 |
Download
Traject veloop
Selectie-procedure
OK-plan vertaald naar situatie
Welke kans biedt OK-plan scholen
Volgende fase traject
|
 |
Aan de slag met Onderwijskansen in Tilburg
Trudy Raymakers en Jan Korst aan het woord over het Onderwijskansenplan en de stand van zaken in Tilburg op 5 juli 2001
Hoe is het traject tot nu toe verlopen? ‘Onder zeer grote tijdsdruk hebben de G21, waaronder Tilburg, de wederzijdse inspanningsverplichtingen ten aanzien van het onderwijskansenbeleid vastgelegd’, vertelt Trudy Raymakers. ‘In vergelijking met de vier grote steden is er voor de G21 veel minder tijd beschikbaar voor de eerste fase van dit traject. In hoog tempo hebben wij de afgelopen periode gewerkt aan de totstandkoming van het plan van aanpak en aan de selectie van de scholen. Terwijl de tijdsperiode waarin de G21/100.000+ gemeenten moeten starten erg ongunstig is, omdat de scholen het voor de zomervakantie altijd ontzettend druk hebben’, vult Jan Korst aan. ‘Toch is het allemaal gelukt en kunnen wij zeggen dat er een goed plan van aanpak is geschreven dat de toets der kritiek kan weerstaan’.Op 23 november 2000 is er een gesprek gevoerd tussen de gemeente Tilburg (wethouder van Herwijnen) en de verantwoordelijk procesmanager van het PMPO (J. Kriens), die dit gesprek voerde namens de Staatssecretaris, c.q. het ministerie van OCenW.
Op 14 februari 2001 hebben de schoolbesturen in het Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO) het plan van aanpak goedgekeurd. Dit plan van aanpak is vervolgens door het college van burgemeester en wethouders op 12 maart 2001 vastgesteld. Op 5 april hebben de gemeente Tilburg en de Tilburgse schoolbesturen het Convenant Onderwijskansen ondertekend. Tijdens deze bijeenkomst heeft prof. dr. A. Vallen, hoogleraar Meertaligheid en Onderwijs aan de KUB het onderwijskansenplan toegelicht vanuit zijn visie op de kansen voor voor-en vroegschoolse educatie en taalbeleid. Een samenvatting van zijn presentatie kunt u hier downloaden. Op 27 april heeft de gemeente Tilburg de definitieve voordracht van de OK-scholen in Tilburg voorgelegd aan het ministerie. Op 28 juni heeft de startbijeenkomst over de schoolontwikkelingsplannen voor de geselecteerde onderwijskansenscholen plaatsgevonden. In augustus en september wordt de diagnose uitgevoerd en worden de schoolontwikkelingsplannen ontwikkeld. De schoolontwikkelingsplannen dienen 1 november 2001 gereed te zijn.
De selectieprocedure Ten behoeve van de selectieprocedure heeft de gemeente Tilburg verkennende gesprekken gevoerd met de inspectie en met alle schoolbesturen voor potentiële OK-scholen. Tijdens deze voorbesprekingen is er een onderscheid gemaakt tussen scholen die een ruggesteun, schouderklop of een collectieve schouderklop kunnen gebruiken in het kader van Onderwijskansen.
Ruggesteun - Scholen waarbij de prestaties onder de verwachting liggen en die op meerdere onderdelen zwak scoren.
- Scholen waarbij zowel eind- als tussentijdse resultaten aan de verwachtingen voldoen, maar die op behoorlijk wat onderdelen uit de RST of IST rapportage zwak scoren. Prioriteit daarbij wordt gegeven aan scholen waar sprake is van een dalende lijn of waar op grond van input-kenmerken (zie bijlage) problemen in het handhaven van het prestatie-niveau worden verwacht. Sterk preventief gericht dus.
Schouderklop- Scholen waarbij prestaties boven verwachting zijn en die in de IST/RST's weinig onvoldoendes scoren.
- Scholen waarbij prestaties zijn zoals verwacht en die weinig onvoldoendes scoren in de IST/RST rapportages. Prioriteit wordt daarbij gegeven aan scholen die op een aantal gebieden bijzonder goed scoren en een voorhoedefunctie kunnen hebben in de ontwikkeling van het lokale beleid; good practice kunnen laten zien/ontwikkelen op het gebied van VVE, integraal taalbeleid, doorgaande leerlijn, zorgsysteem, gedragsproblematiek, sociaal-emotionele ontwikkelingen, omgaan met verschillen en onderwijs in leerstrategieën.
Collectieve schouderklop- Scholen in een samenwerkingsgebied die al intensief samenwerken, die naar verwachting scoren en allen weinig zwakke punten vertonen.
- Waar het gezamenlijk inzetten van middelen een duidelijke meerwaarde heeft.
- Prioriteit wordt gegeven aan scholen die een voorhoedefunctie kunnen hebben in de ontwikkeling van het lokale beleid; good practise kunnen laten zien/ontwikkelen op het gebied van de integrale benadering zoals hieronder toegelicht.
Een verbindend element in de collectieve schouderklop is de vergrote oriëntatie van de school op haar omgeving. De centrale thema's vragen van de school afstemming en samenwerking met externe organisaties. De deskundigheid van externe organisaties moet verbonden worden aan het schoolbeleid.Integrale benadering Belangrijk uitgangspunt is een integrale benadering van de problematiek. In het ontwikkelingsplan moet de relatie met andere relevante beleidsterreinen, zoals brede school, lokaal jeugdbeleid en voor-en vroegschoolse educatie helder zichtbaar zijn. Daarnaast speelt beleid met betrekking tot veiligheid, voor- en buitenschoolse opvang, ouders, volwasseneneducatie, jeugdzorg, preventie en jeugdhulpverlening een belangrijke rol. Bron: Plan van aanpak en convenant onderwijskansen voor het primair en voortgezet onderwijs Tilburg |
Daarnaast zijn de criteria voor het voordragen van scholen voor het onderwijskansenplan geformuleerd. Hierbij gaat het om scholen in het primair onderwijs die:
- 50% of meer achterstandsleerlingen hebben (leerlingen met een gewicht > 1.00) en scholen die volgens prognose (via extrapolatie over de afgelopen 3 jaar) binnen 3 jaar die 50% bereiken. Het 50% criterium valt in Tilburg precies samen met de in het lokale beleid gehanteerde definitie van voorrangsscholen.
- concrete ontwikkelingsbehoeften hebben waarbij de rapportages van de inspectie over het integraal en regulier schooltoezicht per school (IST/RST) leidend zijn voor de te formuleren ontwikkelingsbehoeften in het kader van het onderwijskansenplan. M.a.w. de rapportages kunnen in geen geval genegeerd worden.
- waar het nog niet mogelijk is met bestaande middelen en de huidige instrumenten de gewenste verbeteringen te realiseren
- waar de te behalen doelen helder, meetbaar en gefaseerd geformuleerd kunnen worden, in ieder geval op de geformuleerde centrale thema's.
- en waar elementaire voorwaarden aanwezig zijn om concrete resultaten te kunnen realiseren. Het functioneren van de schoolorganisatie is zo'n elementaire voorwaarde. Functioneert deze niet, dan dient de schoolorganisatie (parallel of voorafgaand hieraan) effectief ingericht en geprofessionaliseerd te worden.
Aanvankelijk leker er geen scholen in het voortgezet onderwijs te zijn die voldeden aan het criterium 40% cumi-leerlingen. In een later stadium bleek dat er wel een school voor voortgezet onderwijs aan dit criterium voldeed. Deze school is inmiddels ook officieel tot onderwijskansenschool benoemd. In het eindverslag met 28 grote gemeenten over het onderwijsconvenant van 6 december 2000 wordt aangegeven dat er ook bereidheid is om te bekijken of scholen die onder het criterium van 40% cumi-leerlingen zitten in aanmerking komen. Goede plannen zouden soepel bekeken worden.De Tilburgse schoolbesturen hebben OK-scholen voorgedragen op basis van de door de gemeente aangereikte criteria en een toetsingskader. De gemeente heeft op basis van deze voordrachten, na overleg met de klankbordgroep, een keuze gemaakt voor de voordracht aan het ministerie.
Er zijn zes OK-scholen voor een ruggesteun, twee voor een schouderklop en één voor een collectieve schouderklop én twee VO-scholen voorgedragen. In de gemeente Tilburg werd na overleg met het ministerie van OC&W een zestal scholen als Onderwijskansenscholen aangemerkt: vijf scholen voor primair onderwijs en één school voor voortgezet onderwijs.Trudy Raymakers en Jan Korst vertellen: "Wij hebben de afgelopen periode ontzettend veel geïnvesteerd om de selectieprocedure zo goed mogelijk te laten verlopen. Dat is ook gelukt. In een hele korte tijdsperiode en in samenwerking met de inspectie en alle schoolbesturen is er een uitgebreide lokale analyse gemaakt. De selectie van scholen is ook uitgebreid onderbouwd. Om het hele onderwijsveld erbij te betrekken en enthousiast te maken, is er een convenant ondertekent met alle schoolbesturen, dus ook met schoolbesturen die niet voor Onderwijskansen in aanmerking komen. Wij waren dan ook erg teleurgesteld in de eerste toekenning van scholen door het Ministerie en vinden het heel jammer dat deze toekenning nauwelijks was onderbouwd". Jan Korst en Trudy Raymakers hebben sterk de indruk dat het Ministerie zich bij de toekenning van scholen heeft laten leiden door de landelijke Onderwijsinspectie in plaats van door de lokale analyse die de gemeente in samenwerking met het veld heeft gemaakt. "Dit maakt de uitvoering van de taak van de gemeente en de rol die zij vervult bij de aansturing van het lokale beleid soms moeilijk", zegt Jan Korst. "Je maakt scholen enthousiast, ze investeren er tijd in en vervolgens moet je ze weer teleurstellen omdat zij niet in aanmerking komen voor Onderwijskansen". "In tegenstelling tot de vier grote steden hebben de G21 ook nauwelijks kunnen onderhandelen over de randvoorwaarden van dit traject", legt Trudy Raymakers uit. "De aansturing vanuit het ministerie is niet altijd in overeenstemming de strategie die wij hanteren binnen het huidige lokale beleid".
Hoe is het onderwijskansenplan vertaald naar de situatie in Tilburg? Het Onderwijskansenplan in Tilburg wordt opgevat als het intensiveren van het bestaande lokaal beleid. Er is geen sprake van een aparte beleidsstroom, maar van een aanvulling op en een verdieping van bestaand beleid. Onder het bestaande beleid vallen het Onderwijsachterstandenbeleid (GOA-beleid), beleid voortijdig schoolverlaten, de brede school en het beleid ingezet met de kadernota's jeugdbeleid en multiculturele samenleving. Een belangrijk uitgangspunt in de gemeente Tilburg is de integrale benadering van de problematiek. "In het ontwikkelingsplan van de scholen moet de relatie met andere relevante beleidsterreinen, zoals brede school, lokaal taalbeleid en voor- en vroegschoolse educatie dan ook zichtbaar zijn", vertelt Jan Korst.
`Er is al een strategie ontwikkeld over hoe alle voorzieningen voor de jeugd van 0 tot 18 jaar op elkaar aan moet sluiten´, vult Trudy Raymakers aan. ‘Binnen het GOA-wijkoverleg wordt daar al hard aan gewerkt, dus in die zin vragen wij van OK-scholen om bij hun planvorming hierbij aan te sluiten. Scholen hebben ook gevraagd naar de mogelijkheid om gezamenlijk binnen de Brede School te werken aan het OK-traject. Helaas is dit niet mogelijk, alhoewel het wel een onderdeel van onze strategie is met betrekking tot samenwerking en afstemming op lokaal niveau’.
‘Ook de veertien scholen die nu niet gehonoreerd worden in dit OK-traject zullen wij bij de verdere GOA-planvorming tegemoet komen. Wij gaan ook heel serieus naar hun plannen kijken. In dit opzicht is dit een heel leuk traject. Door de werkwijze die wij in het OK-traject hebben gehanteerd, is er nu een scala aan ideeën beschikbaar die mede de basis kunnen vormen voor het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid in de volgende planperiode´, aldus Jan Korst.
Welke kansen biedt het Onderwijskansenplan aan de scholen in Tilburg? De meerwaarde van het onderwijskansenplan ten opzichte van het huidige GOA-beleid ligt volgens Trudy Raymakers en Jan Korst vooral in de gerichtheid op de kern van het primaire onderwijsproces. De wijze waarop de inspectie betrokken wordt bij dit traject levert ook nieuwe kansen voor het Gemeentelijk OnderwijsAchterstandenbeleid (GOA) voor de volgende planperiode. Trudy Raymakers zegt:‘In plaats van de breedtestrategie die tot nu toe gehanteerd is, kunnen wij meer de diepte in omdat onderwijskansen nu veel meer gericht is op het primaire proces op de school. Daarnaast komt er door de schooldiagnose veel meer informatie over scholen beschikbaar’.
‘Ook worden de scholen zelf steeds opener over hetgeen er allemaal speelt op school’. Op een conferentie die wij het afgelopen schooljaar is georganiseerd, hebben scholen samen met de OBD vertelt wat hun ambities zijn. Door gezamenlijk verwachtingen uit te spreken wordt het ook steeds duidelijker waar je als school of OBD op afgerekend wil worden. Dit was een goede start om de inhoudelijk discussie vorm te geven’, concludeert Jan Korst.´Het creëren van draagvlak bij het OK-traject was in Tilburg geen enkel probleem. Het spreekt de scholen aan dat zij hun eigen plannen mogen maken. Alleen tegen het tempo en het tijdstip waarop de eerste fase van dit traject zich bevindt, levert bezwaren op’, zegt Jan Korst.
Trudy Raymakers: ´De afgelopen jaren heeft de gemeente Tilburg bij de beleidsvorming hard gewerkt aan het creëren van draagvlak en bij de Brede Schoolvorming is er veel geïnvesteerd in samenwerking tussen de scholen en instellingen. Scholen zijn als het ware van hun eiland afgehaald. Scholen overleggen bijvoorbeeld met instellingen waar zij hun schoolgebonden middelen in het kader van GOA voor inzetten’. ´Naast deze kans zie ik ook bedreigingen´, gaat Trudy verder. ‘Het OK-plan doet eigenlijk het tegenovergestelde en scholen voelen zich daar ook wel gelukkig mee. Nu kunnen zij het weer zelf doen. We moeten oppassen dat wij niet een stap terugzetten ten aanzien van samenwerking en afstemming’.
‘Er wordt veel verwacht van deze impuls, terwijl er in voorwaardelijke zin heel wat is blijven liggen zoals bijvoorbeeld ten aanzien van de huisvesting en het personeelsbeleid. Met allerlei projecten probeer je nu aan de inhoud te sleutelen. Wij zijn het wel eens met de inhoud, alleen soms moeten er eerst een aantal voorwaardelijke zaken geregeld zijn voordat met de inhoud begonnen kan worden. De intenties kloppen, alleen heb je voor bepaalde soorten veranderingen meer tijd nodig en die krijg je vaak niet van de politiek’, vertelt Jan Korst.
De volgende fase van dit traject ´Het schooljaar 2001/2002 start in augustus en dan gaan wij direct aan de slag met de diagnose en de schoolontwikkelingsplannen´, vertelt Jan Korst. ´Er is een extern bureau ingehuurd, die de scholen hierbij ondersteund. Er is gekozen voor een netwerk-aanpak, waarbij in een OK-werkgroep alle deelnemende scholen participeren aangevuld met vertegenwoordigers van andere relevante partijen. Er zijn twee dagen vastgelegd in augustus en één dag in september waarop wij gezamenlijk met de scholen de schoolontwikkelingsplannen gaan schrijven en elkaar ondersteunen en informeren´. ‘Op één van deze dagen is het de bedoeling om ‘good practice’ met elkaar uit te wisselen. Wij als gemeente zorgen ervoor dat alle benodigde informatie zoals beleidsplannen, wijkontwikkelingsplannen, demografische gegevens etc. beschikbaar is op deze dagen. De scholen nemen alle relevante informatie mee naar de gezamenlijke dagen en zo ondersteunen wij hen om in een hele korte periode een diagnose en de schoolontwikkelingsplannen te realiseren’, vult Trudy Raymakers aan. Ondanks de grote tijdsdruk zijn Jan Korst en Trudy Raymakers er zeker van dat zij in samenwerking met de OBD, het externe bureau, de inspectie en de scholen goed vorm aan dit beleid kunnen geven. ‘De scholen zijn in ieder geval enthousiast over dit traject’, aldus Trudy Raymakers en Jan Korst.
Gemeente Tilburg
06-09-2001

Download: Het interview (41 kB)
|
 |