In het verlengde daarvan zal het onderwijskansenplan geïntegreerd moeten worden in het nieuwe GOA-beleid van Haarlem.

1.4 Samenvatting
In het convenant van 16 mei 2001 zijn afspraken gemaakt over de uitwerking, uitvoering en evaluatie van het onderwijskansenplan tussen de Rijksoverheid en de G21/100.000+ gemeenten in Nederland. Het Rijk en de gemeente Haarlem maken afspraken over het verbeteren van de kwaliteit van het onderwijs en de onderwijsprestaties van leerlingen. Naast het bestaande beleid , waarvan in dit hoofdstuk een overzicht is gegeven, zal extra worden ingezet op de scholen die desondanks extra ondersteuning behoeven. Dit wordt gerealiseerd in het nieuwe programma "onderwijskansen Haarlem". In dit hoofdstuk is een uitwerking gegeven van de context van dit programma. In Hoofdstuk 2 worden de geselecteerde scholen gepresenteerd. In hoofdstuk 3 wordt de projectorganisatie beschreven, in hoofdstuk 4 worden de programma-onderdelen uitgewerkt, in hoofdstuk 5 wordt de monitoring en evaluatie beschreven en in hoofdstuk 6 staat de begroting.

2. De onderwijskansenscholen 
Vertrekpunt bij de selectie van scholen die deelnemen aan het onderwijskansenplan in Haarlem is dat de scholen qua kwaliteit van het onderwijs onder de maat presteren en/of achterblijvende leerlingprestaties hebben ten opzichte van een vergelijkbare leerlingpopulatie. De aanpak richt zich in aanvang op scholen met meer dan 50% kinderen met een leerlinggewicht van hoger dan 1,0 in het primair onderwijs en meer dan 40% kinderen die onder de CUMI-regeling vallen in het voortgezet onderwijs.
Voorafgaande aan de voordracht is intensief overleg gepleegd met de besturen van de betreffende scholen en met de inspectie voor PO en VO.
Voor de 6 basisscholen en de ene VO-school in Haarlem zijn, naast de schoolspecifieke gegevens, vooral de gegevens van de inspectie gebruikt om een selectie te maken. Vijf van de zes basisscholen zijn zeer recent doorgelicht door de inspectie via de procedure "integraal schooltoezicht" (IST), een van de zes via de procedure "regulier school toezicht" (RST). De VO-school wordt in september 2001 door de inspectie doorgelicht. De informatie uit deze rapporten is van grote waarde voor het onderwijskansentraject van de scholen.
In de volgende overzichten staan de geselecteerde scholen vermeld, aangevuld met enkele gegevens per school.

Basisscholen geselecteerd voor het onderwijskansenplan Haarlem
School

Aantal kinderen

doelgroep 1-10-00

Inspectie
Rapport

Voorschool

Openbare basisschool De Kring / Hannie Schaft - locatie Hannie Schaft

De.kring@12move.nl

Tel.:
023-5310428
Fax.: 023-5326001

10587%

RST

7-5-01

Piramide programma vanaf januari 2002 i.s.m. PSZ "Beertje Bas"

Openbare basisschool De Cirkel / Jan Gijzen – locatie Jan Gijzen

Obs.cirkel@kennisnet.nl

Tel.:
023-5268760
Fax.: 023-5268761

11479%

IST

28-5-01

Kaleidoscoop programma sinds 1996 i.s.m. PSZ "Ienemienie" en "Holle Bolle Gijs".

Openbare basisschool M.L. King / J.J. Hamelink – locatie J.J. Hamelink

Geen email

Tel.:
023-5352279
Fax.: 023-5352763

11588%

IST

16-5-01

In overweging: Piramide programma vanaf januari 2002 i.s.m. PSZ "'t Hummeltje"

Interconfessionele basisschool Willem van Oranje

Wvo-hoofdgebouw@hetnet.nl

Tel.:
023-5252683
Fax.: 023-5267481

24058%

IST

1999

RST 2001 uitgesteld

Piramide programma i.s.m. PSZ "'t Kloppertje" en "Eigen Wijsje"

Interconfessionele basisschool De Trekvogels

Trekvogels@wxs.nl

Tel.:
023-5337374

24882%

IST

Concept-1

2001

Piramide programma vanaf september 2001 i.s.m. PSZ "de Meerkoetjes"

Rooms Katholieke basisschool Franciscus Xaverius

Franciscusschool@wxs.nl

Tel.:
023-5402376

22051%IST

Concept-2

2001

Geen voorschool i.v.m. percentage doelgroepleerlingen.

VO-school geselecteerd voor het onderwijskansenplan Haarlem
 School

Aantal kinderen

CUMI
1-10-00

Inspectie
Rapport

Linnaeuscollege Haarlem, scholengemeenschap voor VWO-HAVO-MAVO-MAVO-IVBO

Info@linnaeuscollege.nl

Tel.: 023-5368108
Fax.: 023-5333217

   

Spaarne

21536%

Ewald

13827%

Grafische school

198%

I-afdeling

5533%

Het Linnaeuscollege Haarlem voldoet formeel net niet aan het CUMI-criterium, in het bijzonder als gekeken wordt naar locatie Spaarne (36%). De inspectie heeft de school in mei en juni 2001 bezocht. De inspectie constateerde dat er sprake is van een relatief hoog percentage CUMI-leerlingen en dat de doorstroming en de resultaten voor een aantal afdelingen niet goed zijn. Er is sprake van een grote groep leerlingen met een allochtone achtergrond (allochtonen van de 2e generatie) met de vaak daarbij horende problematiek.

3. Projectorganisatie
De gemeente Haarlem voert de regie over het onderwijskansenproject, hetgeen betekent dat de gemeente verantwoordelijk is voor het ontwikkelen, de opstelling, uitvoering en evaluatie van het project. Dit impliceert overleg en samenwerking met de betrokken schoolbesturen in zowel het primair als het voortgezet onderwijs. Het "onderwijskansenplan Haarlem" is een nieuw programma en kent haar eigen organisatie.

3.1 Primair onderwijs

Regiegroep
Het "onderwijskansenplan Haarlem" dient afgestemd te zijn op de hoofdlijnen van het lokale onderwijsbeleid in Haarlem. De gemeenteraad is hiervoor verantwoordelijk en zal het proces vanuit dit perspectief bewaken.
Met het oogmerk om het onderwijskansenproject op een directe wijze aan te sturen wordt een regiegroep opgericht bestaande uit vertegenwoordigers van de drie schoolbesturen: Openbaar onderwijs, Sint Bavo en SIOHO/VCPO. Binnen de regiegroep behoudt ieder bestuur zijn eigen verantwoordelijkheid.
Als het "onderwijskansenplan Haarlem" in de planperiode 2002-2006 ingekaderd wordt in de GOA-plannen is deze regiegroep bestuurlijk geplaatst onder het Bestuurlijk Overleg Primair Onderwijs (BOPO).

Programmamanagement
Het programmamanagement wordt gevormd door twee personen. Een van de twee is een beleidsmedewerker van de gemeente. De tweede persoon wordt benoemd uit of door de betrokken schoolbesturen en diens taken worden nader vastgelegd. Beiden zijn eerstverantwoordelijk voor de uitvoering en evaluatie van het programma als geheel en maken deel uit van de landelijke projectgroep (deze groep is faciliterend voor de professionele uitvoering en bestaat uit projectleiders van de G4 en G21/100.000+). Zij bereiden de besluitvorming voor die in de regiegroep plaatsvindt.
De gemeente ziet toe op de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van het programma in relatie tot de lopende stedelijke programma's (o.a. GOA en OPH) en andere projecten.
Het programmamanagement stelt criteria op waaraan de analyses en de verbeterplannen van de scholen moeten voldoen en beoordelen deze ook. Ze leggen hun voorstellen voor aan de regiegroep. Deze legt de criteria en plannen vervolgens voor aan de Raad. Het programmamanagement maakt afspraken met de scholen over de te ondernemen activiteiten en de daarvoor benodigde ondersteuning. Het betreft afspraken over de analyse van de beginsituatie, het opstellen van het verbeterplan en de uitvoering van het verbeterplan.

De zes onderwijskansenscholen
De schooldirecties zijn in eerste instantie het aanspreekpunt voor het programmamanagement. De school kan er vervolgens voor kiezen om een interne projectleider te benoemen of een contactpersoon aan te wijzen voor het onderwijskansenplan.

Onderwijsinspectie
De inspectie beoordeelt de kwaliteit van scholen, hetgeen zijn schriftelijke weerslag vindt in IST/RST-rapportages. Waar nodig en mogelijk wordt de planning van deze rapportages afgestemd op de planning van het project, ter verkrijging van een actueel zicht op de beginsituatie van scholen.
Voorafgaand aan de eindbespreking van de verbeterplannen in de regiegroep en goedkeuring in de Raad worden ze voorgelegd aan de inspectie met het doel om afstemming te garanderen met de aanbevelingen van de inspectie.

3.2 Voortgezet onderwijs

Regie
Het "onderwijskansenplan Haarlem" dient afgestemd te zijn op de hoofdlijnen van het lokale onderwijsbeleid in Haarlem. De gemeenteraad is hiervoor verantwoordelijk en zal het proces vanuit dit perspectief bewaken.
Het "onderwijskansenplan Haarlem - voortgezet onderwijs" wordt ondergebracht in het Bestuurlijk Overleg Voortgezet Onderwijs (BOVO).

Programmamanagement
Het programmamanagement bestaat uit de beleidsmedewerker "voortgezet onderwijs" van de gemeente Haarlem en de schoolleider van de betreffende VO.-school. Het programmamanagement is eerstverantwoordelijk voor de uitvoering en evaluatie van het programma als geheel en maakt deel uit van de landelijke projectgroep (deze groep is faciliterend voor de professionele uitvoering en bestaat uit projectleiders van de G4 en G21/100.000+). De programmaleiding bereidt de besluitvorming voor die plaatsvindt in de regiegroep.
De gemeente ziet toe op de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van het programma in relatie tot de lopende stedelijke programma's (o.a. GOA en OPH) en andere projecten.
Het programmamanagement stelt criteria op waaraan de analyse en het verbeterplan van de school moeten voldoen en beoordeelt deze ook. Deze voorstellen worden via het BOVO aan de Raad voorgelegd. Het programmamanagement maakt afspraken met de school over de te ondernemen activiteiten en de daarvoor benodigde ondersteuning. Het betreft afspraken over de analyse van de beginsituatie, het opstellen van het verbeterplan en de uitvoering van het verbeterplan. 

De onderwijskansenschool
De schooldirectie is in eerste instantie het aanspreekpunt voor de programmaleiding. De school kan er vervolgens voor kiezen om een interne projectleider te benoemen of een contactpersoon aan te wijzen voor het onderwijskansenplan.

Onderwijsinspectie
De inspectie beoordeelt de kwaliteit van de school, hetgeen zijn schriftelijke weerslag vindt in het inspectierapport dat binnenkort wordt afgerond. Daarmee zal voor een groot deel zicht ontstaan op de beginsituatie van de school.
Voorafgaand aan de eindbespreking van de verbeterplannen in het BOVO en goedkeuring door de Raad worden ze voorgelegd aan de inspectie met het doel om afstemming te garanderen met de aanbevelingen van de inspectie.

4. Programma-onderdelen 
De onderstaande programma-onderdelen hebben zowel betrekking op het primair onderwijs als het voortgezet onderwijs. Daar waar "regiegroep" staat vermeld wordt voor het voortgezet onderwijs de gemeente Haarlem bedoeld.

4.1 Beeldvorming beginsituatie deelnemende scholen
Om zowel de scholen zelf als het programmamanagement een helder beeld te geven van de startsituatie, is het nodig om met behulp van een zelfdiagnose-instrument een aantal gegevens te verzamelen en te interpreteren. Het zelfanalyserapport heeft een aantal vaste rubrieken die voor een groot deel overeenkomen met de formats van de inspectie. De volgende kwaliteitsgebieden zijn van belang:
  • Leiderschap
  • Strategie en beleid
  • Medewerkers
  • Middelen
  • Processen (onderwijsleerproces/zorgproces)
  • Waardering door ouders / leerlingen
  • Waardering door medewerkers
  • Waardering door de schoolomgeving
  • Eindresultaten (leerlingresultaten)
Bij het kwaliteitsgebied "middelen" wordt ook beoordeeld hoe de middelen van de lokale overheid worden ingezet inzake vernieuwingsprojecten, schoolgebonden GOA-gelden, scholingsgelden en dergelijke.
Voor het maken van deze analyse kan -waar nodig- een beroep gedaan worden op externe deskundigen. Door het programmamanagement zal hiervoor een voorstel worden uitgewerkt en worden nadere criteria opgesteld waaraan de zelfanalyses moeten voldoen.
Tijdpad: 4e kwartaal 2001
Resultaat: Iedere deelnemende school heeft een door de school zelf geaccepteerde analyse gemaakt en er is een totaaloverzicht van alle scholen.

4.2 Opstellen van verbeterplannen
Iedere school stelt een verbeterplan met een of meerdere projecten. Het verbeterplan heeft drie hoofdrubrieken:
  • De ambities
    Op zowel de korte als de lange termijn staan de ambities van de school zelf helder verwoord. Deze ambities hebben zowel betrekking op de 5 organisatiegebieden (leiderschap, strategie en beleid, medewerkers, middelen en processen) als de 4 resultaatgebieden (waardering door medewerkers, waardering door ouders / leerlingen, waardering door de schoolomgeving en de leerlingresultaten)

  • De beheersaspecten
    Het verbeterplan is waarschijnlijk omvangrijk en intensief gezien de aanleiding voor het onderwijskansenplan. Het gaat om een intensief programma voor schoolontwikkeling. Dit vraagt een strakke planning en bewaking van de voortgang. De beheersaspecten zijn: tijdplanning, begroting, kwaliteitbewaking, interne en externe informatievoorziening en projectorganisatie

  • Relatie met andere programma's
    Voor het basisonderwijs zijn dit vooral de relaties met programma's voor taalintensivering en voor- en vroegschoolse educatie.
    Voor het voortgezet onderwijs zijn dit vooral de relaties met programma's voor taalintensivering en schoolverzuim
Het is mogelijk dat in deze fase van het onderwijskansenplan door de scholen gebruik wordt gemaakt van externe ondersteuning. De vorm van ondersteuning is aan de scholen zelf. Het programmamanagement kan, indien gewenst, als makelaar optreden.
Tijdpad: 4e kwartaal 2001
Resultaat: Iedere deelnemende school heeft een verbeterplan gemaakt en er is een totaaloverzicht van alle scholen.

4.3 Beoordeling en vaststelling verbeterplannen
Het programmamanagement beoordeelt de verbeterplannen op basis van de volgende criteria:
  • Het integrale karakter van het plan: wordt er voldoende aandacht besteed aan de verschillende, elkaar beïnvloedende aspecten van het onderwijs?
  • De procesmatigheid van het plan: wordt er voldoende specifiek en meetbaar gepland op zowel de korte als lange termijn?
  • De systematiek van het plan: vormt het plan een logisch vervolg op de zelfanalyse?
  • De volledigheid van het plan: zijn de drie hoofdrubrieken volledig ingevuld?
Vergezeld van een advies van het programmamanagement worden de verbeterplannen ter formele vaststelling voorgelegd aan de regiegroep. De regiegroep heeft het mandaat van de schoolbesturen. Daarmee stellen de schoolbesturen zich ook achter de verplichtingen op uitvoeringsniveau.
Tijdpad: 1e kwartaal 2002
Resultaat: 6 vastgestelde verbeterplannen basisonderwijs.
1 vastgesteld verbeterplan voortgezet onderwijs.

4.4 Uitvoering verbeterplannen
Nadat de verbeterplannen door de regiegroep zijn vastgesteld (in grote lijnen voor vier jaar en uitgewerkt voor het eerste jaar) en de nodige voorbereidingen zijn getroffen kan de uitvoering voor het eerste programmajaar starten. Tijdens de uitvoeringsfase zal het programmamanagement regelmatig overleg voeren met de betrokken scholen, schoolbesturen, alsmede de inspectie en overige betrokkenen.

Het is mogelijk dat in deze fase van het onderwijskansenplan door de scholen gebruik wordt gemaakt van externe ondersteuning. De vorm van ondersteuning is aan de scholen zelf. Het programmamanagement kan, indien gewenst, als makelaar optreden.
Tijdpad: 1e kwartaal 2002 tot het einde van de looptijd.

4.5 Communicatie
De communicatie wordt voor een deel ingevuld door de reguliere overleg en besluitvormingsstructuur zoals beschreven in de paragrafen 3.1 en 3.2. Verder bieden de genoemde voortgangsrapportages, de evaluatie en de monitoring veel informatie over de voortgang en zowel de operationele als financiële resultaten. Daarbij benadrukken we nogmaals dat na augustus 2002 (integratie van het onderwijskansenplan in het GOA-plan) het BOPO en BOVO in het overleg worden betrokken.
Daarnaast worden voor de betrokken basisscholen enkele bijeenkomsten georganiseerd met het doel om ervaringen uit te wisselen, goede praktijkvoorbeelden te geven en deskundigen uit te nodigen. Tijdens deze bijeenkomsten komen de scholen in direct contact met het programmamanagement. Er kan dan praktische informatie worden uitgewisseld.
Deze bijeenkomsten worden gepland voorafgaande aan de processtappen "beeldvorming beginsituatie", "opstellen van verbeterplannen" en "uitvoering van verbeterplannen", en vervolgens naar behoefte.
Tijdpad: 3e kwartaal 2001 tot het einde van de looptijd.

5. Monitoring en evaluatie

5.1 Uitgangspunten
In de ministeriële nota wordt gesproken over de noodzaak van evaluatie en monitoring. Hiervan uitgaande en aansluitend op bestaande afspraken binnen het Haarlemse GOA-beleid formuleren we de volgende uitgangspunten:
Het onderwijskansenplan richt zijn aandacht op de individuele scholen voor PO en VO met een karakteristiek van hardnekkige achterstand in onderwijskwaliteit en leerlingprestaties;
De school is zelf de drager van het verbeterproject met ondersteuning van de inspectie en het landelijk procesmanagement en voorts van derden naar keuze;
De gemeente verantwoordt het geheel van het Haarlemse onderwijskansenplan binnen het landelijke kader.

5.2 Evaluatie
De uiteindelijke opbrengst van deze extra kwaliteitsimpuls aan scholen moet de verbetering van leerlingprestaties zijn, het verminderen van schoolverzuim en schooluitval en verhoging van het aantal leerlingen dat een startkwalificatie voor de arbeidsmarkt haalt.
Binnen het basisonderwijs zal voor de 6 geselecteerde scholen worden gestreefd naar aansluiting bij de gemiddelde leerlingprestaties op scholen binnen dezelfde Cito-schoolscoregroep, aangevuld met prioriteiten uit de schoolplannen.
Voor het voortgezet onderwijs zal voor de enkele geselecteerde school worden gestreefd naar de gemiddelde leerlingprestaties, schoolverzuim en schooluitval die voor het VO in Nederland gelden.
De evaluatie per school is met name bedoeld om deze resultaten in kaart te brengen. Het programmamanagement ontwikkelt hiervoor een format. De scholen rapporteren twee keer per jaar.
Het programmamanagement evalueert vervolgens jaarlijks op programmaniveau. Deze evaluatie wordt teruggekoppeld naar de scholen, de besturen, de gemeente, de inspectie en de regiegroep.
Tijdpad: 3e kwartaal 2002 en 1e kwartaal 2003, doorlopend.
Resultaat: Actueel overzicht bij alle betrokkenen van de voortgang van de verbeterprojecten en de resultaten.

5.3 Monitoring
Aan het eind van het eerste volledige schoolseizoen dat er gewerkt wordt aan de verbeterplannen, te weten 2002-2003, zal er monitoring plaatsvinden om de bereikte resultaten te meten. Bij de meting van leerlingresultaten zal gebruik worden gemaakt van de bestaande monitor in Haarlem die is ontwikkeld in het kader van het Ontwikkelingsprogramma Haarlem (Integraal Jeugdbeleid) als onderdeel van een sociale monitor (GSB-beleid).
Voor het primair onderwijs worden onder andere geregistreerd: de onderwijssituatie van leerlingen op individueel niveau en de eindresultaten van groep 8 (P0-advies, doorstroom naar VO, de POVO-overgang)
Voor het voortgezet onderwijs worden onder andere geregistreerd: de onderwijssituatie van leerlingen op individueel niveau, verzuim, schoolverlaten, voortijdig schoolverlaten en slaagpercentages.

Tijdpad: Eind tweede kwartaal 2003, en vervolgens jaarlijks.
Resultaat: Eindrapport

6. Begroting

6.1 Middelen rijksoverheid "onderwijskansenplan Haarlem"
Door het Rijk is voor de gemeente Haarlem voor de periode tot 1 augustus 2002 een bedrag beschikbaar gesteld van f. 1.614.000,-, waarvan een bedrag van f. 1.425.000,- bestemd is voor de financiering van een onderwijskansen aanpak van 6 scholen voor primair onderwijs en 1 school voor voortgezet onderwijs. Een bedrag van f. 189.000,- is bestemd voor de coördinatie van het lokale onderwijskansenbeleid. Het budget en het aantal scholen zijn vastgesteld op basis van de voordracht, de onderbouwing en de informatie van de inspectie. Het gaat hier om de RST- en IST-rapportages alsmede de definitie die de inspectie zelf hanteert van "risicovolle scholen".
Om het budget per gemeente vast te stellen, voor Haarlem f.1.425.000,-, is de volgende berekeningsmethode gehanteerd.
  • Voor elke school voor primair onderwijs is een basisbedrag van f. 100.000,- berekend.
    Totaal: f. 600.000,-
  • Voor elke school voor voortgezet onderwijs is een basisbedrag van f. 250.000,- berekend.
    Totaal: f. 250.000,-
  • Voor de helft van het aantal basisscholen is bovendien een extra bedrag toegekend van f. 150.000,- (dus 3 maal f. 150.000,- )
    Totaal: f. 450.000,-
  • Voor de helft van het aantal VO-scholen, in dit geval slechts 1, is bovendien een extra bedrag toegekend van f. 250.000,- (dus 1/2 maal f. 250.000,-)
    Totaal: f. 125.000,-
De hoogte van het door de gemeente feitelijk toe te kennen budget aan elke onderwijskansenschool is uiteraard afhankelijk van de probleemdiagnose van elke school en het daaruit voortvloeiende verbeteringstraject. De bedragen per school zullen als gevolg hiervan sterk kunnen variëren. Indien de kosten van een verbeteringstraject het bedrag van f. 100.000,- op jaarbasis overstijgen, toetst de inspectie de voorgestelde aanpak en de in te zetten instrumenten.

6.2 Uitgaven
Het hoofdbedrag van f. 1.425.000,- is bestemd voor de volgende programma-onderdelen:
  • Beeldvorming beginsituatie deelnemende scholen
  • Opstellen van verbeterplannen
  • Uitvoeren van verbeterplannen
Het coördinatiebedrag van f. 189.000,- is bestemd voor het programmamanagement primair- en voortgezet onderwijs en heeft vooral betrekking op de programma-onderdelen:
  • Beoordeling en vaststelling verbeterplannen
  • Communicatie
  • Evaluatie

Redactie onderwijsachterstanden
26-11-2001

Download: Plan van aanpak Haarlem (120 kB)

Indien u geen PDF bestanden kunt openen, download dan hier het programma

Printversie