De 15 meest gestelde vragen ten aanzien van de regeling Verbreding Onderwijskansen. Verzameld door het Transferpunt Onderwijsachterstanden.
1. Is Onderwijskansen weer het zoveelste project dat erbij komt?
Nee, onderwijskansen is nadrukkelijk niet het zoveelste project. Het is een nieuwe werkwijze waarbij de school als uitgangspunt wordt genomen. Natuurlijk is er met onderwijskansen een aanzienlijke financiële impuls gemoeid, maar dat is één kant van het verhaal. Door optimaal gebruik te maken van de onderwijskansenwerkwijze wordt de school in staat gesteld die knelpunten aan te pakken die een goede kwaliteit van het onderwijs in de weg staan. Dat betekent niet langer kiezen voor losse activiteiten en/ of aanvullende projecten, maar bedenken waar je met je school naar toe wil en welke belemmeringen je dan eerst moet wegnemen. Via onderwijskansen kunnen de overige al lopende trajecten en projecten integraal in één plan worden opgenomen.
2. Werkt onderwijskansen stigmatiserend voor een school: “Zie je wel dit is een slechte school?”
Voor een aantal scholen die vanuit de eerdere trajecten onderwijskansenschool zijn geworden heeft dat in de beginperiode zeker gespeeld. Een aantal scholen zijn om die reden zelfs geen onderwijskansenschool geworden; je moet als school immers bereid zijn om mensen in de school te laten en een verandertraject in willen zetten. Veel scholen zagen deze manier van werken evenwel al snel als een kans en traden pro-actief op. Scholen nodigden de pers uit om te laten zien waar ze als school mee bezig waren, informeerden ouders over de kans die deze school had gekregen en vierden kleine successen. Er is ook veelvuldig gebruik gemaakt van de communicatietips elders op deze website. Belangrijk is de rol van de schoolleider. Deze heeft als belangrijkste taak duidelijk te communiceren met zijn/haar team en met de ouders en andere betrokkenen.
3. Moet de school gebruik maken van het ondersteuningsaanbod van EDventure?
Nee, de school is vrij in haar keuze bij de aanstelling van een ondersteuner van Edventure bij de analysefase en planopstelling, het is immers een aanbod. Het ondersteuningsaanbod is gratis; indien de school ervoor kiest iemand anders als ondersteuner aan te stellen dan wordt dit bekostigd vanuit de eigen onderwijskansenmiddelen. Scholen wordt wel geadviseerd iemand van buiten de school aan te stellen en niet de eigen onderwijsbegeleider. In deze fase van het proces kan een frisse blik verhelderend werken, heeft de ervaring tot nu toe geleerd.
4. Op welke wijze is de subsidieverlening opgebouwd?
De subsidieverlening zoals deze in de subsidiebeschikking (BGS/GGE-2002/123055 M) is neergelegd is een totaalbedrag dat jaarlijks aan de gemeente wordt uitgekeerd. Dit bedrag is inclusief € 5000,- gemeentelijke regie- en coördinatiekosten. Het resterende bedrag kan dus jaarlijks worden ingezet ten behoeve van de vorming en de uitvoering van het nog te ontwikkelen schoolontwikkelingsplan. Dit bedrag van 5000 euro is in de beschikking niet zoals in de regeling Verbreding Onderwijskansen PO/00-2002/17451, apart vermeld.
5. In het planproces zoals geformuleerd in de (handreiking WieWatWanneer) lijkt het alsof de gemeente geen rol meer in het toekomstige proces heeft, is dat zo?
Nee, in tegendeel. De gemeente heeft een belangrijke regierol en is uiteindelijk ook degene die de schoolontwikkelingsplannen formeel vaststelt. Daarom is het belangrijk dat alle partijen (gemeente, schoolbestuur, school en begeleider/adviseur) gedurende het proces geregeld contact met elkaar hebben en afspraken maken over de voortgang van het proces. De gemeente moet het Plan van aanpak van onderwijskansen afstemmen op het Goa-plan en op het schoolontwikkelingsplan. Daarnaast heeft de gemeente een belangrijke rol daar waar het de omgeving van de school betreft: het communiceren met alle betrokkenen en belanghebbenden (jeugd- welzijn, ggd, consultatiebureau) en het afstemmen van de verschillende beleidsterreinen, zodat scholen geen last hebben van schotten tussen verschillende beleidsterreinen.
6. Als uit de analyse blijkt dat de school er moeite mee heeft de ouders bij de school te betrekken, hoe ga je hier als school mee om?
Er kunnen vele redenen zijn waarom de samenwerking tussen ouders en scholen niet optimaal is. Soms komt dat doordat leerkrachten en ouders beiden een andere taal spreken en zich niet serieus genomen voelen door de ander. Soms verwijten leerkrachten ouders dat ze gewoon niet willen. Terwijl ouders op hun beurt een gevoel van onmacht ervaren, waardoor de drempels van de school nog hoger lijken te worden.
Leerkrachten hebben dan alleen nog negatieve contactmomenten met de ouders, als kinderen hebben gespijbeld, iets hebben gestolen etc. Om te beginnen zou het goed zijn als er naast de 10 minutengesprekjes ook positieve contactmomenten met de ouders worden georganiseerd. Sommige scholen nodigen de ouders ’s morgens uit voor een kopje koffie en geven hen informatie over de manier waarop zij hun kinderen kunnen ondersteunen. Andere scholen organiseren bijeenkomsten om het schoolplan toe te lichten of ouders uit te leggen wat de verschillende rechten en plichten zijn. Tips voor het organiseren van wederkerigheid in het contact met ouders zijn te vinden in de onderwijskansenbrochure ‘Schakels tussen school en thuis’. Deze brochure is te downloaden en te bestellen op www.lcowijzer.nl
7. Waarom moet de school een analyse maken, we hebben toch al een inspectierapport?
Het inspectierapport biedt inderdaad aanknopingspunten voor de schoolanalyse. Maar in de analysefase wordt de school nog scherper onder de loep genomen, en gedurende een langere periode. Bestaande documenten worden naast elkaar gelegd, er vinden klassenconsultaties plaats en er worden gesprekken met het team gehouden. Voor sommige scholen is dat in de beginperiode moeilijk; er komt toch ineens iemand van buiten in de klassen kijken en dat is soms confronterend. Achteraf hebben bijna alle scholen deze periode toch als zeer waardevol ervaren. Dingen die al langer leefden in de school konden nu hardop gezegd worden en ook daadwerkelijk aangepakt worden. Veel scholen geven dan ook aan dat hierdoor de sfeer in de school is verbeterd.
8. Wat heb ik nou aan een gemeente- en schoolbestuur? Laten ze mij maar gewoon de vrijheid om mijn school draaiende te houden!
De school staat niet op een eiland en er zijn diverse factoren die de school in de weg staan bij het uitvoeren van haar kerntaak lesgeven. Zoals overlast in de wijk, een niet goed beveiligd schoolplein, een slechte samenwerking met de welzijnsvoorziening; allemaal taken die vallen onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. Schoolbesturen hebben een belangrijke rol bij het voeren van een goed personeelsbeleid. Een schoolbestuur dat de goede leerkrachten op de beste school neerzet, doet de onderwijskansenschool tekort en neemt haar verantwoordelijkheid niet. Als de zaken in en om de school goed geregeld zijn, wordt het schoolteam in staat gesteld zich te richten op het onderwijsleerproces en hoeft het zich niet zelf bezig te houden met wegnemen van belemmerende factoren. Op die manier houdt de school haar vrijheid zich bezig te houden met de kwaliteit van haar onderwijs. Het is dus belangrijk dat de school gemeente en schoolbestuur aanspreekt op haar verantwoordelijkheid, zodat belemmeringen van buitenaf worden weggenomen.
9. Het is eerste jaar, wat is belangrijk om te weten?
De verbreding onderwijskansen loopt gelijk met het GOA beleid, dus tot augustus 2006. De scholen ontvangen geld tot en met het schooljaar 2005-2006. Het eerste planjaar is het huidige schooljaar, 2002-2003. Het eerste jaar onderscheidt zich evenwel van de overige drie jaar. Het eerste gedeelte van dit jaar (november-mei) zal worden besteed aan de analyse- en planfase. Het schoolontwikkelingsplan moet uiterlijk 1 mei door de gemeente zijn vastgesteld. Deze datum is met name voor scholen van belang omdat zij voor 1 mei hun formatie financieel ingevuld moeten hebben. Het schoolontwikkelingsplan kan consequenties voor de formatie betekenen (coaches, klassenassistenten etc.).
Wanner de plannen precies klaar moeten zijn, als ze voor 1 mei vastgesteld moeten worden hangt af van de afspraken die tussen gemeente, schoolbestuur en school zijn gemaakt. De gemeente stelt uiteindelijk het plan van aanpak vast, daarom is het van belang dat zij met het schoolbestuur tijdig bespreekt aan welke eisen het S.O.P zal moeten voldoen. Als de gemeente heeft bepaald dat de plannen nog in de raad moeten worden vastgesteld, zal hier extra tijd voor moeten worden gereserveerd.
Na 1 mei kunnen de scholen dan voorzichtig beginnen met de uitvoering van het plan door voorbereidingen te treffen voor de uitvoering in het schooljaar 2003-2004. Te denken valt aan het aanstellen van coaches, het bestellen van een nieuwe methode, het aantrekken van extra personeel en afspraken maken voor nascholingstrajecten voor het onderwijsgevend personeel.
10. Is de 80 uur ondersteuning van Edventure voldoende om een analyse te maken schoolontwikkelingsplan te schrijven?
In principe zijn de 80 uur voldoende om een analyse van de school te maken en op basis van deze analyse een meerjarig schoolontwikkelingsplan te maken. Bij de opstelling van het aanbod is op basis van de instrumenten een realistische tijdsinschatting gemaakt. Natuurlijk kan het wel zo zijn dat de school er belang aan hecht dat er in de analysefase een aantal zaken intensiever worden aangepakt en verdiept. Te denken valt een aantal extra klassenobservaties en extra teamvergaderingen om gezamenlijk aan het plan te werken en zodoende het draagvlak voor het plan te vergroten. Als de adviseur hierdoor meer dan 80 uur kwijt is, dan zullen deze extra uren vanuit het onderwijskansenbudget van de school zelf moeten worden betaald (het ondersteuningsaanbod van Edventure is gratis). Een dergelijke keuze is aan de school en hangt af van de situatie en de richting die schoolleiders en hun team op willen in de komende vier jaar.
11. Hoe creëer binnen de school voldoende draagvlak voor het traject dat met Onderwijskansen wordt ingezet
Op basis van de ervaringen zijn met de scholen uit de eerdere fasen is te constateren dat gezamenlijkheid, duidelijke en transparante communicatie de sleutelbegrippen zijn. Het is belangrijk dat het gehele team tijdig op de hoogte wordt gesteld van de stappen die zullen worden genomen, dat zij zich kunnen vinden in de aandachtspunten die in de analyse naar voren worden gebracht en betrokken worden bij de keuzes die worden gemaakt. Tevens is het belangrijk dat het team zelf verantwoordelijk wordt gesteld en echt kan werken met oplossingen die voor hen werkzaam zijn.
Voor veel scholen heeft de analysefase veel opgeleverd en de onderlinge sfeer in scholen doen verbeteren. Door open te zijn en te praten over zaken die voorheen onder de tafel werden gestopt, ontstond een nieuwe openheid waardoor het uiteindelijke schoolontwikkelingsplan een gezamenlijk plan is geworden en dus kon rekenen op het draagvlak van het gehele team.
12. De school krijgt maar geld voor vier jaar, hoe zorg je dat het beleid dat is ingezet ook daadwerkelijk ingebed is en blijft, ook als daar tegenover niet hetzelfde geldbedrag staat?
De onderwijskansenmethodiek gaat uit van specifieke acties in specifieke situaties. Dat betekent eigenlijk heel concreet dat je niets doet wat niet bijdraagt aan het verbeteren van de kwaliteit van het onderwijs en de school. Het schoolontwikkelingsplan zou zo moeten worden opgesteld dat alle activiteiten in relatie tot elkaar staan en ook daadwerkelijk de thema’s van de school zijn. Ideaal is een integraal plan waarin ook zorgplannen, bredeschoolplannen etc. zijn opgenomen. Door structureel te werken aan de gebieden die het belangrijkst zijn voor de onderwijskwaliteit van de school, is het mogelijk dit beleid ook voort te zetten als u na 2006 minder geld ontvangt. Hiervoor is het geld te gebruiken dat de school structureel ontvangt en tevens wordt hiermee voorkomen dat geld wegvloeit naar projecten en aspecten die op de lange termijn minder opleveren. Het aanschaffen van een nieuwe videorecorder behoort dan niet tot de hoogste prioriteiten.
13. Wij hebben als team al een plan geschreven en nu moeten we van de gemeente weer een plan geschreven, moet dat nu nog een keer?
Natuurlijk moet het doen van dubbel werk worden voorkomen, maar het is goed om in deze fase alle plannen nog eens tegen het licht te houden. Zijn het daadwerkelijk de plannen van de school, geven de plannen aan waar het gehele team naar toe zou willen, is dat haalbaar gezien de situatie, is de vinger wel echt op de zere plekken gelegd en is gekozen voor de juiste oplossingen? Het proces is in deze fase belangrijker dan het product, aan een plan dat in de kast verdwijnt heeft niemand wat. Kijk hoe je met bestaande plannen, adviezen en rapportages tot één integraal plan kan komen dat kan rekenen op draagvlak van het gehele team.
14. Hoe verhouden Onderwijskansen en GOA zich tot elkaar?
In het GOA-plan zoals dat door de gemeente en de schoolbesturen gezamenlijk in het OOGO (Op Overeenstemmingsgericht Overleg) is vastgesteld, zijn de doelstellingen voor de komende vier jaar vastgelegd. Deze doelstellingen zijn gedeeltelijk afgeleid van het Landelijk Beleidskader. De gemeente heeft deze doelstellingen niet letterlijk uit het LBK overgenomen, maar eerst een analyse van de eigen situatie gemaakt om de prioriteiten voor komende jaren vast te stellen. Zo kan het zijn dat gemeente X voornamelijk inzet op VVE en gemeente Y zich meer richt op het voortijdig schoolverlaten. Daarnaast is iedere gemeente, in overleg met de schoolbesturen, vrij andere aanvullende doelstellingen te formuleren. Belangrijk is natuurlijk dat deze gesteld worden op basis van inhoudelijke argumenten.
De doelstellingen die op gemeentelijk niveau worden geformuleerd moeten vervolgens op schoolniveau vertaald worden. Zo zal de taaldoelstelling door iedere school anders ingevuld worden, alleen al door het feit dat scholen met verschillende methoden werken. Het onderwijskansenbeleid biedt nu de mogelijkheid om een verdieping in het GOA beleid aan te brengen. In de analysefase kan bepaald worden of de juiste doelstellingen en prioriteiten voor de school zijn gekozen en of deze vervolgens in het S.O.P met de meest resultaatgerichte acties zijn ingevuld. Onderwijskansen is daarmee niet alleen een geldzak om de nieuwe taalmethode aan te schaffen, maar eerder een sturingsmechanisme om op basis van inhoudelijke argumenten een weloverwogen keuze voor bijvoorbeeld een taalmethode te maken, deze te implementeren en leerkrachten te professionaliseren.
De doelstellingen die de school in haar onderwijskansenplan formuleert hoeven niet persé de doelstellingen te zijn die in het gemeentelijk GOA plan zijn opgesteld. Het moet de school mogelijk worden gemaakt die aspecten aan te pakken die de onderwijskwaliteit van de school kunnen verbeteren.
15. Wij hebben ten tijde van de publicatie van de regeling verbreding Onderwijskansen geen aanvraag ingediend, kunnen wij nu alsnog in aanmerking komen?
Nee, de uiterlijke datum om een aanvraag in te dienen wat 1 september 2002. Het nog beschikbare onderwijskansenbudget is verdeeld over de gemeenten en scholen waarvan de aanvraag is goedgekeurd.