Onderwijskansen Voor- en vroegschoolse educatie Voortijdig schoolverlaten Schoolloopbaan Nederlandse taal Onderwijsachterstanden

StartpaginaContactWegwijzerVergroten
Hier vindt u: Nieuws, Wet- en regelgeving, Beleid, Dossiers, Uitleg Actoren Hier vindt u: Het Forum, Vragen, Oproepen, Agenda, Stellingen Hier vindt u: Wat is nieuw? Uitgebreid zoeken, Bibliotheek, Instrumenten, Archief, Persoonlijke mail Meer informatie over/voor alle actoren: Gemeente, Schoolbestuur, Scholen, Instellingen, Gerangschikt per gemeente
Start > Onderwijskansen > Netwerk

Download


Verslag 17 april 2002

De uitvoering van de schoolontwikkelingsplannen is gestart. Jantine Kriens gaf bij haar inleiding scholen de raad om nog een heel goed en precies naar de eigen plannen te kijken. Daarvoor is ook een handreiking uitgebracht (Uitvoeren is ook een kunst). "En het bijstellen van het eigen plan om beter te bepalen wat nu eigenlijk gedaan zal worden en hoe beter gevolgd kan worden hoe het resultaat bereikt wordt, dan kan altijd. Dat is heel verstandig, ook in deze fase." Aldus Jantine Kriens bij de opening van de netwerkbijeenkomst van het netwerk schoolleiders primair onderwijs op 17 april in Nieuwegein.

Op basis van een eerste analyse van diagnoses en plannen door een tweetal onderzoeksinstituten valt te leren dat scholen behoefte hebben aan een planmatige aanpak van verbeteringsactiviteiten. En dat zij eerst algemene kwaliteitsaspecten aanpakken voordat men toekomt aan de problemen van de specifieke doelgroep van het OK-plan. "Kennelijk is dat algemene nodig, maar ik roep de scholen toch op om die stap naar specifieke acties voor de doelgroepkinderen te zetten. Als dat onderdeel van de plannen goed wordt uitgevoerd is dat ook goed voor de rest van de kinderen in de school. Goed achterstandsonderwijs levert ook goed onderwijs voor alle andere kinderen."

Door twee onderzoeksinstituten wordt een analyse gemaakt van de documenten die nu geproduceerd zijn in het kader van onderwijskansen (convenanten, gemeenteplannen, diagnoses en schoolontwik-kelingsplannen). Daarnaast worden interviews gehouden met schoolleiders om een toelichting te krijgen op de verschillende documenten. De eerste resultaten geven een boeiend beeld.

De stand van zaken opmaken gebeurt op het moment dat de eerste uitvoeringsactiviteiten gaan beginnen. De invloed vanuit de OK-aanpak op de GOA-plannen is merkbaar, maar de eigenstandige OK-activiteiten blijven plaatsvinden. Ook al omdat er nog OK-scholen zullen gaan komen buiten de 36 gemeenten en 4 regio’s die nu aan de slag zijn.

De motieven voor scholen om deel te nemen variëren van: er is de mogelijkheid om extra geld te krijgen tot we hadden behoefte aan een nieuwe impuls. Opmerkelijk is dat de planmatige aanpak van onderwijskansen ook aanspreekt.

In de diagnose van de OK-scholen worden man en paard nog niet al te duidelijk genoemd. Ondanks de oproep om nu eens echt goed te kijken blijkt dat het nog erg moeilijk is om stevige conclusies over sterke en zwakke kanten te trekken, uitspraken te doen over de oorzaken van problemen. De invloed van de inspectie is erg groot: aanbevelingen van de inspectie zouden leiden tot betere leerprestaties.

De neiging in het onderwijs om algemene doelen te formuleren met grote ambities levert een voorspelbaar probleem: het zal moeilijk zijn om deze doelen aantoonbaar te bereiken.
Het plangedrag van scholen is nog veel te algemeen: niet toegespitst, niet in de SMART –aanpak.

De SMART-aanpak begint wel terrein te winnen: in alle plannen wordt wel veel aandacht besteed aan de meetbaarheid van leerprestaties. Maar de andere aspecten blijven nog erg vaag of gewoon onvoldoende uitgewerkt.

De verbeteracties die in de plannen worden beschreven, hebben vooral betrekking op de school en de interne organisatie van de school. Vrijwel nergens zijn afspraken met schoolbesturen en gemeenten gemaakt over de bijdragen vanuit de omgeving van de school. In dit opzicht worden de mogelijkheden die de OK-aanpak biedt niet volledig benut. De verbeteracties lijken sterk op datgene wat in het algemeen gedaan wordt om het onderwijs te verbeteren.

Dat geldt ook voor de verbeteracties op leerkrachtniveau

En ook over het handelen van leerkrachten in de groep. Het lijkt daarbij alsof de oproep om specifieke problemen op te sporen en aan te pakken er toe geleid heeft dat algemene kwaliteitsverbetering is ingezet. Die algemene verbeteringstendens is kennelijk nodig, maar de noodzakelijke aanvulling voor specifieke doelgroepen is nog niet goed doorgedrongen.

De opmerkingen over monitoring en evaluatie in de plannen laten zien in welke onmogelijke situatie scholen zichzelf manoevreren: aan de ene kant geen goed plangedrag met haalbare en realistische doelen in een afzienbaar tijdsbestek en aan de andere kant kritiek op de “afrekencultuur”. Bij goede doelstellingen kan het ook geen probleem meer zijn om verantwoording af te leggen over de realisatie in de praktijk.

Scholen hebben de OK-aanpak gebruikt om op een aantal punten winst te boeken. Die onderdelen zijn op zichzelf niet gering omdat ze passen in de verdere ontwikkelingen van scholen als een professionele organisatie.

De voorlopige bevindingen van de onderzoekers laten zien dat er in de uitvoering van het OK-plan nog wel het een en ander kan worden bijgestuurd: Het kan allemaal wat specifieker voor de doelgroep.
Maar er zijn ook meer objectieve risico’s die vooral te maken hebben met de ontwikkeling van scholen: krimpende formaties, overbelasting, personeelswisselingen en lerarentekort.

Redactie onderwijskansen
25-04-2002

Download: Verslag (211 kB)

Printversie