 |
Terugblik
Aandachtsgebieden
Praktijkervaringen
|
 |
Onderwijskansen in de praktijk
Anneke de Rijke van o.b.s. De Spoorzoeker op 12 november 2001
Terugblik Onderwijskansen in de praktijk Op 10 juli 2001 is het Onderwijskansenplan van o.b.s. De Spoorzoeker vastgesteld door de directie van de school, de medezeggenschapsraad en het schoolbestuur. Vervolgens is het plan van aanpak goedgekeurd door de gemeente Den Haag en het Ministerie van OCenW.
Anneke de Rijke vertelt: De school wil zich nog meer inzetten ten behoeve van achterstandsbestrijding van kinderen met als doel de ontwikkelingskansen van kinderen te vergroten. In het kader van Onderwijskansen doet de school dit door zich te richten op de volgende aandachtsgebieden:- Voor- en vroegschoolse educatie
- Sociaal- emotionele ontwikkeling van kinderen
- De Nederlandse taal en lezen, gekoppeld aan de zaakvakken
- Motoriek
- Functiedifferentiatie
In grote lijnen is het plan van o.b.s. De Spoorzoeker als volgt opgebouwd. Het bestaat uit een schoolspecifieke analyse, de doelstellingen van Onderwijskansen, de nulmeting waar de meetinstrumenten zijn beschreven en het plan van aanpak. Door middel van een format, waarin verschillende onderdelen worden uitgewerkt, is het plan van aanpak tot stand gekomen.Het format bestaat uit de volgende onderdelen die specifiek voor de Spoorzoeker zijn ingevuld: - Beoogde effect
- Procedure
- Activiteit (en)
- Communicatie
- Informatieverzameling
- Evaluatie
- Tijdpad
- Opbrengst
- Werkwijze
- Financiën
Bij het voorbereiden van het plan van aanpak was de nulmeting een belangrijk onderdeel, vertelt Anneke de Rijke.Hoe breng je de beginsituatie op een goede manier in kaart. Welke instrumenten gebruik je daarbij? Hoe ga je het proces bewaken en evalueren?
Er is een werkgroep geformeerd, die voorbereidende- en ondersteunende werkzaamheden verricht voor de daadwerkelijke uitvoering van Onderwijskansen op de werkvloer. Naast de projectleider van de gemeente, Marriët Mittendorff, bestaat de werkgroep uit een vertegenwoordiger van het Openbaar onderwijs, het Katholiek onderwijs en het Protestants Christelijk onderwijs en een vertegenwoordiger van het Haag Centrum voor Onderwijsbegeleiding (HCO). Anneke de Rijke vertegenwoordigt het Openbaar onderwijs. Een belangrijke doelstelling van de werkgroep is het uitwisselen van kennis en ervaring en het bevorderen van samenwerking tussen de scholen.
Op dit moment zijn we in deze werkgroep bezig met het ontwikkelen van een format, waarmee het proces gevolgd kan worden. Dit instrument geeft niet alleen voor de directie en de teamleden van een Onderwijskansenschool precies aan in welke periode activiteiten verricht moeten worden, maar geeft ook Marriët Mittendorff de mogelijkheid om het proces goed te volgen aldus Anneke de Rijke.
Zij vervolgt: Wij hebben ook het geluk dat er twee vierdejaars studenten van de Pabo stage lopen op onze school. Zij hebben bewust gekozen voor een Onderwijskansenschool en zullen voor hun afstudeerproject het proces dat in gang gezet wordt met Onderwijskansen volgen.
De Onderwijskansenscholen in Den Haag wisselen één keer per zes weken aan elkaar uit hoe zij te werk gaan, welke ervaringen zij hebben opgedaan en hoe het proces verloopt. Verder worden er tijdens de bijeenkomsten ook bepaalde themas aan de orde gesteld. De werkgroep bereidt deze werkbijeenkomsten voor. De volgende bijeenkomst vertelt een school bijvoorbeeld over functiedifferentiatie. Anneke de Rijke: Daar ben ik erg benieuwd naar omdat dit één van de aandachtsgebieden is waar wij in het kader van Onderwijskansen mee zijn gestart.
Eigenlijk hebben wij geen nieuwe plannen, maar sluiten wij aan bij wat er de afgelopen jaren al in gang is gezet, zegt Anneke de Rijke. Alleen het programma Startblokken van Basisontwikkeling is nieuw. In het RST-rapport ... stelt de inspectie ook vast dat de afgelopen jaren een goede ontwikkeling heeft plaatsgevonden, waardoor veel elementen in vergelijking met de vorige toetsing nu positiever beoordeeld zijn. Een kanttekening hierbij is dat de implementatie van de vernieuwingen nog niet is afgerond en veel elementen van het onderwijsleerproces nu nog kwetsbaar zijn. Een goede verankering in de schoolorganisatie moet nog volgen...." (RST december 1999). Door Onderwijskansen vindt de verankering van bovengenoemde vernieuwingen, mede door de ondersteuning van externe begeleiders, momenteel plaats.
Hoe worden de aandachtsgebieden uitgewerkt in het plan van aanpak en wat is er de afgelopen periode al in gang gezet door o.b.s. De Spoorzoeker?? Voor- en vroegschoolse educatie De Spoorzoeker werkt samen met de peuterspeelzalen Fram en De Locomotief met het programma Startblokken van Basisontwikkeling. Anneke de Rijke vertelt: Wij werken vanuit ontwikkelingsgericht onderwijs en adaptief onderwijs en vonden dat dit programma het beste bij ons past.
Door een extern begeleider van het APS is er een trainingsplan opgesteld voor het schooljaar 2001- 2002. Dit plan beschrijft de huidige situatie, het doel van Startblokken van Basisontwikkeling, de doelgroep waar de training zich op richt, de inhoud van de training, een stappenplan, de evaluatie en de te verwachten resultaten. In het schooljaar 2001-2002 ligt het accent op de volgende stappen:- Werken aan het bevorderen van de pedagogische basis en goede interactie in elke groep
- Het ontwerpen van betekenisvolle activiteiten voor kinderen
- Het begeleiden van kinderen en het ontwikkelen van activiteiten in de vorm van meedoen, meespelen, verbeteren en verdiepen van de activiteiten, bevorderen van communicatie en sociale contacten, bevorderen van interesse in beginnende geletterdheid
Dit traject wordt overigens eveneens bekostigd vanuit de VVE-middelen die voor de school beschikbaar zijn.
Inmiddels is er een informatieavond georganiseerd, waarbij zon 100 ouders van de school en de peuterspeelzaal aanwezig waren. Anneke de Rijke was blij met deze hoge opkomst. Er is gestart met de praktijkbijeenkomsten en je ziet dat de samenwerking tussen de peuterspeelzalen en de school op dit moment steeds meer vorm krijgt. In de onderbouw werken wij ook met het taalprogramma Ik&Ko. De peuterspeelzalen werken ook, met voor hun bruikbare onderdelen van Ik&Ko mee, dus voor kinderen die doorstromen naar o.b.s. De Spoorzoeker is deze werkwijze herkenbaar.
Sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen De Spoorzoeker is in het verleden gestart met een SOVA-training. In het kader van Onderwijskansen wil de school dit programma verder implementeren in de school. De SOVA-trainer op school zal het gedachtegoed van de SOVA-training invoeren en het proces ondersteunen. Zij begeleidt op dit moment kinderen individueel, in groepjes en in de klas. De komende periode zal nadruk komen te liggen op de leerkrachtvaardigheden en het "bijstellen van de attitude van leerkrachten.
Een extern begeleider van het Seminarium voor Orthopedagogiek zal de school ondersteunen bij de keuze van een programma op het gebied van de sociaal-emotionele ontwikkeling. Het is de bedoeling dat in het schooljaar 2002/2003 met dit programma wordt gestart.
De Nederlandse taal en lezen, gekoppeld aan de zaakvakken De Spoorzoeker heeft de afgelopen schooljaren de methode Taalleesland ingevoerd. Aangezien er dit schooljaar een aantal nieuwe leerkrachten op school zijn gekomen, die deze methode nog moeten leren kennen, zal de school pas vanaf januari 2002 van start gaan met het project "Leeswijzer". Binnen het project Leeswijzer zal het accent worden gelegd op het begeleiden van didactische vaardigheden op het gebied van woordenschat en begrijpend lezen. Leeswijzer gaat ook uit van een ontwikkelingsgerichte benadering en dat past bij onze visie op onderwijs, legt Anneke de Rijke uit. Hierbij wordt de school ondersteund door begeleiders van het Haags Centrum voor Onderwijsbegeleiding (HCO).
Motoriek Op de Spoorzoeker komt een groot deel van de kinderen binnen met een opvallende motoriek. Dit is zichtbaar door een gemis aan basale vaardigheden en gebrekkige bewegingsvormen. Er is een ambitieus plan geschreven Kwaliteit in bewegen , bewegen in kwaliteit. De doelstelling betreft het verbeteren van de motorische vaardigheden van kinderen tussen de 2 1/2 en 13 jaar door middel van extra aandacht voor mototrische problemen in de reguliere gymlessen, in extra bewegingsonderwijs en het stimuleren van sport na schooltijd. In het kader van extra zorg en zorg op maat heeft de school een kinderfysiotherapeut aangesteld, die zich bezig houdt met de ontwikkelingslijn bewegingsonderwijs voor kinderen in de leeftijd van 2 1/2 tot 6 jaar.
De gymleerkracht is inmiddels in samenwerking met de fysiotherapeut gestart met het in kaart brengen van problemen op motorisch gebied. Uiteindelijk zullen de SOVA-trainer en de leerkrachten hier ook bij betrokken worden. De afgelopen maand zijn er gesprekken gevoerd met medewerkers van de Universiteit van Utrecht met het oog op een gericht wetenschappelijk onderzoek, een wetenschappelijke onderbouwing van het project en het overdraagbaar maken van deze werkwijze. Anneke de Rijke legt uit: Wanneer wij gaan samenwerken met de universiteit zal er een min of meer kunstmatige situatie moet worden gecreërd om het wetenschappelijk onderzoek goed uit te voeren. Aangezien wij ontwikkelingsgericht willen werken, strookt dit niet met onze opvattingen. Op dit moment zijn wij in gesprek met een office-manager van de Haagse Hogeschool die wellicht een bijdrage kan leveren aan het uitvoeren van een meer praktisch onderzoek m.b.t. het volgen van dit project.
Functiedifferentiatie Onder verantwoordelijkheid van de klassenleerkracht en de remedial teacher willen wij onderwijsassistenten steeds meer en beter gaan inzetten. Wij denken hierbij aan het ondersteunen van leerlingen bij het werken aan hun lesprogramma, zodat de leerkracht vrij gemaakt kan worden voor het geven van extra instructie, zegt Anneke de Rijke. Ook het onderwijsondersteunend personeel wordt vrijgemaakt bij bijvoorbeeld het overblijven of het brengen van een bezoek aan de bibliotheek. Door het tekort aan leerkrachten en door de hoge werkdruk van leerkrachten proberen wij op deze wijze te kijken naar de taakverdeling.
Anneke de Rijke: Op dit moment bevinden wij ons in de fase van uitproberen.Wij zijn heel voorzichtig gestart . Het is in eerste instantie de bedoeling om via reflectiegesprekken met leerkrachten, de onderwijsassitenten en het onderwijsondersteunend personeel te kijken naar de taakverdeling, de begeleiding en de kwaliteit van het werk.
De eerste praktijkervaringen Wij merken dat wij met een generatie te maken hebben die hele andere dingen van ons vraagt. Kinderen groeien op in een andere tijdsperiode, zegt Anneke de Rijke. Zij spreekt over de internetgeneratie, kinderen die veel prikkels krijgen en vaak aan hun lot worden overgelaten. Zij maakt zich best zorgen om de kinderen op haar school. Anneke de Rijke vervolgt: Het gedrag van kinderen is wel verklaarbaar, want de problematiek van sommige gezinnen in onze wijk is schrijnend. Je ziet kinderen dan ook vele signalen afgeven. Het verschil tussen de wereld op school en thuis is groot. Als je hoofd vol zit met wat er in het weekend is gebeurd, kun je op maandagmorgen niet altijd fit zijn voor de lesstof. Om dan als leerkracht de balans te vinden tussen de kerndoelen, de Citotoetsen en de problematiek van kinderen die dagelijks op je af komt, is niet altijd even makkelijk, aldus Anneke de Rijke.
Al enige tijd volgen de leerkrachten van de school een training teamcommunicatie om dit soort processen te bespreken en elkaar daarover feedback te geven, gaat Anneke de Rijke verder. In oktober 2001 is er een studiedag georganiseerd over hoe je met dit soort veranderingen omgaat. Ik merk dat de uitwisseling over onderwerpen als; t kennen van jezelf en anderen; feedback geven; en het grenzen stellen/nee zeggen erg veel oplevert en dat leerkrachten hier behoefte aan hebben.
Deze training is gebudgeteerd voor één of twee keer, maar ik ga nu nog kijken hoe wij hier binnen de aandachtgebieden van Onderwijskansen meer aandacht aan kunnen besteden. Anneke de Rijke besluit het intervieuw met de opmerking: Het blijft dus belangrijk om kritisch te kijken naar de behoeften en vragen van leerlingen en leerkrachten en die als uitgangspunt te nemen binnen Onderwijskansen.
Redactie onderwijsachterstanden
06-12-2001

|
 |