 |
Download
Kind als middelpunt
Cirkel
Mandela
Sociale structuur
Aboriginal
Dolfijnkaartjes
Filosofie
|
 |
Tekenen en schilderen bevorderen sociaal-emotionele ontwikkeling
Naast het leren van taal en rekenen is ‘sociale competentie’ een belangrijk doel van het funderend onderwijs. Op de Openbare Basisschool Pestalozzi in Apeldoorn wordt tekenen en schilderen ingezet om de sociale vaardigheden te vergroten.Dan leg ik uit dat voor mij wit staat voor respectvol, en zwart voor respectloos. Maar je hebt niet alleen wit en zwart, er zitten allerlei kleuren tussen. Dat snappen ze heel goed. We hebben repen papier uitgedeeld, met aan de ene kant een zwarte strook en aan de andere kant een witte, en daartussen moesten ze zelf inkleuren. Dan krijg je dus…” leerkracht Jeanne Heuvelink rommelt even tussen de kleurige papierstroken “… kijk, deze heeft lila naast het zwart, en deze heeft lila naast het wit. En daar gaan we over praten, wat betekent dat? Dat betekent dat iemand iets tegen je kan zeggen met de beste bedoelingen, met respect, maar dat dat voor jou juist heel respectloos is. En omgekeerd. En wat doe je dan?”
 Kind als middelpunt Jeanne Heuvelink, leerkracht in groep 8 van de Pestalozzischool in Apeldoorn, ziet het kind als middelpunt van het eigen leerproces. Zo zien kinderen dat niet, is haar ervaring. De kinderen die zij in de klas heeft dit jaar ongeveer half-om-half autochtoon en allochtoon, volgend jaar voor 95 procent allochtoon zijn afwachtend, vertonen weinig initiatief en komen niet gemakkelijk voor hun eigen wensen en gevoelens uit. Door de kinderen bewust te maken van zichzelf en van anderen, wil ze bereiken dat haar achtstegroepers van zichzelf weten wat ze willen, kunnen formuleren wat er in hen omgaat en met anderen kunnen omgaan zonder daarbij al te grote brokken te maken.
Cirkel Iedere week, op maandagmorgen, laat Heuvelink de kinderen een cirkel tekenen in een speciaal schrift. Binnen de cirkel komt in steekwoorden, zinnetjes of een tekeningetje de gevoelens of situatie van de betreffende leerling te staan. Daarbuiten schrijft het kind op wat het zich voorneemt die week te gaan doen, zoals repeteren aan de musical of voorbereiden op de cito-toets. Op vrijdag wordt erbij geschreven wat ervan terecht gekomen is. “Dan ronden we de week af, ze kunnen het op school laten, en maandag met een schone lei beginnen”, zegt Heuvelink. Inclusief praten over de teksten en tekeningen is ze er op maandag een half uur aan kwijt, op vrijdag een kwartier. “Het is motiverend voor de leerlingen, en tegelijk is het een soort dagboekje”, licht Heuvelink toe. “Ze schrijven over oefentoetsen, ruzies, alles. Kijk, hier staat: ‘niet helemaal gelukt’, dat is dan niet erg, volgende keer beter.”
Mandala’s
Een middag in de week krijgen de leerlingen uit groep 8 teken- en schilderles. Die middag staat naast Jeanne Heuvelink ook Ria Groeneveld voor de klas. Groeneveld is vakleerkracht tekenen in opleiding. De lessen beginnen in september met het leren inkleuren van mandala’s. Mandala’s zijn er in verschillende vormen. Groeneveld en Heuvelink kopiëren de in te kleuren vormen uit een boek. De kinderen mogen kiezen welke vorm het beste bij hen past. “En dan komt het echt op kiezen aan”, zegt Groeneveld. “Want eerst kijken ze wat hun buurvrouw of buurman pakt, en dan nemen ze hetzelfde. Dan vraag ik ze waarom ze die nou nemen, waarom ze vinden dat het bij ze past.” De mandala’s worden vervolgens prachtig ingekleurd, met subtiele kleurovergangen of juist heel contrastrijk. “Het is concentratieverhogend, zo’n cirkel”, zegt Heuvelink. “We praten tijdens het kleuren ook over concentratie, het richten op het middelpunt. Het is belangrijk dat er met de kinderen gesproken wordt.” Tijdens het kleuren ontstaan er vanzelf filosofische gesprekken, waarin begrippen als ‘contrast’, ‘differentiatie’, ‘dimensie’ ter sprake komen. “De taalverwerving, en de gedachten die je in taal kunt uitdrukken, dat blijft centraal staan”, zegt Heuvelink. Er is met veel aandacht aan de mandala’s gewerkt, dat is goed te zien aan het resultaat. Het inkleuren van mandala’s en het leren van verschillende kleurtechnieken daarbij, duurt tot na de kerstvakantie.
Sociale structuur Welke teken- en schildertechnieken en welke genres in een schooljaar aan bod komen, hangt sterk samen met de behoeften van de groep. De groep 8 die dit jaar afzwaait, begon in september als een sociaal moeilijke groep. “Er heerste een verkeerde sociale structuur”, vertelt Heuvelink. “Een klein clubje voerde de boventoon en onderdrukte de anderen. Door het tekenen en het praten erover kwamen we erachter dat het onvermogen was.“ Het maken van aboriginal-schilderijen gaf inzicht in de sociale structuur van de groep, en zorgde ook voor een verandering in de wantrouwende manier waarop de kinderen met elkaar omgingen. “Eerst moesten ze een plankje een achtergrondkleur geven. De kleur die bij hen past. Iedereen heeft zo’n ‘eigen’ kleur”, vertelt Heuvelink. “Vervolgens moesten ze die plankjes op de grond leggen. Als het ze niet beviel wie er naast ze ging liggen met z’n plankje, konden ze hun plankje weer weghalen en ergens anders neerleggen. Ze moesten dus goed onthouden wie welk plankje waar had neergelegd. Dus wat zie je: ze gaan selecteren. Alleen wie echt belangrijk voor ze is, gaan ze onthouden. Uiteindelijk lagen de plankjes zodanig, dat alle kinderen er vrede mee konden hebben”.
Aboriginal Aboriginal-schilderijen zijn een soort plattegrond. Dat kan van een dorp of een streek zijn, maar ook van een persoon. Zo’n schilderij kan bijvoorbeeld verschillende eigenschappen verbeelden, of verschillende levensstadia. “De verschillende onderdelen worden in een bepaald symbool verbeeld”, legt Groeneveld uit. “Dat moet je afbakenen met een grens van stippels. Die grens kun je dikker of dunner maken, met meer of minder rijen met stippels afgrenzen. Vervolgens maak je weggetjes tussen de symbolen. Dat kan rechtstreeks of met een omweg. De opdracht was hier om ‘jezelf in de klas’ te verbeelden. En opvallend was dat ze allemaal een heel dunne rij stippels hadden om de verschillende symbolen heen. Geen wonder dat ze zo snel door elkaar gekwetst konden worden.” Voor ze de symbolen op de plankjes schilderden en er paadjes tussen maakten, moesten de kinderen met hun buren van de aangrenzende plankjes overeenstemming bereiken over de grensgebieden. Hoeveel konden ze samen delen? “Kijk, deze hebben een lang stuk samen, bijna de hele zijkant, en bij die is het maar een klein gebiedje”, wijst Heuvelink aan. “Dat van die grenzen hebben we zelf bedacht, dat is niet oorspronkelijk aboriginal-kunst. Dat was expliciet bedoeld om de kinderen met elkaar aan het praten te krijgen op een constructieve manier”.
Dolfijnkaartjes Naast tekeningen zet Heuvelink ook ‘dolfijnkaartjes’ in om gevoelens en belevingen bespreekbaar te maken. Op ronde kaartjes, met een dolfijn op de achterkant, staan woorden als ‘kracht’ of ‘schateren’ of ‘voorbij tijd en ruimte’. “Je kiest een kaartje dat op je van toepassing is of dat je kan gebruiken”, legt Heuvelink uit. “Zo zijn ze nu aan het oefenen voor de musical, en het meisje dat een van de hoofdrollen heeft, straalt niet genoeg leiderschap uit, terwijl ze wel de kar moet trekken. Zij kreeg vanmorgen het kaartje ‘stuurmanskunst’. Toen heb ik tegen haar gezegd: dat betekent dat je meer de leiding moet nemen. Zodat de anderen kunnen spelen.” Ook bij de tekeningen moet je voortdurend verhalen vertellen, vindt Heuvelink. “Je moet ze steeds iets van een andere kant laten zien. Ook zichzelf. Ze moeten leren van standpunt te wisselen.” Als iets fout gaat in een tekening, mogen ze niet opnieuw beginnen. “Het gaat erom dat je de fout verwerkt, dat je er iets mee doet”.
Filosofie De manier waarop Heuvelink en Groeneveld tekenen en schilderen combineren met praten over gevoelens en ervaringen leunt sterk op filosofische inzichten. Daarom past het geven van dit soort tekenles niet bij iedere leerkracht. Op de Pestalozzisschool wordt alleen in groep 7 en groep 8 op deze manier met tekenen en schilderen gewerkt. Dat is niet erg, vindt directeur Eric van Loo. “Dat kinderen ervaren dat er verschillen tussen leerkrachten zijn, is alleen maar goed. Deze manier van werken moet je wel aanspreken, als het je eigenlijk niks zegt kun je er niet mee uit de voeten.” Groep 8 is wel een goede groep om op deze manier te werken, vindt hij. “Ze zijn dan toch op een leeftijd dat ze met filosofische vragen komen.” Heuvelink vult aan: “Vooral kinderen van allochtone afkomst zijn bezig met hun gedachtewereld. Ze kunnen het soms ook heel beeldend verwoorden. Door het tekenen leren ze beeldspraak te koppelen aan gevoelens.”
Susan de Boer 04-07-2003

Download: Sociale Competentie langs de meetlat (61 kB)
|
 |