Onderwijskansen Voor- en vroegschoolse educatie Voortijdig schoolverlaten Schoolloopbaan Nederlandse taal Onderwijsachterstanden

StartpaginaContactWegwijzerVergroten
Hier vindt u: Nieuws, Wet- en regelgeving, Beleid, Dossiers, Uitleg Actoren Hier vindt u: Het Forum, Vragen, Oproepen, Agenda, Stellingen Hier vindt u: Wat is nieuw? Uitgebreid zoeken, Bibliotheek, Instrumenten, Archief, Persoonlijke mail Meer informatie over/voor alle actoren: Gemeente, Schoolbestuur, Scholen, Instellingen, Gerangschikt per gemeente
Start > Zij doen 't > Uw gemeente > Heerlen

Download



Aanleiding, uitgangspunten en doelstellingen

OA in Heerlen

OA op maat

Uitgangspunten

Doelstellingen

Aanverwante beleidsterreinen

Samenvatting

Programma-management

Programma-onderdelen

Scholenselectie

Beeldvorming startsituatie scholen

Opstellen verbeterplannen

Beoordeling verbeterplannen

Uitvoering verbeterplannen

Evaluatie en voortgang

Monitoring verbeterplannen

Communicatie

Financiële gegevens

Onderwijskansen op maat
Plan van Aanpak; onderwijskansen voor het Primair en Voortgezet Onderwijs in Heerlen

HOOFDSTUK 1

1. Aanleiding, uitgangspunten en doelstellingen
Met de nota ‘Aan de slag met Onderwijskansen’ presenteert het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschappen (OC&W) een uitbreiding en specificering van het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid (GOA). Het onderwijskansenplan biedt scholen met veel achterstandsleerlingen waar de bestaande middelen en het bestaande instrumentarium niet voldoende zijn gebleken bij het verbeteren van de achterblijvende schoolprestaties een extra ondersteuning om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren. Schoolgericht en integraal zijn de trefwoorden van deze aanpak om de verschillende programma’s en projecten van het bestaande onderwijsachterstandenbeleid op het niveau van de school zelf samen te brengen en effectief te laten zijn. Algemene probleemstellingen en eendimensionale oplossingen worden afgewezen ten gunste van een specifieke analyse en aanpak op de school zelf. Het hoe en waarom van de problemen van een individuele school zijn het vertrekpunt voor analyse en verbetering. De school zelf is daarbij aangewezen als eerst verantwoordelijke voor zowel de analyse van de eigen situatie als de vaststelling en uitvoering van het verbeterplan. Vandaar de noemer waarmee Heerlen uitwerking geeft aan het onderwijskansenplan voor de stad: “Onderwijskansen op maat”.

Het programma “Onderwijskansen op maat”, biedt Heerlense scholen een extra mogelijkheid om de achterblijvende onderwijsprestaties van leerlingen te verbeteren en de kwaliteit van het onderwijs voor iedere leerling te optimaliseren. De aanpak gaat uit van een specifieke diagnose per school als basis voor het verbeterplan. In deze plannen gaat het om concrete verbeteringen van zowel het pedagogische en didactische leerklimaat van de school als van de schoolorganisatie. De aanpak van onderwijskansen impliceert geen breuk met het bestaande onderwijsachterstandenbeleid, maar een versterking van de bestaande doelen door een integrale aanpak op de scholen zelf onder andere op het gebied van taalverwerving, professionalisering van leerkrachten en schoolleiding, ouderparticipatie en voor- en vroegschoolse educatie, aansluiting tussen het primair en voortgezet onderwijs en het voorkomen van schooluitval.
Het onderwijskansenbeleid van de overheid is een uitwerking van de decentralisatie die met de GOA-wet van 1998 in gang is gezet. Goede en precieze afspraken tussen het schoolbestuur, gemeente en Rijk zijn dan ook een vereiste om het onderwijskansenplan tot een succes te maken. Tussen gemeente en Rijk zijn deze afspraken vastgelegd in het op 16 mei 2001ondertekende convenant tussen de G21/100.000+/ gemeenten en de staatssecretaris van Onderwijs mevrouw K. Adelmund.

1.1 Onderwijsachterstandenbeleid in Heerlen
“Onderwijskansen op maat” is een aanvulling en uitbreiding van het Heerlense onderwijs-achterstandenbeleid, dat zich in algemene zin richt op het verbeteren van de schoolprestaties van de leerlingen. Het succes van dit beleid valt af te lezen uit de ontwikkeling van de CITO-score, die over de gehele linie een verhoging van de gemiddelde scores dient te laten zien. Voor het voortgezet onderwijs richt het beleid zich op het verbeteren van de doorstroming van leerlingen van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs en het verminderen van schooluitval. Een aantal positieve ontwikkelingen van de Heerlense onderwijsprestaties laat onverlet dat een aantal scholen niettemin achterblijft in ontwikkeling. Hierbij is het begrip achterstand zowel van toepassing op de achtergrondsituatie van de leerlingen als op het ontwikkelingspeil van de school. Het onderwijskansenbeleid is dan ook een welkome aanvulling op het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid. In het onderwijs-kansenbeleid ziet Heerlen een erkenning van de noodzaak binnen het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid te differentiëren tussen een meer generieke en een meer specifieke aanpak. In het eerste geval geldt een sterke regierol voor de gemeente ten opzichte van het onderwijs-in-de-breedte, en in het tweede geval gaat het om het zelfsturend vermogen van de individuele scholen. Heerlen grijpt het onderwijskansenplan graag aan als mogelijkheid om de bestaande breedte-dimensie van haar beleid te verrijken met een diepte-dimensie. Met “Onderwijskansen op maat” als uitwerking van het onderwijskansenbeleid voor Heerlen krijgen bepaalde scholen, die tot nu toe in het verminderen van hun achterstand op eigen kracht minder succesvol zijn geweest, extra middelen om de oorzaken van de achterstanden te onderzoeken en op basis daarvan gerichte verbeterplannen op te stellen en te realiseren.

1.2 ‘Onderwijskansen op maat”
“Onderwijskansen op maat” is een onderdeel van het Heerlense onderwijsachterstandenbeleid en als zodanig een intensivering van het bestaande gemeentelijk achterstandenbeleid. De meerwaarde van het onderwijskansenbeleid ten opzichte van het bestaande beleid ligt in de integrale en schoolgerichte aanpak van achterstandsproblemen. Het richt zich op de kern van het onderwijsproces en beoogt een diepte investering in het verbeteren van het primaire proces, van de school als een lerende organisatie.

Centrale thema’s liggen op het terrein van integraal taalbeleid, professionalisering van de onderwijsteam, invoeren van computers in het onderwijs en het verbeteren van de monitoring van de ontwikkeling en schoolprestaties van leerlingen en de ontwikkeling van de schoolorganisatie als geheel.
Hierbij is de samenwerking van de school met haar omgeving van groot belang. Dat betekent dat zowel binnen de schoolorganisatie als ook tussen de school en andere organisaties van jeugd(gezondheids)zorg en jeugdwelzijn nauw samengewerkt moet worden. Tevens is de afstemming met aanverwante beleidsterreinen noodzakelijk. Dit betekent een nadere afstemming met de voor- en vroegschoolse educatie (primair onderwijs) en een afstemming met het bestaande beleid inzake voorkoming vroegtijdige schooluitval.
Zoals gezegd is “Onderwijskansen op maat” een aanvulling op en versterking van het gemeentelijk onderwijsachterstanden beleid in Heerlen. Dit impliceert dat zal worden aangesloten op de bestaande beleidsafspraken die binnen het Op Overeenstemming Gerichte Overleg (OOGO) zijn vastgesteld. De uitwerking van de plannen zal in overleg met de schoolbesturen worden vastgesteld. Voorts geldt dat de rijksinspectie in verschillende fasen betrokken zal worden bij de vaststelling van de selectiecriteria voor de scholen en de beoordeling van de verbeterplannen.
Het onderwijskansenbeleid heeft een looptijd van vier jaar, namelijk van 2001 tot 2005 en zal geïntegreerd worden in het nieuwe landelijk beleidskader van GOA dat in 2002 opnieuw zal worden vastgesteld. In het verlengde daarvan zal “Onderwijskansen op maat” geïntegreerd moeten worden in het nieuwe Gemeentelijk Onderwijsachterstandenbeleid voor Heerlen in 2002.

1.3 Uitgangspunten
Vertrekpunt van het onderwijskansenbeleid is de integrale en schoolgerichte aanpak van onderwijsachter-standen. Door middel van een specifieke probleemanalyse van individuele scholen en het opstellen van verbeterplannen worden concrete resultaten ten aanzien van de geconstateerde problemen beoogd. Daarnaast wordt in de ministeriële nota gesproken over de noodzaak van evaluatie en monitoring. Uitgaande van deze aanpak en aansluitend op het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid van Heerlen zijn aan “Onderwijskansen op maat” de volgende uitgangspunten gegeven:

  • “Onderwijskansen op maat” richt de focus op de individuele scholen voor PO en VMBO met een karakteristiek van hardnekkige achterstand in onderwijsrendement, resultaten en leerlingprestaties
  • De OKP-school is zelf de drager en actor van het verbetertraject met ondersteuning van de inspectie en het landelijke proces/projectmanagement en voorts van derden naar keuze
  • De gemeente beoordeelt de plannen in het gremium voor ‘het op overeenstemming gericht overleg’ tussen gemeente en scholenveld
  • De gemeente verantwoordt het geheel en de delen van “Onderwijskansen op maat” binnen het landelijke kader van het Onderwijskansenplan
1.4 Doelstellingen
De uiteindelijke opbrengst van deze extra kwaliteitsimpuls aan scholen binnen het onderwijs-kansenprogramma moet zijn dat, na verloop van de convenantperiode, concrete resultaten op de scholen zelf aan te wijzen zijn inzake de verbetering van leerlingprestaties, het verminderen van schoolverzuim en schooluitval en de verhoging van het aantal leerlingen dat binnen het voortgezet onderwijs een startkwalificatie behaalt. Het programma “Onderwijskansen op maat” vertaalt de beoogde resultaten van het onderwijskansenprogramma als volgt:
De concrete projectresultaten zullen worden geformuleerd binnen de kaders van meetbare doelen, zoals deze binnen het bestaande GOA-beleid zijn geformuleerd.

Voor de 4 geselecteerde basisscholen geldt met name als beoogd projectresultaat dat hun CITO-scores blijvend zullen moeten aansluiten bij de gemiddelde CITO-scores van de schoolgroep tot welke deze scholen behoren gegeven het percentage achterstandsleerlingen.
Voor de geslecteerde school voor voortgezet onderwijs wordt verwacht dat hun leerlingprestaties, schoolverzuim en schooluitval tenminste aansluiten bij de gemidelden zoals deze aangetroffen worden bij het VMBO.

Hiervoor staan verschillende wegen open zoals een vergroting van de professionaliteit van leerkrachten en schoolleiding, het invoeren van een integraal taalbeleid en/of het inzetten van computers in het onderwijs. Het landelijk beleidskader stelt tevens dat moet worden aangegeven in hoeverre en op welke manier scholen in het primair onderwijs programma’s voor- en vroegschoolse educaties (willen gaan) inzetten en op welke manieren scholen in het voortgezet onderwijs gebruik maken met vernieuwingen binnen het VMBO zoals de leer-en werktrajecten. Door het accent binnen het onderwijskansenplan te leggen bij de school zelf, kan echter noch landelijk noch stedelijk worden voorgeschreven op welke thema’s actie moet worden ondernomen en op welke manier dat moet gebeuren. Tegelijkertijd zijn de thema’s waarop het onderwijsachterstandenbeleid zich richt en die in het landelijk beleidskader voor onderwijskansen worden genoemd niet nieuw. De volgende kernthema’s zijn dan ook van groot belang bij de uitwerking van de gemeentelijke aanpak van onderwijskansen en dus van “Onderwijskansen op maat” :
  • Het ontwikkelen van een integraal taalbeleid, zowel binnen het primair als het secundair onderwijs. Een goede beheersing van de Nederlandse taal geldt als basisvaardigheid voor zowel allochtone als autochtone kinderen. Afhankelijk van de specifieke schoolsituatie en leerling achtergronden worden - indien nodig - gerichte methoden ingezet en wordt gewerkt aan de deskundigheidsbevordering van de leerkrachten om het taalonderwijs te verbeteren
  • Het realiseren van de aansluiting op voor- en vroegschoolse educatie. Met de methodische voor- en vroegschoolse programma’s wordt beoogd kinderen, zowel in cognitieve als in sociale en emotionele vaardigheden, optimale ontwikkelingskansen te geven
  • Het bieden van een startkwalificatie voor alle leerlingen. Specifiek voor het voortgeze onderwijs dienen de belemmeringen inzake schoolsucces te worden weggenomen en dient krachtige ondersteuning plaats te vinden van vernieuwingen op het gebied van leerwerktrajedten, de aansluiting van het VMBO en de BVE en het voorkomen van voortijdig schoolverlaten
  • Het verbeteren van de inzet van informatie- en communicatietechnologie. Kinderen leren op vele manieren. Door kinderen met onderwijsachterstanden via de moderne middelen een nieuwe spannende en uitdagende leeromgeving te bieden kan de school hen beter toerusten voor het maatschappelijk leven van vandaag. Het ontwikkelen van een goed computernetwerk is daarmee onderdeel van het inhalen van onderwijsachterstanden, zowel binnen het primair als voortgezet onderwijs.
  • Het vergroten van de betrokkenheid van ouders. Nieuwe kansen voor achterstands-scholen worden mede gerealiseerd door ouders beter bij het onderwijs van hun kinderen te betrekken.
  • Het optimaliseren van de professionaliteit van leerkrachten en schoolleiding. “Onderwijskansen op maat” stelt zich ten doel waar nodig ontwikkelingstrajecten van leerkrachten en schoolleiding te ondersteunen bij het oplossen van de school-specifieke problemen en voor het aanvullen van pedagogische, didactische en organisatorische kwaliteiten.
Zoals gezegd zijn bovenstaande doelen geen keurslijf waaraan de school zich moet onderwerpen. Wel zijn het de aandachtpunten en mogelijkheden waarvan de school in hun analyses en verbeterplannen moeten aangeven in hoeverre en in welke mate de door hen voorgestelde plannen een positieve uitwerking hebben op deze terreinen. Het gaat immers om een geïntegreerde aanpak van de langdurige en hardnekkige onderwijsachterstanden op een school. Van de scholen wordt gevraagd dat ze zelf concreet maken wat ze met hun verbeterplan beogen en waarom en op welke manieren ze daarmee het onderwijs van hun school denken te optimaliseren. Kortom, het is zaak dat ieder verbeterplan duidelijk doelen formuleert waarvoor de extra middelen en ondersteuning worden ingezet.

In het onderwijskansenplan wordt veel nadruk gelegd op het belang van het bijeenbrengen en vooral beschikbaar stellen van de opgedane inzichten inzake schoolspecifieke oorzaken van onderwijsachter-stand en dus ook schoolspecifieke mogelijkheden voor verbeteringen. Hiermee kunnen nieuwe inzichten verkregen worden over de mogelijkheden en effecten van het onderwijsachterstandenbeleid; informatie die van groot belang is voor het vervolg van het GOA-beleid na 2002. De landelijke projectgroep draagt zorg voor de coördinatie van de aanpak per stad en verwerkt de opgedane ervaringen.
Vervolgens worden deze onder andere beschikbaar gesteld op de website onderwijskansen. Hierdoor is het mogelijk alle achterstandsscholen zo optimaal mogelijk te laten profiteren van elders opgedane ervaringen en kennis in het bestrijden van onderwijsachterstanden.


1.5 Aanverwante beleidsterreinen
De integrale aanpak van “Onderwijskansen op maat” neemt de school als uitgangspunt van analyse en verandering en wil de school in zijn kerntaak als lerende organisatie versterken. Daarmee verplicht “Onderwijskansen op maat” zich tevens om - waar mogelijk - samen te werken met bestaande programma’s binnen het onderwijsachterstandenbeleid van Heerlen.

In nauw overleg en samenwerking met de bestuurlijke organisaties wil “Onderwijskansen op maat” de regiefunctie voor de gemeentelijke overheid vorm geven door maatwerk per school te leveren, waarbinnen de verschillende programma’s elkaar kunnen gaan versterken. In het kader van het realiseren van nieuwe onderwijskansen voor achterstandsscholen in Heerlen zijn met name de Voor- en vroegschoolse educatie, het Integraal Jeugdbeleid, het Grote beleid, het beleid t.a.v. de sluitende aanpak voortijdig schoolverlaten en het beleid inzake de Regiovisie voortgezet onderwijs van wezenlijk belang.

Voor en vroegschoolse educatie
Sinds jaren wordt er in Heerlen, evenals elders in het land, op intensieve wijze gewerkt aan het verbeteren van de aanvangsituatie van kinderen voor de basisschool. In het kader van voor- en vroegschoolse educatie zijn recentelijk nieuwe programma’s ontwikkeld. Met name de taalachterstanden waarmee een deel van de Heerlense kinderen hun schoolloopbaan begint, vermindert na deelname aan de voor- en vroegschoolse educatie. Daarmee vormt deze voor- en vroegschoolse educatie een nieuw onderdeel van het gemeentelijk achterstandsbeleid, waarvoor landelijk en op gemeentelijk niveau extra middelen zijn vrijgemaakt. Deze ontwikkeling biedt met name voor de onderwijskansscholen een nieuwe mogelijkheid om in een vroeg stadium kinderen te helpen de te verwachten onderwijsachterstanden van groepen leerlingen te voorkomen.

Integraal Jeugdbeleid
De samenhang in het jeugdbeleid benadrukt enerzijds de eigen verantwoordelijkheid van de verschillende domeinen waar het jeugdbeleid mee te maken heeft, gezin, school, jeugdzorg en vrije-tijd/kinder- en buitenschoolse opvang, sport en cultuur en anderzijds de noodzaak van samenhang tussen deze domeinen. Hoewel de school dus geen instelling is voor jeugdzorg, staat het nut en belang van een gerichte samenwerking tussen jeugdzorg en de school niet meer ter discussie. Het idee van de school als vindplaats van de zogenaamde risicojongeren plaatst de school ook steeds meer in het middelpunt van de belangstelling voor allerlei aspecten van jeugdbeleid. De toenemende aandacht voor deze groep jongeren is ook te zien in de vele preventie- en begeleidingsprojecten rond deze jongeren bijvoorbeeld in de projecten rond jeugd en veiligheid. In en om het gezin, de school en de buurt wordt geprobeerd jongeren te behoeden voor problemen als voortijdig schoolverlaten, werkloosheid en criminaliteit.

Grote beleid
In het grote stedenbeleid komen de hiervoor genoemde aandachtsgebieden terug. Onderwijs en jeugdbeleid evenals aandacht voor zorg en veiligheid zijn voor zowel de economische als de sociale pijler van belang om de doelen van het Grote beleid te kunnen realiseren. Hierbinnen vormt het fenomeen van de ‘De Brede School’ een aandachtspunt voor het realiseren van een grotere samenwer-king tussen verschillende instellingen op het terrein van onderwijs, zorg en welzijn.
Gebleken is dat er in Heerlen op diverse locaties in de stad intiatieven voor een Brede School onderschreven worden. De gedachte van de Brede School wordt gedragen door de zorg voor het optimaliseren van het onderwijs voor alle leerlingen door een breed aanbod van onderwijsondersteunende arrangementen en een brede samenwerking met aan het onderwijs gelieerde projecten en instellingen. Goede opvangmogelijkheden voor kinderen voor en na school, alsmede een samenwerking met zorg- en welzijnsinstellingen kan voor scholen met veel achterstandskinderen bijdragen aan een versterking van het onderwijsleerproces. Het versterken van deze samenwerking vormt ook binnen “Onderwijskansen op maat” een belangrijk aandachtspunt.

Beleid inzake sluitende aanpak voortijdig schoolverlaten
Op niveau van Parkstad Limburg, het bestuurlijk samenwerkingsverband van de acht gemeenten met in totaal 270.000 inwoners in de regio Oostelijk Zuid-Limburg, met Heerlen als centrumgemeente, is het Bureau Voortijdig Schoolverlaten ingericht met de opdracht het realiseren van een sluitende aanpak voortijdig schoolverlaten.
In dit bureau zijn de taakopdrachten centrale leerplicht- en leerlingenadministratie, leerplicht, Regionale Meld- en Coördinatiefunctie (RMC), intermediaire trajectbegeleiding, intermediaire jeugdhulpverlening en het pilot-project loopbaanadviseurs van het ministerie van OC en W, ondergebracht. Naast de wettelijke opdrachten voert het bureau een met het onderwijsveld afgestemd beleid uit in de aanpak voortijdig schoolverlaten. De invulling van de gemeentelijke taken en verantwoordelijkheden zijn daarbij complementair aan de taken en verantwoordelijkheden van het onderwijsveld. Het versterken van deze complementariteit van taken en verantwoordelijkheiden is een belangrijk aandachtspunt.

Beleid inzake regiovisie voortgezet onderwijs
Eveneens op niveau van Parkstad Limburg is de regiovisie voortgezet onderwijs vastgesteld, welke nadrukkelijk uitgaat van vorming van brede scholengemeenschappen, c.q. gemeenschappen van scholen of daarmee vergelijkbare constructies via een verantwoorde spreiding binnen Parkstad Limburg, waardoor met name de volgende doelen worden gehaald:
  • Mogelijkheid van instroom voor iedereen
  • Er zal minder uitval zijn. Als de leerling, om welke reden dan ook, niet “functioneert” binnen een schooltype, dan blijft die leerling toch binnen het zelfde instituut. Het zicht op het vervolgtraject blijft behouden, waardoor een gerichte opleiding optimaal verzekerd is
  • Het VMBO komt niet in een geïsoleerde positie te staan. Integendeel het imago daarvan wordt opgekrikt. Het VMBO kan dan meer worden gezien als een volwaardig onderdeel van een opleidings-instelling
  • Er kan betere aansluiting worden gezocht richting arbeidsmarkt. Door leerlingen te volgen kan meer en beter rekening worden gehouden met een later plek op de arbeidsmarkt, terwijl tevens beter kan worden ingespeeld op de toekomstige wensen en behoeften van de arbeidsmarkt

1.6 Samenvatting
In het convenant van 16 mei 2001 zijn de afspraken over de uitwerking, uitvoering en evaluatie van het Onderwijskansenplan tussen de rijksoverheid en de gemeenten vastgelegd. Het Rijk en de stad maken afspraken over het verbeteren van het rendement van het onderwijs en de onderwijsprestaties van de leerlingen. Deze vallen onder het bestaande gemeentelijke onderwijsachterstandenbeleid en over het systematiseren en toegankelijk maken van de beschikbare kennis over de aanpak van onderwijsachter-standen.


HOOFDSTUK 2

Programmamanagement
Evenals ten aanzien van het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid voert de gemeente bij de uitwerking van het onderwijskansenbeleid met het programma “Onderwijskansen op maat” de regie, hetgeen betekent dat de gemeente verantwoordelijk is voor het ontwikkelen, de opstelling, uitvoering en evaluatie van “Onderwijskansen op maat”. Het voeren van de gemeentelijke regie in Heerlen impliceert overleg en samenwerking met de schoolbesturen binnen het Op Overeenstemming Gericht Overleg.
Conform het convenant dat de gemeente met het Rijk gesloten heeft voor het realiseren van het onderwijskansenbeleid, dragen de schoolbesturen, in samenspraak met de gemeente, zorg voor een samenhangende, doelmatige en effectieve besteding van de extra middelen verbonden aan het onderwijskansenbeleid met de schoolgebonden middelen, de middelen voor het Gemeentelijk Onderwijsachterstandenbeleid (GOA-beleid). Vanuit haar regierol vervult de gemeente hierin een initiërende en toetsende rol.

Het programmamanagement van het OKP is ingebed in het procesmanagement van het GOA-beleid van de gemeente Heerlen. Schematisch is dit als volgt samen te vatten.

Gemeente voert regie, initieert en toetst
COLLEGE (en/of Raad)


OOGO vormt het formele gremium voor het overleg met het onderwijsveld
Voorbereiding Werkgroep GOA/OKP


GOA-scholen / Onderwijskansenscholen

HOOFDSTUK 3

Programmaonderdelen onderwijskansen op maat


3.1 Selectie van de scholen
Uitgangspunt voor de selectie van scholen die deel kunnen nemen aan het programma “Onderwijskansen op maat” is dat het hier scholen betreft waar sprake is van een significante, hardnekkige achterstand in leerprestaties en/of onderwijsrendement. Voor deze scholen is een goed uitgestippeld verbetertraject en ondersteuning urgent.
Voor de selectie van deelnemende scholen zijn de volgende criteria gehanteerd:
de CITO-scores en gegevens uit recente RST/IST/GST-onderzoeken van de inspectie.
Verder hebben als aanvullende criteria het percentage achterstandsleerlingen en de situationele context van de scholen bij de uiteindelijke keuze een rol gespeeld.
Op basis van een analyse van deze gegevens is, nadat de inspectie van het onderwijs daarover geïnformeerd is, op voordracht van de Werkgroep OKP, het OOGO gehoord, het college van burgemees-ter en wethouders van Heerlen tot een selectie van de scholen gekomen.
Resultaat:

  • 4 scholen PO nemen deel
  • 1 school voor VMBO neemt deel
3.2 Beeldvorming startsituatie deelnemende scholen
Om zowel de individuele school zelf alsook het programmamanagement een helder beeld te geven van de startsituatie, is het noodzakelijk om met gebruik van een zelfdiagnose-instrument en recente onderzoeks-gegevens van de inspectie als het ware een ‘foto’ van de school te maken. De startsituatie immers vormt het fundament voor het traject van planmatige verbetering op schoolniveau zoals dit in een schoolspeci-fiek verbeterplan gestalte dient te krijgen.
Deze systematische analyse van de huidige schoolsituatie stelt de scholen ook beter in staat om concreter en gerichter hulpvragen te stellen in de richting van begeleidingsinstituten. Om snel een goed beeld van de school te krijgen zijn verschillende zelfdiagnose-instrumenten beschikbaar. Recente RST- of IST-rapportages van de inspectie vormen een belangrijke informatiebron in deze. Bij het opstellen van deze analyses dient gebruik te worden gemaakt van een formatbeschrijving met een aantal vaste rubrieken, zoals afstemming met de inzet van middelen van de lokale overheid inzake verbeter- en vernieuwingsprojecten, de school-gebonden GOA-gelden, het scholingsbeleid en dergelijke. Zo nodig kan gebruik worden gemaakt van de diensten van externe deskundigen. Door het programmamanagement zal hiervoor een voorstel worden uitgewerkt en zullen nadere criteria worden opgesteld waaraan de analyses moeten voldoen.
De volgende domeinen zijn van belang in de door de scholen gehanteerde analyse-instrumenten:
  • algemene uitgangspunten van de school
  • onderwijsleerproces (aanbod, leertijd, didactisch handelen, de leraar et cetera)
  • opbrengsten (leerlingresultaten)
  • schoolcondities(onder andere schoolleiding, inzet van middelen)
  • waardering door betrokkenen (medewerk(st)ers, leerlingen en ouders en omgeving)
  • management van processen, personeel en middelen
  • beleid en strategie
  • leiderschap
3.3 Opstellen verbeterplannen
Nadat de scholen hun eigen startsituatie in kaart hebben gebracht gaat iedere school een specifiek Verbeterplan opstellen. Bij het opstellen van dit plan dient gebruik te worden gemaakt van een formatbeschrijving met een aantal vaste rubrieken. Dit format zal door het programmamanagement worden ontwikkeld. Het format zal in ieder geval aandacht besteden aan de structuur van het Verbeter-plan:
  • concrete doelen
  • heldere en meetbare resultaten
  • instrumenten en middelen
  • gewenste ondersteuning en scholing
  • begroting
  • tijdspad
Daarnaast zal in het format ook de focus komen te liggen op de inbedding- en relatie met bestaande lokale projecten en onderwijsvernieuwingen, zoals:
Voor het basisonderwijs:
  • relatie met taalintensiveringsprogramma’s
  • voor- en vroegschoolse educatie
  • brede schoolontwikkelingen
  • ICT

Voor het voortgezet onderwijs:

  • leertrajecten
  • ICT-plannen
  • vakmanschap
Verder ligt het voor de hand dat de scholen ook hun samenwerkingsrelaties/verbanden in het verbeterplan omschrijven. Het is wederom niet uitgesloten dat een aantal van de geselecteerde scholen er de voorkeur aan geeft om bij de planontwikkeling ook de hulp van een extern deskundige in te roepen. Dit behoort tot de mogelijkheden. De vorm van de ondersteuning en de keuze voor en deskundige is aan de school zelf. Het programmamanagement kan, indien gewenst, als makelaar optreden. Met het verplicht gebruiken van de format ontstaat er voor het programmamanagement ook uniformiteit in aanlevering hetgeen de aansturing van het totale programma “Onderwijskansen op maat” krachtiger maakt.

Resultaat:
  • Een helder uitgelijnd verbetertraject per school
3.4 Beoordeling en vaststelling verbeterplannen
Nadat de scholen hun door de schoolbesturen vastgestelde verbeterplannen hebben ingediend worden de plannen beoordeeld op basis van de in het format aangereikte criteria (zie 3.3). Bij deze beoordeling zal ook de inspectie Primair Onderwijs en Voortgezet Onderwijs worden betrokken.
Definitieve beoordeling vindt plaats in het OOGO met een bindend advies aan het College van burgemeester en wethouders.

3.5 Uitvoering verbeterplannen
Nadat de verbeterplannen zijn vastgesteld kan de uitvoering starten.
Gedurende het uitvoeren van de verbeterplannen zal het programmamanagement regelmatig overleg voeren met de betrokken scholen, de schoolbesturen, OOGO, alsmede de inspectie en begeleidingsinsti-tuten.

3.6 Evaluatie en voortgang
De evaluatie per school is met name bedoeld om de resultaten per school in kaart te brengen. Hierbij zal analoog aan het opstellen van de verbeterplannen in samenwerking met de scholen een evaluatieformat worden ontwikkeld en aangereikt aan de scholen. De school evalueert op schoolniveau, het programma-management op projectniveau.
Over de evaluatie en voortgang zal terugkoppeling plaatsvinden naar de scholen, de schoolbesturen, OOGO, College van Burgemeester en wethouders en inspectie. De eindevaluatie zal tenslotte ter goedkeuring worden voorgelegd aan het OOGO en het College van burgemeester en wethouders.
De school rapporteert aan de hand van het verbeterplan en het ontwikkelde evaluatieformat twee keer per jaar.

Voortgangsrapportage programma “Onderwijskansen op maat”

Het programmamanagement zal eenmaal per jaar ook een voortgangsrapportage opstellen over de voortgang van de activiteiten en interventies op programmaniveau.
De eerste voortgangsrapportage zal met name gaan over de activiteiten van de voorbereiding en opstart van het programma.

3.7 Monitoring verbeterplannen
Aan het eind van het eerste schoolseizoen dat de programmascholen werken aan hun verbeterplan zal er een monitoring plaatsvinden om de bereikte resultaten te meten. Daarnaast wordt er op deze manier ook in evaluatieve zin een directe relatie gelegd met andere lokale beleidsontwikkelingen en evaluatie in het kader van lokaal onderwijskansenbeleid.
Het betreft met name de CITO-scores.

Uit deze monitoringgegevens op leerlingniveau alsmede de evaluatiegegevens op school-niveau, wordt een totaalmonitor samengesteld. Zo ontstaat een goed beeld van de prestaties van het programma “Onderwijskansen op maat”. De evaluatiegegevens zullen worden aangeboden aan het OOGO, het College van Burgemeester en Wethouders en aan het Ministerie van OC&W.

3.8 Communicatie over “Onderwijskansen op maat”
Een goede en heldere communicatiestructuur is van essentieel belang voor de voortgang van het project. Uitgangspunt in deze vormt de eigen sturing van en verantwoordelijkheid voor het verbetertraject van de individuele projectschool, van het management en de medewerk(st)ers. Dit uitgangspunt bepaalt de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de communicatie van het project en de middelen die daarbij zullen worden gehanteerd. Tevens moet in het communicatieplan rekenschap worden gegeven van de verschillende partijen die bij de uitvoering van het plan betrokken zijn.
Daarnaast worden ook op landelijk niveau initiatieven ontwikkeld om op een eigentijdse en adequate wijze het onderwijskansenbeleid op het gebied van informatievoorziening te stroomlijnen. “Onderwijskansen op maat” zal ook aansluiting zoeken bij ontwikkelingen in dat kader.

De communicatie in “Onderwijskansen op maat” wordt uiteraard al voor een deel ingevuld door de reguliere overleg- en besluitvormingstructuur (zie hoofdstuk 1). Verder bieden de in het Plan van Aanpak genoemde voortgangsrapportages, de evaluatie en monitoring al veel informatie over de voortgang en resultaten.
Toch is het programmamanagement van mening dat met name de deelnemende scholen, de besturen en ouders voorzien moet worden van relevante informatie. Het betreft hier onder andere actuele informatie vanuit het programmamanagement, praktijkgerichte informatie en uitwisseling van ervaringen, verbeterplannen en goede praktijkvoorbeelden.


HOOFDSTUK 4

Financiële gegevens "Onderwijskansen op maat"

Door de rijksoverheid is aan de gemeente Heerlen voor het onderwijskansenbeleid voor de periode tot 1 augustus 2002 een bedrag van f. 1.210.000,-- beschikbaar gesteld.

Bij het beschikbaarstellen van dit geld wordt ervan uitgegaan dat voor 4 scholen voor PO een gemiddeld bedrag van maximaal f. 175.000,-- per school op jaarbasis beschikbaar zal zijn en dat voor 1 school voor VMBO een bedrag van maximaal f. 375.000,-- op jaarbasis beschikbaar zal zijn. Afhankelijk van de inhoud van de ingediende verbeterplannen kunnen de bedragen per school verschillen.
Voor coördinatie van het lokale onderwijskansenbeleid is f. 135.000,-- bestemd

Gemeente Heerlen
25-03-2002

Download: Plan van aanpak (104 kB)

Printversie