 |
Download
Aanleiding
Problematiek Drenthe
Ontwikkeling OKP
Deelnemers
Beoogde opbrengst
Organisatiestructuur
Financiën
Bijlage
|
 |
Plan van aanpak onderwijskansenbeleid Drenthe
Aanleiding Het ministerie van OC&W heeft begin september 2001 aan Kobalt voor onderwijs en jeugd gevraagd om het initiatief te nemen voor de ontwikkeling van een bovenlokale aanpak voor Onderwijskansenscholen in de Drentse gemeenten (exclusief de gemeente Emmen).
Voor u ligt het plan van aanpak ten behoeve van de uitvoering van een regionaal onderwijskansenbeleid, het definitieve Onderwijskansenplan Drenthe. Bij het opstellen van het plan is gebruik gemaakt van ervaringen die inmiddels elders zijn opgedaan.
In de provincie Drenthe is vanaf augustus 1998 de bovenlokale samenwerking, die kenmerkend was voor het Onderwijsvoorrangsgebiedenbeleid, voortgezet. Via de centrumgemeente Emmen zijn de gelden voor coördinatie, ontwikkeling en ondersteuning van de uitvoering van het Gemeentelijk Onderwijsachterstandenbeleid doorgesluisd naar de Stichting Onderwijsvoorrang Drenthe. Dit houdt in dat Kobalt voor onderwijs en jeugd in de afgelopen jaren nauw heeft samengewerkt met de 12 gemeenten in de provincie. In 10 gemeenten is sprake van actief GOA-beleid. Hoewel slechts 6 van de 10 gemeenten formeel planplichtig zijn, is in de andere gemeenten het beleid, dat in de voorgaande periode was gestart, voortgezet. Op basis van samenwerkingsafspraken is jaarlijks in onderling overleg vastgesteld welke bijdrage Kobalt voor onderwijs en jeugd levert aan de ontwikkeling, ondersteuning en uitvoering van het beleid van gemeenten en schoolbesturen. Er is steeds gewerkt met een vaste cyclus van analyse, planning en evaluatie. De inhoudelijke ondersteuning is afgestemd op deze cyclus.
De Stichting Kobalt voor onderwijs en jeugd heeft door deze manier van werken een breed en intensief netwerk opgebouwd met de gemeenten, scholen en instellingen op het terrein van welzijn, waaronder peuterspeelzalen. Dit heeft onder meer geleid tot de opzet van de Drentse monitor voor onderwijs en jeugd.
Daarnaast is in de afgelopen jaren een goede samenwerking tot stand gebracht op ambtelijk en politiek bestuurlijk niveau. Mede op initiatief van Kobalt voor onderwijs en jeugd is nu ook het Onderwijskansenplan Drenthe opgesteld.
In dit kader is vanuit Onderwijsvoorrang Drenthe, de coördinatie, de ontwikkeling en de uitvoering van het beleid voor Onderwijskansenscholen in een samenwerkingtraject met gemeenten, schoolbesturen, provincie, Inspectie en andere ondersteuningstellingen tot stand gebracht.
De aanvullende maatregelen van het ministerie van OC&W vormen een integraal onderdeel van het Gemeentelijk Onderwijsachterstandenbeleid 2002-2006.
Gelet op het bovenstaande heeft vanaf september 2001 overleg plaatsgevonden met ambtenaren en portefeuillehouders onderwijs van de Drentse gemeenten. De gemeenten ondersteunen het initiatief en hebben zich uitgesproken voor een regionale aanpak voor Onderwijskansen. De gemaakte afspraken zijn verwerkt in dit plan. Uitgangspunt hierbij zijn de voorwaarden van de subsidiebeschikking van 15 november 2001, kenmerk FTO/TPK -2001 / 114965. Het plan gaat achtereenvolgens in op de problematiek in Drenthe, de deelnemende gemeenten en scholen, regionale acties, regionale samenwerking en structuur, de inhoudelijke aanpak, de begroting en de fasering.
1 De problematiek in Drenthe 1.1 Primair onderwijs. Op basis van een lange traditie, van onderwijsstimulering via onderwijsvoorrang en Gemeentelijk Onderwijsachterstandenbeleid naar het onderwijskansenbeleid, is bekend dat de problematiek in Drenthe zich toespitst op de doelgroep autochtone leerlingen. Die problematiek wordt aangetoond in de jaarlijkse evaluatie van Onderwijsvoorrang Drenthe. Het onderzoek van Sardes en ITS, dat in oktober 2001 onder de naam Nieuwe kansen voor onderwijs in Drenthe is uitgekomen, geeft een verdieping van opgedane ervaringen en resultaten. We verwoorden hier de kern van de uitkomsten van het onderzoek en verwijzen verder naar het rapport. - In Drenthe is er op een relatief groot aantal scholen sprake van een schoolbevolking die voor het grootste deel bestaat uit autochtone kinderen van laag opgeleide ouders. In vergelijking met dezelfde groep elders in het land valt op, dat het opleidingsniveau van de ouders in Drenthe binnen deze categorie gemiddeld lager is. Onderzoek toont aan dat er een direct verband bestaat tussen leerprestaties van kinderen en het opleidingsniveau van de ouders. Dit betekent, dat de scholen in Drenthe alleen al door dit gegeven voor een zware taak staan.
- Het verwijzingspercentage naar het speciaal onderwijs ligt op de Drentse GOA-scholen erg laag. Uit jaarlijkse evaluaties van Kobalt voor onderwijs en jeugd blijkt dat er jaarlijks gemiddeld 0,5% van de leerlingen op GOA-scholen wordt verwezen naar het speciaal basisonderwijs.
- Het onderzoek heeft eveneens aangetoond dat leerkrachten in Drenthe gemiddeld lage verwachtingen van hun leerlingen hebben. Kinderen hebben daardoor zelf een laag aspiratieniveau. Het blijkt dat de ouders zich daarbij aanpassen. De optelsom van deze lage verwachtingen vertaalt zich in een weinig opbrengstgerichte cultuur.
- Deze lage verwachtingen vertalen zich in relatief lagere doorverwijzingen naar het voortgezet onderwijs bij gelijke scores dan elders op de CITO toetsen. Het lijkt erop dat leerkrachten en ouders zich kunnen vinden in een relatief laag aspiratieniveau ten aanzien de schoolloopbaan van de kinderen. Het is overigens niet juist het hier beschreven verschijnsel te generaliseren. De regio noord- en midden Drenthe kent een duidelijk hogere doorstroming naar het havo/vwo dan het overige deel van Drenthe.
- In vergelijking met landelijke scores halen met name de autochtone leerlingen van laag opgeleide ouders lage prestaties bij het Begrijpend Lezen. Dit hangt waarschijnlijk samen met het relatief lage opleidingsniveau van de ouders.
- Ook ten aanzien van de werkwijze bij begrijpend lezen wordt een aantal opvallende zaken geconstateerd.
- Leerkrachten op de Drentse scholen met een oververtegenwoordiging van 0.25 leerlingen werken minder gericht aan het begrijpend lezen en passen het onderwijs relatief weinig aan bij de individuele leerling.
- Dit wordt waarschijnlijk mede veroorzaakt doordat in Drenthe in verhouding veel kleine scholen voorkomen. Combinatieklassen verkleinen de mogelijkheden tot differentiatie in leertijd en leerstof aanzienlijk. Goed klassenmanagement en adequaat instructiegedrag zijn belangrijke voorwaarden om in combinatiegroepen een hoog rendement te halen.
- Ondersteunende functies in de school zoals bijvoorbeeld interne begeleiding, coördinatie leerlingenzorg en remedial teaching komen in Drenthe tot nu toe iets minder voor dan elders.
1.2 Het voortgezet onderwijs
De deelname aan havo/vwo in Drenthe blijft achter in vergelijking met landelijke cijfers. Van schooljaar 1995/1996 t/m 1998/1999 was de deelname in leerjaar 3 en 4 in het voortgezet onderwijs als volgt: | regio noord en midden | zuidwest | Zuidoost
| Landelijk
| deelname havo/vwo
| 40,89 %
| 19,65 %
| 24,30 %
| 40,02 %
|
Hieruit valt af te leiden dat de regio noord en midden een deelname percentage aan havo/vwo kent, dat vergelijkbaar is met het landelijke beeld. De regio's zuidwest en zuidoost daarentegen kennen een veel lager percentage deelnemers aan havo/vwo dan landelijk. Dit zijn tevens de gebieden waar het grootste aantal goa-scholen is gevestigd. De gemeenten Emmen, Hoogeveen en Coevorden kennen in verhouding tot andere gemeenten een groot aantal basisscholen met een hoog percentage leerlingen van laag opgeleide ouders De scholen voor voortgezet onderwijs in Drenthe die actief deelnemen aan het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid, onderkennen al sinds enkele jaren de problematiek rond begrijpend lezen. Mede daarom voeren deze scholen taalbeleid, gericht op woordenschat of begrijpend lezen.
Recent onderzoek van Veenman en het Landelijk Steunpunt Educatie Molukkers (LSEM) toont aan dat de positie van Molukse leerlingen in het voortgezet onderwijs zorgelijk is. Er is sprake van oververtegenwoordiging in lagere vormen van voortgezet onderwijs en van een zwakke positie op de arbeidsmarkt. (83 % krijgt bij het verlaten van het basisonderwijs een vbo/mavo advies en er is sprake 30 % drop-out onder mannen en 9 % onder vrouwen). De oorzaken liggen volgens de onderzoekers in:
- taalproblemen (tekstvaardigheid, leesvaardigheid en communicatie)
- laag ambitieniveau
- steeds grotere nadruk in het onderwijs op zelfredzaamheid.
De oorzaken voor de verslechterende positie voor Molukse leerlingen, vertonen grote overeenkomsten met de in het rapport van Sardes/ITS genoemde problematiek in het basisonderwijs met betrekking tot de autochtone doelgroep. Het volgen van de woonwagenleerlingen in Drenthe levert hetzelfde beeld op. Hieruit kan de conclusie worden getrokken, dat de oorzaken van achterblijvende leerprestaties en een lagere uitstroom naar het voortgezet onderwijs van de genoemde groepen veel overeenkomst vertonen.
2 Ontwikkeling van het Onderwijskansenplan Drenthe Mede op basis van het tijdpad van het ministerie vindt de ontwikkeling van het Onderwijskansenplan fasegewijs plaats. In dit hoofdstuk beschrijven we op welke wijze we inhoud geven aan de verschillende fasen.
FASE 1 Verkenning en draagvlak In deze fase is door Kobalt voor onderwijs en jeugd het draagvlak voor een bovenlokale aanpak van het Onderwijskansenbeleid verkend. Tussen 4 september en 5 oktober heeft Kobalt voor onderwijs en jeugd de volgende acties ondernomen:
- Gesprek met vertegenwoordiging van het ministerie van OC&W;
- Gesprek met Sardes;
- Gesprek met de portefeuillehouders onderwijs van de Drentse gemeenten (Vereniging van Drentse Gemeenten);
- Bijeenkomst met het ambtelijk overleg Lokaal Onderwijsbeleid in de provincie Drenthe;
- Instelling van een begeleidingscommissie bestaande uit drie ambtenaren namens de deelnemende gemeenten, een vertegenwoordiger namens de PC-schoolbesturen in Drenthe, een vertegenwoordiger namens de RK-schoolbesturen, de directeuren van de Schooladvies en begeleidingsdienst Drenthe en Onderwijsvoorrang Drenthe;
- Het benoemen van een projectleider vanuit Onderwijsvoorrang Drenthe;
- Opstellen van een plan op hoofdlijnen, dat, na goedkeuring door de betrokken gemeenten, voor 15 oktober is opgestuurd aan OC&W.
FASE 2 Voorlichting en selectie In overleg met een gevormde begeleidingscommissie zijn in de week van 5 t/m 9 november drie voorlichtingsbijeenkomsten georganiseerd voor alle basisscholen die in de periode 1998 - 2002 deelnemen aan het Gemeentelijk Onderwijsachterstandenbeleid. In deze bijeenkomsten is informatie verstrekt over het Onderwijskansenplan, de integratie hiervan in het Gemeentelijk Onderwijsachterstandenbeleid en de voorwaarden voor deelname. Scholen met meer dan 50 % gewogen leerlingen hebben een schriftelijke bereidverklaring tot deelname ingestuurd en gegevens verstrekt die de basis vormden voor de selectie. De begeleidingscommissie heeft op basis van de beschikbare gegevens een quick scan uitgevoerd en een selectie gemaakt van OKP-kernscholen en volgscholen. Gemeenten en schoolbesturen hebben tot 21 november de tijd gehad om hierop te reageren. De selectie van 9 OKP-kernscholen en 9 volgscholen is per 1 december 2001 definitief gemaakt.
FASE 3 Analyse en planontwikkeling Kobalt voor onderwijs en jeugd heeft een pool van medewerkers gevormd die, in de periode 3 december 2001 tot 8 februari 2002, wordt ingezet voor de analyse en planontwikkeling op de OKP-kernscholen. De analyse omvat de volgende activiteiten:
- Het toepassen van de kwaliteitslijst KANSSCHOOL (zie ook hoofdstuk 4.3 a) met 91 kwaliteitscriteria om de beginsituatie van de scholen in kaart te brengen op de onderdelen:
- schoolorganisatie
- pedagogisch beleid en klimaat waarbij specifiek aandacht wordt besteed aan het verwachtingspatroon bij leerkrachten ten aanzien van de mogelijkheden van de doelgroepleerlingen.
- didactisch handelen en leerstofaanbod
- leerlingenzorg
- ouderbeleid
- Het voeren van gesprekken met representanten van
- Medezeggenschapsraad / Ouderraad
- Schoolbestuur
- Peuterspeelzaal
- Relevante welzijnsinstellingen
- Ondersteuningsinstellingen zoals Sabd en Onderwijsvoorrang Drenthe.
- Ambtenaren onderwijs en welzijn.
- Het uitvoeren van documentanalyse binnen de school en daarbuiten.
- Het bezoeken van klassen om een beeld te krijgen van het pedagogisch klimaat.
De analyserapporten van de negen kernscholen worden aangeleverd in week 3 van 2002. De betreffende scholen stellen op basis van de analyse hun schoolontwikkelingsplan op voor 8 februari 2002 Tussen 1 februari en 1 april 2002 vindt op de geselecteerde volgscholen en traject van analyse en planopstelling plaats. Dit is een minder uitgebreide analyse, waarvoor alleen de kwaliteitslijst wordt gebruikt. Tegelijkertijd worden de regionale acties beschreven.
FASE 4 Voortraject scholen - Wanneer de plannen van de OKP-scholen zijn goedgekeurd beginnen de scholen vanaf 15 februari met het voortraject. Dat houdt in dat de voorwaarden die nodig zijn om de uitvoering van de OKP-plannen voortvarend ter hand te nemen, voor de zomervakantie van 2002 zijn gerealiseerd.
Dit betekent:- beoordelen en aanschaffen materialen;
- coachen van de "kansleerkracht";
- taakverdeling binnen het team;
- organiseren van scholing en coaching voor de uitvoeringsperiode.
- Het voortraject voor de volgscholen kan starten na 1 april 2002. Hiervoor geldt een soortgelijk traject dan voor de OKP-kernscholen. Daar waar mogelijk, zullen er clusters van scholen worden gevormd op basis van de uitkomsten van de analyse.
- Het voortraject voor regionale acties start tussen 1 april en 1 juli 2002. De regionale acties worden zodanig voorbereid, dat met de uitvoering meteen na de zomervakantie kan worden begonnen.
FASE 5 Uitvoering Op basis van de plannen zal de uitvoering op alle niveaus starten met ingang van het schooljaar 2002 - 2003.
3 Deelnemers aan het onderwijskansenplan Drenthe
3.1 Deelnemende gemeenten In de regionale aanpak van de OKP-kernscholen participeren de volgende gemeenten op grond van de aanwezigheid van scholen met meer dan 50% doelgroepleerlingen: Assen, Coevorden, De Wolden, Hoogeveen, Meppel, Midden-Drenthe. Op de beschikbare lijst van scholen met meer dan 50 % doelgroepleerlingen (Bron: ministerie van OC&W), staat een school in Roden (gemeente Noordenveld). Deze school zou ook in aanmerking komen om deel te nemen op basis van het Inspectietoezicht. De hoge SE-score is echter het gevolg van het feit dat de school optreedt als moederschool van de AZC-school. De gemeenten staan op het standpunt dat AZC-scholen en AZC-afdelingen van reguliere basisscholen niet direct betrokken worden in het Onderwijskansenplan Drenthe. Enerzijds vanwege de afzonderlijke financiëringsstroom voor AZC-onderwijs en anderzijds vanwege inhoudelijke criteria met betrekking tot de doelgroep autochtone leerlingen. In het kader van de regionale aanpak wordt met betrokkenen de kwaliteitslijst voor de Kansschool geschikt gemaakt voor AZC-scholen. De gemeenten Borger/Odoorn en Westerveld kennen meerdere basisscholen, die tot voor kort boven de grens van 50% zaten en deel uitmaakten van de GOA-aanpak. Het is niet onmogelijk dat enkele van deze scholen bij de volgende teldatum de grens van 50% weer halen. Dat pleit ervoor om deze gemeenten te betrekken bij de voorgestelde aanpak. Beide gemeenten voeren actief GOA-beleid en kunnen door participatie in de regionale aanpak kennis en ervaring opdoen waarmee het GOA-beleid effectiever kan worden uitgevoerd. De gemeenten staan op het standpunt dat de budgetten ten goede moeten komen aan de scholen met de grootste problematiek. In het kader van de regionale aanpak wordt gewerkt aan een vorm om gemeenten, die geen onderwijskansenschool hebben, toch te kunnen laten profiteren van de ervaringen die op worden gedaan. De besluitvorming vindt op gemeentelijk niveau plaats. Alle deelnemende gemeenten voeren op overeenstemming gericht overleg met de schoolbesturen. 3.2 Deelnemende OKP-kernscholen
Motivatie van de keuze De hieronder vermelde scholen 1 t/m 7 bleken in de quick scan aan alle genoemde criteria te voldoen. Daarbij dient te worden opgemerkt dat de school in de gemeente De Wolden op 01 - 10 - 2001 slechts 36 leerlingen telde. Obs De Woldstroom in de gemeente Meppel en Obs Jan Ligthartschool in de gemeente Midden Drenthe hebben beide een inspectierapport dat als voldoende gekwalificeerd kan worden, maar hebben te maken met achterblijvende leerprestaties en een relatief lage uitstroom naar het voortgezet onderwijs. Deze gegevens en de door de gemeenten sterk bepleite regionale spreiding hebben er toe geleid dat deze scholen eveneens zijn geselecteerd. Op basis van de quick scan is de volgende lijst van deelnemende OKP scholen vastgesteld. Gemeente Assen
Rkbs Maria in Campisschool Brin: 08 XL Echtenstraat 1 9402 JA Assen Gemeente Coevorden
Obs Burg. S.J. van Royenschool Brin: 11 IS Sportparklaan 20 7848 BB Schoonoord Cbs Mijndert van der Thijnenschool Brin: 10 YA Dr. Picardtlaan 5 7741 CT Coevorden Gemeente De Wolden
Obs Esdalschool Brin: 12 CO Schoolweg 9 7924 PL Veeningen Gemeente Hoogeveen
Obs Apolloschool Brin: 13 UL Satellietenlaan 25 7904 LN Hoogeveen Cbs Juliana van Stolbergschool Brin: 15 ZF K. de Raadstraat 6 7802 JD Hoogeveen Obs Oostenbrink / Vogelvlucht Brin: 13 XW locatie : Kerkenkavel 40 7913 AT Hollandscheveld locatie : Ds. Van Elvenstraat 2 7916 RE Elim Gemeente Meppel
Obs De Woldstroom Brin: 13 PS Woldkade 1a 7942 AH Meppel Gemeente Midden-Drenthe
Obs Jan Ligthartschool Brin: 18 RT Leliestraat 6 9411 GR Beilen 3.3 Deelname OKP-Volgscholen
Motivatie van de keuze De gemeenten en schoolbesturen hebben op basis van het voorstel van de begeleidingscommissie besloten om alle scholen met meer dan 50% gewogen leerlingen als volgschool te laten participeren in een regionaal plan van aanpak. Daarnaast is er voor gekozen om de scholen met de hoogste SE-score uit de gemeenten Borger/Odoorn en Westerveld toe te voegen (zie hoofdstuk 3.1 Deelnemende gemeenten). Beide scholen worden geconfronteerd met aanzienlijke problematiek, zowel op cognitief als sociaal emotioneel gebied. Door deze keuze zijn alle gemeenten, die tot nu toe GOA-beleid hebben gevoerd, ook in de komende periode van vier jaar actief betrokken bij het versterken van dit beleid. Deze actieve betrokkenheid biedt voor elke gemeente de kans om op basis van de opgedane ervaringen hun eigen beleid doelgerichter en effectiever te maken. De volgscholen zijn: Gemeente Assen
Obs De Driemaster Brin: 14 GR Merwedestraat 16 9404 RM Gemeente Coevorden
Obs Wilhelminaschool Brin: 18 OQ Van Ewijcklaan 6 - 8 7741 VX Coevorden Gemeente Hoogeveen
Nbs Het Blokland Brin: 04 Pt Zwarte Dijkje 31 7914 ZG Noordscheschut Obs De Driesprong Brin: 18 NA Julianalaan 19 7918 AH Nieuwlande Cbs De Morgenster Brin: 15 XE Draco 69 7904 LB Hoogeveen Obs Het Spectrum Brin: 12 UZ locatie 1 Mimosastraat 2 7906 PK Hoogeveen locatie 2 Stoekeplein 1 7902 HM Hoogeveen Gemeente Meppel
Cbs Koningin Beatrixschool Brin: 10 HM De Vissersingel 1 7942 EA Meppel Gemeente Borger/Odoorn
Obs Parklaan Brin: 14 AL Primulastraat 2 9521 GW Nieuw Buinen Gemeente Westerveld
Obs De Kievitshoek Brin: 18 PE L.Homanstraat 24 8384 EE Wilhelminaoord In de periode 1 februari - 1 april 2002 wordt er per school een analyse uitgevoerd met de kwaliteitslijst Kansschool. In het plan van aanpak wordt er naar gestreefd aan te sluiten bij de te organiseren regionale acties.
3.4 Deelname Voortgezet Onderwijs aan het onderwijskansenplan In de subsidiebeschikking wordt gesproken over (vestigingen van) scholen voor voortgezet onderwijs met 40% of meer CUMI-leerlingen, die mogelijkerwijs voor een schoolspecifieke aanpak in aanmerking komen. In Drenthe zijn geen (vestigingen van) scholen voor voortgezet onderwijs die aan dit criterium voldoen. Het OKP-plan benadrukt het belang van deelname van scholen voor voortgezet onderwijs. In het kader van regionale acties wordt specifiek aandacht besteed aan de betrokkenheid van het voortgezet onderwijs bij de onderwijskansenaanpak. Met de scholen voor voortgezet onderwijs en de basisscholen zullen in het kader van de regionale acties, plannen worden ontwikkeld om een doorgaande lijn met name op het terrein van Begrijpend Lezen te realiseren. Uit het al eerder genoemde rapport "Nieuwe kansen voor onderwijs in Drenthe" (analyse van de huidige situatie en voorstellen voor de komende jaren) van oktober 2001, blijkt de noodzaak om juist het begrijpend lezen tot regionaal actiepunt te maken. In het Drentse voortgezet onderwijs hebben we op een aantal plaatsen te maken met een concentratie van instromende leerlingen die extra zorg nodig hebben in verband met achterblijvende leerprestaties. Het gaat dan in de eerste plaats om de autochtone leerlingen van laag opgeleide ouders, maar ook om de Molukse leerlingen en de leerlingen die behoren tot de woonwagenbevolking. De oorzaken van de achterblijvende prestaties oorzaken zijn vooral terug te voeren op:
- taalproblemen zoals problemen in tekstvaardigheid en leesvaardigheid.
- taalproblemen in de communicatieve sfeer
- laag ambitieniveau zowel bij leerlingen als ouders
- steeds meer nadruk op zelfredzaamheid in het onderwijs
- geringe ondersteuning in de thuissituatie.
In het kader van het Onderwijskansenplan voortgezet onderwijs is een pilotproject gericht op de schoolloopbaan van de genoemde groepen een gewenste aanvulling op de regionale acties. In dit kader worden plannen ontwikkeld voor een doorgaande lijn in begrijpend lezen en zorg Daarbij zal nadrukkelijk aandacht worden besteed aan de wijze waarop ouders kunnen worden betrokken bij het verbeteren van de schoolloopbaan van hun kind(eren). Mogelijkheden om ook vormen van leerlingmentoring mee te nemen in het te ontwikkelen plan worden bekeken. Voor 15 februari 2002 zal met betrokken deskundigen een plan worden opgesteld ter verbetering van de schoolloopbaan van de genoemde groepen. Bij het ministerie van OC&W zal een verzoek worden ingediend om een budget ter beschikking te stellen om dit pilotproject voortgezet onderwijs mogelijk te maken in het kader van het Onderwijskansenplan Drenthe. In dit pilotproject wordt in ieder geval aangegeven waartoe de uitvoering moet leiden. Daarbij wordt gedacht aan het verminderen van voortijdig schoolverlaten, verminderen van tussentijdse afstroom naar lager vormen van voortgezet onderwijs en een verhoogde deelname aan havo/vwo van de genoemde groepen.
3.5 Deelname welzijnsinstellingen Op basis van de plannen van de OKP-scholen zullen afspraken worden gemaakt met welzijnsinstellingen die een rol hebben te spelen bij de uitvoering van die plannen. Daarbij kan worden gedacht aan schoolmaatschappelijk werk, sociaal cultureel werk, opbouwwerk en instellingen in de sfeer van kunst en cultuur. In ieder geval zullen de peuterspeelzalen waarvan de peuters doorstromen naar OKP kansscholen en OKP volgscholen worden betrokken in de uitvoering. Daar waar sprake is van extra middelen in het kader van de Voor- en Vroegschoolse Educatie zal nadrukkelijk worden gezorgd voor afstemming tussen de schoolontwikkelingsplannen en het plan in het kader van de VVE.
4 Beoogde opbrengst
4.1 Doelstellingen
In aansluiting op het landelijke beleidskader worden de volgende doelstellingen nagestreefd:
- Het aantal doelgroepkinderen dat aan effectieve voor- en vroegschoolse programma's deelneemt, in de gemeenten die in de subsidiebeschikking zijn genoemd, is in 2006 hoger dan in 2002 (nulmeting in voorjaar 2002).
- De afstand in leerprestaties tussen autochtone leerlingen met laag opgeleide ouders en het landelijk gemiddelde is in 2006 kleiner dan in 2002. Het prima-cohort onderzoek (gebiedsrapport Drenthe) en de te verzamelen gegevens over de leerprestaties taal en rekenen in de groepen 2, 4, 6 en 8 worden daarvoor gebruikt.
- Het percentage leerlingen, behorend tot de groep autochtone leerlingen van laag opgeleide ouders, dat uitstroomt naar havo/vwo is in 2006 met 4 % gestegen ten opzichte van 2002.
- Jaarlijks worden de uitstroomcijfers van de 18 deelnemende scholen (OKP- en volgscholen) opgevraagd en getotaliseerd.
- De taalachterstand van de 0.25 leerlingen ten opzichte van de ongewogen leerlingen bij
- het verlaten van de basisschool is in 2006 verminderd ten opzichte van 2002. De
- eindtoetsscore basisonderwijs van 2002 wordt gebruikt als nulmeting. Na de nulmeting zal in onderling overleg een meetbare doelstelling worden geformuleerd.
- In 2006 is er een doorgaande lijn van primair naar voortgezet onderwijs in de aanpak van
begrijpend lezen en het gebruik van de Nederlandse Taal in de overige vakken. 4.2 Monitoring en evaluatie
In januari 2001 hebben de twaalf Drentse gemeenten, het college van Gedeputeerde Staten van Drenthe en de Vereniging van Drentse Gemeenten een convenant afgesloten met de Stichting Oberon om gezamenlijk via een gefaseerde werkwijze te komen tot een gemeentelijke onderwijs- en jeugdmonitor. Deze dient zowel op gemeentelijk als provinciaal niveau inzicht geven in de onderwijspositie van leerlingen. Binnen een driejarig traject is reeds begonnen met het opzetten van een basismonitor voor elke gemeente. Als eerste wordt gekozen voor een basismodule VVE en een module taal- en rekenprestaties in het primair onderwijs. Per gemeente kan het basispakket modulair worden uitgebreid. In het kader van het Gemeentelijk Onderwijsachterstandenbeleid vindt er jaarlijkse een evaluatie plaats. Kobalt voor onderwijs en jeugd levert hiertoe feitelijke gegevens en scores per gemeente op. In deze evaluatie worden onder meer cijfermatige gegevens verzameld van deelnemende peuterspeelzalen en scholen voor primair en voortgezet onderwijs. Totdat de Drentse monitor operationeel is, zal deze jaarlijkse cyclus worden voortgezet. Daarnaast wordt gemeenten en scholen geadviseerd te blijven deelnemen aan het Prima-cohort onderzoek.
De evaluatie-opzet van het Onderwijskansenplan Drenthe wordt nader uitgewerkt in de periode januari-maart 2002. Uitgangspunt hierbij is artikel 3 lid 1a en 1b van de subsidiebeschikking. Streven is zo veel mogelijk aan te sluiten bij bestaande ontwikkelingen. 4.3 De relatie tussen het Onderwijskansenplan en het Gemeentelijk Onderwijs-achterstandenbeleid
Om de relatie tussen het Onderwijskansenplan en het gemeentelijk onderwijs-achterstandenbeleid te leggen, worden twee strategieën gevolgd: a. Voorgestelde inhoudelijke aanpak De uitvoering van activiteiten binnen de huidige planperiode is nog in volle gang. De aandacht voor evaluatie en monitoring speelt in dit jaar in bijzondere mate. De gemeenten zijn op dit moment bezig zich voor te bereiden op de GOA-planperiode 2002-2006, veel gemeenten kiezen ervoor om het beleid te ontwikkelen in nauwe samenspraak met het veld. In een aantal gemeenten wordt hard gewerkt om de VVE-regeling op een effectieve wijze in te zetten. Al deze ontwikkelingen vragen van scholen en deelnemende instellingen tijd en aandacht. De ervaring leert dat scholen veel behoefte hebben aan een integrale, samenhangende aanpak, waarbij hun eigen problematiek en/of de problematiek rondom de school uitgangspunt van handelen is. Het streven is om bij de uitwerking van het plan van aanpak voor Onderwijskansenscholen aan te sluiten bij de lopende ontwikkelingen. Dit betekent dat planontwikkeling GOA-VVE en planontwikkeling Onderwijskansenscholen op elkaar worden afgestemd, dan wel integraal worden uitgewerkt. Om een geïntegreerde aanpak te bevorderen is door Kobalt voor onderwijs en jeugd in de afgelopen twee jaar gewerkt aan de ontwikkeling van een instrument, dat hierbij als hulpmiddel kan worden ingezet. Het gaat om het traject Kansschool. Een werkwijze, waarbij samen met de school een analyse wordt gemaakt van de huidige situatie, op basis van 91 kwaliteitscriteria, verdeeld over vijf gebieden. De criteria sluiten voor het grootse deel aan bij de standaarden van het Integraal Schooltoezicht en zijn deels een verdieping met onderdelen, waarvan op basis van onderzoek en ervaring is gebleken dat ze relevant zijn in het verbeteren van onderwijskansen van kinderen. Op basis van de analyse gaan scholen een doelgericht verbeteringstraject in, met als bijkomend positief resultaat dat het ´keurmerk Kansschool´ kan worden verkregen. Op deze wijze denken we scholen te stimuleren om vanuit een positief imago, een gerichte impuls te kunnen geven aan het verbeteren van onderwijskansen van kinderen.
Door dit traject onderdeel te laten zijn van de integrale beleidsvorming in het kader van het GOA-beleid, is het mogelijk om maatregelen, die tot stand komen in samenwerking met andere beleidssectoren dan wel beleidsontwikkelingen, op een effectieve wijze hierop af te stemmen. Zo kunnen ontwikkelingen elkaar versterken. In de aanpak van de Onderwijskansenscholen wordt het traject Kansschool als basis benut om het Kansplan van de school in te vullen. Daarnaast zullen (zo mogelijk geactualiseerde) gegevens van de inspectie (IST en RST) benut worden, de evaluatiegegevens van het GOA-beleid, gegevens uit het Prima-cohortonderzoek, bevindingen/ervaringsgegevens van de schoolbegeleidingsdienst, danwel andere ondersteunende instellingen en gegevens van instellingen waarmee wordt samengewerkt, bijvoorbeeld in het kader van de VVE-regeling. Bij de invulling van het Kansplan wordt een samenhangend overzicht gemaakt van de aard van interventies, de wijze van evalueren, het beoogde tijdpad, de rol van de school en de mogelijke rol van ondersteuningsinstellingen. De scholen bepalen in het traject Kansschool zelf welke ondersteuning/professionalisering zij willen afnemen. De trajectbegeleider kan hierin adviseren. De beoogde resultaten zullen worden vastgelegd in concrete/meetbare doelen, zowel in termen van onderwijsresultaten, als van de vormgeving van het onderwijs. Streven is om in het Kansplan een samenhangend ondersteuningsaanbod op te nemen, waarbij uitgegaan wordt van de opvatting dat ondersteuning gericht is op de versterking van de eigen kwaliteiten en capaciteiten van de betrokkenen in de school en dat ondersteuning op zichtbare/effectieve wijze moet bijdragen aan de vastgestelde doelen c.q. te behalen resultaten. b. Regionale aanpak Een goede aansluiting vinden tussen voorgenomen acties op regionaal niveau en verdiepende activiteiten van de scholen, vraagt om een goede ordening van ervaringsgegevens die bekend zijn bij de school zelf, de Inspectie, evaluaties in het kader van het Gemeentelijk Onderwijsachterstandenbeleid, schoolbegeleiding en andere relevante bronnen. Een dergelijke inventarisatie vormt een eerste stap in het uitvoeringstraject. Als de analyses met behulp van de kwaliteitslijst Kansschool het mogelijk maken, worden de volgscholen in drie groepen verdeeld waarbij iedere groep scholen in de plannen een accent gaat leggen dat past bij de geconstateerde problematiek in Drenthe in het rapport van Sardes/ITS. Elke groep vormt een netwerk waarbinnen ervaringen en successen worden uitgewisseld.
Regionale acties
- De vertaalslag van de uitkomsten van het Sardes-Its-onderzoek naar acties op het terrein van taal/begrijpend lezen, de rol van ouders en het stimuleren van het hebben van hoge verwachtingen van doelgroepleerlingen.
- Het ontwikkelen van een model om te komen tot regionaal taalbeleid po-vo, waarin meegenomen is het inburgeringsbeleid;
- Het waar nodig introduceren van een schoolverbeteringstraject zoals Bouwen aan Adaptieve scholen of Argonaut (verbetering van de effectieve instructievaardigheden van leerkrachten);
- Het inpassen van het beleid voor Onderwijskansenscholen in het Goa-beleid
- Het actief benutten van de bovenlokale in- en output van de Drentse monitor voor onderwijs en jeugd;
- Het leggen van een relatie tussen lokaal onderwijs- en jeugdbeleid en de sociaal, economische ontwikkeling in de regio.
- Het verbeteren van de overgang van het primair naar het voortgezet onderwijs. Hierbij zal worden gekeken naar regionale acties op het terrein van taalbeleid, ouderbeleid, zorgbeleid en uitwisseling van gegevens tussen primair en voortgezet onderwijs.
- Het geschikt maken van de kwaliteitslijst Kansschool voor gebruik binnen de AZC-scholen of -afdelingen binnen reguliere basisscholen. Daarbij zullen de standaarden van het Integraal School Toezicht worden benut en zal overleg worden gevoerd met de inspectie.
- Een pilotproject voor het verbeteren van de schoolloopbaan van autochtone doelgroepleerlingen, Molukse leerlingen en woonwagenleerlingen in Drenthe.
De voorgenomen regionale acties zullen verder worden uitgewerkt in de periode 1 februari - 1 april 2002. Parallel hieraan zullen met de volgscholen de ontwikkelingsplannen worden opgesteld naar aanleiding van de analyse Kansschool.
5 Organisatiestructuur 5.1 Uitgangspunten De bovenlokale samenwerking van de aanpak van Onderwijskansenscholen krijgt vorm door gebruik te maken van de bestaande infrastructuur, de opgebouwde netwerken en relaties. Daarbij is uitgangspunt van handelen, dat verantwoordelijkheden van de verschillende partners worden gerespecteerd, danwel actief aangesproken. Het beleid voor de Onderwijskansenscholen vormt integraal onderdeel van het GOA-beleid. Dit betekent dat de gemeenten verantwoordelijk zijn voor de vaststelling van de lokale vertaalslag van dat beleid, na het op overeenstemming gerichte overleg met de betrokken schoolbesturen. De school vormt de spil in de ontwikkeling van het beleid. Zoals eerder aangegeven is het van belang vanaf het begin de linken te leggen met bijdragen van anderen in en om de school. Gedacht kan worden aan schoolmaatschappelijk werk, de peuterspeelzaal/kinderopvang, de GGD, welzijn (naschoolse activiteiten) en de aansluiting met het voortgezet onderwijs. De analyse op de onderwijskansenscholen legt die linken. Herijking van bestaande activiteiten is eveneens onderdeel van het analyseproces. Vanuit de gedachte dat verandering/verbetering het meest effectief tot stand komt als betrokkenen zèlf verantwoordelijk zijn voor het proces, mag duidelijk zijn dat de leerkrachten, de schoolleiding en de ouders belangrijke partijen zijn. De Inspectie wordt ingeschakeld om te bekijken of de Kansplannen passen bij de afspraken en conclusies uit de RST/IST-rapportages. De Inspectie heeft op schoolniveau een controlerende taak ten aanzien van proces, inhoud en opbrengst in de uitvoering van de plannen. Op basis van de aanwezige expertise en de groeiende samenwerking tussen organisaties in Drenthe, wordt er in eerste instantie gekeken naar de inzet van de Drentse organisaties (SABD, Hogeschool Drenthe, Onderwijsvoorrang Drenthe). De betrokken organisaties hebben de verantwoordelijkheid om scholen inzicht te geven in relevant aanbod dat op de markt is, ook van organisaties buiten Drenthe. Daarnaast zal in het kader van de regionale acties gezocht worden naar relevante samenwerkingspartners op de diverse onderdelen.
In het kader van de afspraken tussen gemeenten en de School-, Advies- en Begeleidingsdienst Drenthe (SABD) kunnen scholen hun trekkingsrechten vraaggericht inzetten voor de uitvoering van de Kansplannen. Met instellingen uit de sfeer van zorg en welzijn worden op functionele basis afspraken gemaakt. Via de bestaande netwerken en contacten wordt dit aangestuurd. Kobalt voor onderwijs en jeugd vervult de procescoördinerende rol. 5.2 Vormgeving Het Onderwijskansenplan Drenthe is het richtinggevende document voor de samenwerkende gemeenten voor de planperiode 2002 tot en januari 2006. Er is een stuurgroep gevormd, bestaande uit de wethouders van onderwijs van de samenwerkende gemeenten. De stuurgroep komt na vaststelling van het Onderwijskansenplan minimaal één keer per jaar bij elkaar en is eindverantwoordelijk voor de uitvoering van het beleid. De gemeente Hoogeveen treedt op als contactpunt voor het ministerie en vervult de rol van budgethouder. In het voortraject is een begeleidingscommissie gevormd bestaande uit drie ambtenaren namens de belanghebbende gemeenten, drie vertegenwoordigers namens de schoolbesturen, de directie van de SABD en Onderwijsvoorrang Drenthe. Deze begeleidingscommissie gaat, na goedkeuring van dit plan, de rol van projectgroep vervullen. Daarbij zal het aantal vertegenwoordigers van de schoolbesturen worden teruggebracht tot twee. Dat betekent één vertegenwoordiger namens het schoolbestuur van rooms katholiek onderwijs en één namens de schoolbesturen van het protestants christelijk onderwijs in Drenthe. De drie ambtenaren vertegenwoordigen elk een regio van de provincie. Zij vervullen de intermediaire rol naar collega's van de andere deelnemende gemeenten in hun regio en één van hen vertegenwoordigt het bestuur van het openbaar onderwijs
De projectgroep komt in de fase van analyse en planopstelling tenminste vier keer bij elkaar en in de fase van uitvoering ten minste twee maal per jaar. In de projectgroep worden taken en verantwoordelijkheden tussen de diverse geledingen besproken en geregeld. De projectgroep bewaakt de voortgang van de uitvoering van het Onderwijskansenplan Drenthe.. Kobalt voor onderwijs en jeugd heeft een projectleider aangesteld, die onder verantwoordelijk van de stuurgroep de coördinatie van de uitvoering van het Onderwijskansenplan Drenthe verzorgt. Hij informeert de projectgroep over de algehele voortgang. De projectleider is verantwoordelijk voor de communicatie en aansturing van alle betrokkenen en de uitvoering van het Onderwijskansenplan. Voor een aantal organisatorische en administratieve taken wordt de projectleider bijgestaan door een projectassistent.

6 Financiën 6.1 Huidige financiëring GOA Vanaf 1998 zijn gemeenten door het ministerie van OC&W gefaciliteerd op basis van een voorstel van de toen deelnemende gemeenten en het bestuur van de Stichting Onderwijsvoorrang Drenthe. Het voorstel was gebaseerd op de volgende uitgangspunten: - gemeenten zetten, evenals de periode ervoor, een gemeentelijk budget in voor de uitvoering van het GOA-beleid;
- het Rijksdeel, dat tot dat moment beschikbaar was voor de uitvoering van het onderwijsvoorrangsbeleid, wordt als GOA-budget rechtstreeks aan de gemeenten toegekend;
- het budget voor coördinatie, ontwikkeling en ondersteuning wordt in de vorm van centraal gebiedsgeld, via de gemeente Emmen, toegekend aan Kobalt voor onderwijs en jeugd en ingezet ter ondersteuning van de uitvoering van het GOA-beleid (inclusief owwz) in 10 van de 12 Drentse gemeenten.
Om een beeld te geven van de omvang van de beschikbare GOA-budgetten is in onderstaand overzicht het aan de gemeente toegekend deel inzichtelijk gemaakt en de wijze waarop de inzet van Kobalt voor onderwijs en jeugd verdeeld is (het gaat om een momentopname uit 1998-1999 als voorbeeld). De omvang van het gemeentelijk budget hebben we bij het opmaken van dit rapport niet beschikbaar. Gemeente | GOA-budget niveau 1998 | Gemiddelde verdeling centraal gebiedsgeld | Aa en Hunze | 4.850 | 13.700 | Assen | 36.000 | 20.000 | Borger-Odoorn | 19.400 | 86.000 | Coevorden | 48.500 | 128.500 | Emmen | 174.600 | 557.000 | Hoogeveen | 92.150 | 234.000 | Midden-Drenthe | 9.700 | 61.500 | Meppel | 29.100 | 63.500 | Noordenveld | 0 | 1.750 | Tynaarlo | 0 | 2750 | Westerveld | 4.850 | 67.500 | De Wolden | 4.850 | 20.000 | | Totaal | 424.000 | 1.256.200 |
Ter toelichting: In de gemeenten Tynaarlo en Noordenveld is de inzet specifiek gericht op woonwagenleerlingen (owwz). De Spijbelopvanggelden (ruim 180.000 gulden), zijn niet in het overzicht opgenomen. Ze worden jaarlijks verdeeld over de gemeenten Emmen en Hoogeveen. 6.2 Begroting Onderwijskansenplan Drenthe 2001-2002 Deze begroting is opgesteld in overleg met de projectgroep en zal op 21 december 2001 ter vaststelling worden voorgelegd aan de stuurgroep. | beschikbaar budget | Begroot | | Basisbedrag OKP-scholen | fl 666.667 | | | Uitvoering analyse en plan | | fl 124.500 | | Ondersteuning analyse en plan | | fl 222.100 | | Uitvoering voorfase kansplan scholen | | fl 313.800 | | Organisatiekosten | | fl 6.267 | | Totaal | fl 666.667 | fl 666.667 |
| | | | Regionale aanpak | fl 500.000 | | | Uitvoering analyse-plan volgscholen | | fl 40.000 | | Ondersteuning analyse-plan volgscholen | | fl 90.000 | | Uitvoering voorfase kansplan volgscholen | | fl 135.000 | | Ontwikkeling regionale actiepunten | | fl 168.000 | | Coördinatie regionale actiepunten | | fl 62.000 | | Organisatiekosten | | fl 5.000 | | Totaal | fl 500.000 | fl 500.000 |
| | | | Regionale en lokale coördinatie | fl 180.000 | | | Lokale coördinatie | | fl 60.000 | | Regionale coördinatie/projectleider | | fl 110.000 | | Organisatiekosten | | fl 10.000 | | Totaal | fl 180.000 | fl 180.000 |
6.3 Bekostigingsvoorstellen In overleg met de gemeente Hoogeveen en de begeleidingscommissie is de volgende gedragslijn afgesproken t.a.v. de bekostiging van diverse onderdelen van de uitvoering van het Onderwijskansenplan in het lopende jaar. - Op basis van de begroting (zie boven) is vastgesteld welke budgetten beschikbaar zijn voor de diverse onderdelen.
- Het budget dat bestemd is voor het hele traject van analyse en planontwikkeling, dat plaatsvindt in de periode december 2001 t/m januari 2002, wordt overgemaakt aan Onderwijsvoorrang Drenthe. Kobalt voor onderwijs en jeugd is aannemer, verstrekt opdrachten aan derden (onderaannemers) en faciliteert alle betrokkenen op basis van het begrotingsvoorstel. Kobalt voor onderwijs en jeugd verantwoordt dit aan de gemeente na afronding van het traject.
- De budgetten voor scholen, die betrekking hebben op de uitvoering van het plan voor de eerste fase, worden overgemaakt aan de gemeenten. De gemeenten verzorgen de beschikkingen en betalingen aan de scholen en dragen zorg voor de verantwoording. Zij worden door de gemeente Hoogveen geïnformeerd over de wijze waarop verantwoording moet plaatsvinden.
- De budgetten voor de lokale coördinatie worden op basis van een nader uitgewerkt plan, toegekend aan gemeenten en betrokken vertegenwoordigers van schoolbesturen.
- De budgetten voor regionale coördinatie worden toegekend aan Kobalt voor onderwijs en jeugd t.b.v. de inzet van de projectleider. In een nader uit te werken plan van de projectleider wordt de beoogde inzet verder onderbouwd. Er is t.a.v. van alle componenten een bedrag aan organisatiekosten opgenomen. Deze wordt toegekend aan Kobalt voor onderwijs en jeugd en is bestemd voor reis- en verblijfkosten t.b.v. ondersteuners in de analysefase, kantoorkosten en administratieve ondersteuning.
- De uitwerking van regionale actiepunten, in de vorm van projectvoorstellen, wordt besproken en inhoudelijk goedgekeurd door de projectgroep. De projectgroep legt de voorstellen ter goedkeuring aan de stuurgroep. Op basis van besluitvorming worden door de gemeente Hoogeveen budgetten toegekend.
- Bij de uitvoering van het traject voor de volgscholen wordt dezelfde gedragslijn gehanteerd als genoemd onder punt 2.
Bijlage 1 Fasering oktober 2001 tot en met juli 2002 | Fase 1 | Vóór half oktober | - Opstellen conceptplan t.b.v. het ministerie van OC&W
- Oriëntatie draagvlak bij gemeenten
- Advisering door Inspectie
- Bespreking plannen ambtelijk en bestuurlijk
| | Fase 2 | Tot 1 december 2001. | - Aanstellen van een projectleider
- Verzorgen van informatie aan betrokken scholen
- Uitvoeren van het selectieproces
- Scheppen van voorwaarden om de organisatie op te kunnen starten
| | Fase 3 | Tot 8 februari 2002 | - Uitvoeren van de analyse met behulp van het Kansschooltraject en de omgevingsanalyse. Het opstellen van de schoolontwikkelingsplannen van de onderwijskansenscholen.
(zie ook pag. 5) - Opstellen evaluatieplan en communicatieplan
- Beoordelen van de plannen en vaststellen van het financiëringplan
| | Fase 4 | Van 1 februari tot 1 april 2002 | - analyse en planopstelling voor de volgscholen
- uitwerking regionale aanpak.
| | Fase 5 | Voor eind mei 2002 | - Beoordeling van de plannen en vaststellen van het financiëringsplan
| | Fase 6 | Tot 1 juli 2002 | - Voorbereiding op de uitvoering van de kansplannen binnen de scholen en van de regionale acties.
|
Gemeente Drenthe 15-01-2004

Download: Plan van aanpak (123 kB)
|
 |