Onderwijskansen Voor- en vroegschoolse educatie Voortijdig schoolverlaten Schoolloopbaan Nederlandse taal Onderwijsachterstanden

StartpaginaContactWegwijzerVergroten
Hier vindt u: Nieuws, Wet- en regelgeving, Beleid, Dossiers, Uitleg Actoren Hier vindt u: Het Forum, Vragen, Oproepen, Agenda, Stellingen Hier vindt u: Wat is nieuw? Uitgebreid zoeken, Bibliotheek, Instrumenten, Archief, Persoonlijke mail Meer informatie over/voor alle actoren: Gemeente, Schoolbestuur, Scholen, Instellingen, Gerangschikt per gemeente
Start > Onderwijskansen > Handreikingen

Download



Taalontwikkeling

Gebruiks-aanwijzing

Kenmerken onvoldoende taalbeheersing

Inzet school

Taalstimulering

Begrijpend lezen

School onder de loep

Maatregelen

Interactief taalonderwijs

Steunen op drie pijlers

Meer informatie

Handreiking Taalkaart 0.25 leerlingen
Taalontwikkeling en taalstimulering van autochtone kinderen in achterstandssituaties

Taalontwikkeling
Vanaf de geboorte leren kinderen om taal tot zich te nemen, taal te vormen, naar taal te luisteren en taal te spreken. Ouders, broertjes en zusjes spelen hierin de grootste en voornaamste rol. Ouders begeleiden de informatieverwerking van peuters en kleuters. Pratend met hun kinderen zijn ze voortdurend bezig het kind te helpen met het interpreteren van de werkelijkheid, het oplossen van problemen en verwoorden van ervaringen.

Ze kunnen kinderen helpen in de taalontwikkeling door drie ondersteunende strategieën toe te passen. Deze strategieën zijn:

  • aangepast taalaanbod – eenvoudige woorden en enkelvoudige zinnen gebruiken
  • ondersteunen van taalproductie – helpen bij het uitspreken van woorden, voorzeggen
  • geven van feedback op correctheid van taaluitingen – verbeteren van onjuist gebruikte woorden of zinsconstructies.

Ouders die laag zijn opgeleid hebben niet altijd de kennis en de vaardigheden in huis om deze ondersteunende strategieën toe te passen. In deze gezinnen wordt weinig aan actieve taalstimulering gedaan, wat direct haar weerslag heeft op de taalontwikkeling. Ook is de taal die zij met elkaar en met hun kinderen spreken vaak een stads- of streekdialect. Kinderen van ‘gemiddeld’ en hoog opgeleide ouders, bij wie thuis Standaardnederlands wordt gesproken, komen op vierjarige leeftijd de school binnen met al aardig wat taalkennis en –ervaring. Dat geldt minder voor kinderen van laag opgeleide ouders, ook als thuis wel Standaardnederlands gesproken wordt. Hun achterstand op dit vlak heeft mede te maken met kennis van de wereld en de informatieverwerking die hierop voortbouwt.

De school kan door de inzet van gerichte taalactiviteiten de taalontwikkeling van autochtone achterstandskinderen stimuleren en daarmee hun taalbeheersing verbeteren. Daarmee verbetert ook hun kans op een succesvolle schoolloopbaan.

Deze Taalkaart is een instrument om zicht te krijgen op het taalniveau van de 0.25 leerlingen. De vragen bieden aanknopingspunten om het onderwijs anders in te richten of om andere accenten te leggen.

Gebruiksaanwijzing
Neem uw school eens onder de loep. Bekijk samen met uw collega’s het schema hiernaast en beantwoord de vragen. U kunt de risicomomenten in chronologische volgorde nalopen, maar ook beginnen bij groep 8, en van daaruit terugredeneren. Op welk moment gaat het mis?
De lijst kan gebruikt worden om het taalbeleid binnen uw school systematisch onder de loep te nemen en mogelijke werkpunten c.q verbeterpunten te formuleren.

Kenmerken van onvoldoende taalbeheersing
Het taalgebruik en –niveau van autochtone 0.25 leerlingen sluit onvoldoende aan bij de taalvaardigheid die op school gevraagd wordt. De kinderen gebruiken taal nauwelijks voor dialoogvorming. Zij missen de accenten, strategieën en verdiepingen die nodig zijn voor bredere en diepere taalontwikkeling. De leerlingen maken minder gebruik van aanwezige schriftelijke materialen. De teksten worden instrumenteel gebruikt en blijven contextgebonden.

Inzet van de school
Het kwalitatief inzetten van leertijd is een belangrijk onderdeel. Cruciaal zijn factoren als effectieve leertijd en gelegenheid tot leren. Deze worden in de klas bepaald door onder meer de gebruikte methode, lesinrichting en het didactisch handelen van de leerkracht. Daarnaast spelen verwachtingen een voorname rol. Wat verwacht de leerkracht van zijn leerlingen, wat verwachten ouders van de school en wat verwachten de leerlingen van het onderwijs? Middelen om de verwachtingen omhoog te krijgen zijn het doen van positieve voorspellingen, het geven van keuzemogelijkheden, het belonen van initiatief en verantwoordelijkheid. Belangrijk is ook dat kinderen een brede interesse ontwikkelen.

Taalstimulering
In groep 1 en 2 zijn de belangrijkste aandachtsgebieden mondelinge taalvaardigheid, woordenschat en beginnende geletterdheid. De leerkracht moet steeds weer een sociale situatie creëren die het kind uitnodigt tot spreken. In de aandachtsgebieden spelen woordbewustzijn en fonologisch bewustzijn een grote rol. Daarom is het noodzakelijk om de woorden steeds in een context te plaatsen, overeenkomsten tussen woordgroepen aan te geven en in te gaan op woordbetekenis en -gebruik.
In de groepen 3 tot en met 8 beperkt het leren van taal zich niet tot de taalles. Leraren moeten zoeken naar en gebruik maken van praktische en natuurlijke taalgebruikssituaties. Het onderwijs zet in op uitbreiding woordenschat, begrijpend lezen en taalleerstrategieën.

Begrijpend lezen
Begrijpend lezen bouwt voort op de omvang en de diepte van de woordenschat en de tekstvaardigheid. Daarnaast is kennis van de wereld een belangrijke voorwaarde. De didactiek maakt gebruik van het betekenisvol, sociaal en strategisch leren. De leerkracht moet beschikken over specifieke vaardigheden: het kunnen creëren van taalbetrokken interacties,taalaanbod in context kunnen plaatsen, de taalproductie bevorderen en feedbacktechnieken beheersen.

Neem uw school onder de loep

Aanvang groep 1

Heeft het kind gevarieerd en veelvuldig contact met andere leerlingen?
Is er veel interactie met andere kinderen in de klas?
Ontdekt het kind zelf betekenissen van woorden?
Is het kind geïnteresseerd in modelinge en schriftelijke taal?
Er moet meer nadruk komen op het interactieve taal- onderwijs en betekenisverlening.

Groep 2

Beginnende geletterdheid
Kan het kind een verhaal navertellen, eventueel met gebruik van illustraties?
Krijgt het kind woordenschatlessen?
Wordt er gebruik gemaakt van betekenisvolle situaties?
Zijn er speciale klanklessen?
Worden er taalgebruiklessen gegeven?
Specifieke lessen in woordenschat, klanken, spreek- en luistervaardigheid zijn nodig. De ervaringswereld van de kinderen vormt het uigangspunt. Deze lessen worden, waar mogelijk, in een interactieve vorm gegeven.

Begin groep 3

Worden de voorwaarden voor het technisch lezen beheerst?
Krijgt het kind woordenschatlessen?
Beheerst het kind voldoende woorden om de lessen te kunnen volgen?
Zijn er voldoende boeken aanwezig die aansluiten bij de belevingswereld van de kinderen?
Eind groep 3
Kan het kind minimaal lezen op AVI-niveau 3?
U vult het onderwijs in (ook andere vakken dan taal) met klankleer (rijmen, synthese, analyse), woordenschatontwikkelig (ook school- en vaktaal), zijnsbouwlessen, vormleer en taalgebruiklessen. U volgt de principes van het interactieve taalonderwijs. Daarnaast is er aandacht voor het zelf betekenis kunnen verlenen aan woorden en zinnen.

Groep 4, 5 en 6
Het begrijpend en studerend lezen van teksten bij 'taal' en bij zaakvakken
Gebruikt het kind begrijpend lezen-strategieën?
Kan het kind snel informatie zoeken en vergaren en daarbij verschillende bronnen benutten?
Krijgt het kind woordenschatlessen?
Leren de kinderen deze woorden ook actief te gebruiken?
Wordt er gebruik gemaakt van betekenisvolle situaties?
Krijgen de kinderen taalstrategieën aangeboden?
Kan het kind aan het eind van groep 4 minimaal lezen op AVI-niveau 6?
Kan het kind aan het eind van groep 5 minimaal lezen op AVI-niveau 9?
Specifieke woordenschatlessen zijn nodig. Er is aandacht voor de spreek- en luistervaardigheid: voor begripsvorming, zinsbouw, verhaalopbouw en gelezen en gehoorder boodschappen. De kinderen kijgen begrijpend lezen-strategieën aangeboden, maken kennis met verschillende tekstgenres en informatiebronnen. Deze lessen worden in een interactieve vorm gegeven. Deze toepassingen vinden in alle lessen plaats.

Vanaf groep 6 wordt tijd ingeruimd voor het aanleren van minder frequente woorden. De woorden worden aangeboden in samenhangende clusters.

Groep 7 en 8
Het begrijpend en studerend lezen van teksten bij 'taal' en bij zaakvakken
Krijgt het kind woordenschatlessen?
Leren de kinderen deze woordenook actief te gebruiken?
Kan het kind snel nieuwe - uit verschillende bronnen afkomstige - informatie gebruiken in het onderwijs?
Worden teksten besproken en van diepere tekstinzicht voorzien?
Wordt er gebruik gemaakt van betekenisvolle situaties?
Krijgen de kinderen taalstrategieën aangeboden?
Is het gemiddelde van de groep op bijvoorbeeld Cito-toetsen C of hoger?


Past u teksten of vakken aan het lagere niveau van taalbeheersing aan?
Slaat u moeilijke oefeningen over?
Past u het onderwerp aan het lagere niveau van taalbeheersing aan?
Laat u vakken / onderdelen vervallen?

Groep 8

Beheersen de kinderen minimaal de einddoelen van groep 8?
Is er aansluiting bij het voortgezet onderwijs?
Loop de risicomomenten hierboven nog eens langs. Wanneer is de achterstand begonnden?


Maatregelen

  • Snelle invoering van de principes van het Interactief taalonderwijs en meer aandacht voor spreek- en luistervaardigheden
  • Specifieke nascholing Interactief taalonderwijs voor de leerkrachten
  • Het lezen van achtergrondmaterialen, onder andere de materialen van het Expertisecentrum Nederlands
  • Onderbrengen van de taalvisie in het schoolwerkplan en hier ook naar handelen en werken
  • Gebruikmaken van de tussendoelen van het Expertisecentrum Nederlands
  • Op schoolniveau de leerlijn Nederlandse taal, opnieuw, vaststellen, verdeeld over alle leerjaren
  • De principes van Interactief taalonderwijs inzetten in alle vakgebieden

Interactief taalonderwijs
Interactief taalonderwijs is een werkwijze waarbij leerlingen taal leren door deze te gebruiken in contacten met anderen. Daarnaast maken ze taal tot onderwerp van reflectie. In interactie met de leerkracht en met medeleerlingen oefenen leerlingen hun taalvaardigheid en worden ze gestimuleerd over taal na te denken. Het interactieve taalonderwijs is bij uitstek geschikt voor 0.25 leerlingen omdat deze dicht bij de belevingswereld van de kinderen ligt en veel herkenbare en direct bruikbare taal biedt.

Interactief taalonderwijs steunt op drie pijlers

  • Betekenisvol leren: de leerlingen leren taal in echte situaties, in contexten die voor hen belangrijk zijn
  • Sociaal leren: Leerlingen leren met elkaar en van elkaar, in groepsverband, in samenspraak en samenwerking met anderen die meer ervaren zijn
  • Strategisch leren: Leerlingen leren expliciet hoe ze taaltaken het beste kunnen aanpakken en welke strategieën het beste bruikbaar zijn

Meer informatie
De website http://taalsite.slo.nl bevat onder meer direct te gebruiken lessen, kerndoelen, een lexicon met begrippen die met taal en taalonderwijs te maken hebben, achtergrondinformatie en naslagmateriaal.

Op de website van het Expertisecentrum Nederlands www.kun.nl/en en is alles te vinden over tussendoelen en Interactief taalonderwijs.

Uitgave:
Transferpunt Onderwijsachterstanden

Idee en ontwikkeling:
Jos Boerema en Susan de boer

Ontwerp:
Rahman Javanmardi

November 2003

Jos Boerema en Susan de Boer
17-12-2003

Download: De taalkaart (81 kB)

Indien u geen PDF bestanden kunt openen, download dan hier het programma

Printversie