Onderwijskansen Voor- en vroegschoolse educatie Voortijdig schoolverlaten Schoolloopbaan Nederlandse taal Onderwijsachterstanden

StartpaginaContactWegwijzerVergroten
Hier vindt u: Nieuws, Wet- en regelgeving, Beleid, Dossiers, Uitleg Actoren Hier vindt u: Het Forum, Vragen, Oproepen, Agenda, Stellingen Hier vindt u: Wat is nieuw? Uitgebreid zoeken, Bibliotheek, Instrumenten, Archief, Persoonlijke mail Meer informatie over/voor alle actoren: Gemeente, Schoolbestuur, Scholen, Instellingen, Gerangschikt per gemeente
Start > Voortijdig schoolverlaten > Achtergrond

Download


RMC analyse 2005

1. Inleiding
In dit onderzoeksverslag wordt het overzicht gepresenteerd van de uitkomsten uit de RMC-effectrapportages van het schooljaar 2004-2005. Aan de hand van een OCW-model stelt elke regio ieder jaar een effectrapportage op, waarin verslag wordt gedaan van de resultaten van de Regionale Meld- en Coördinatiefunctie Voortijdig Schoolverlaten in het voorgaande schooljaar. De aangeleverde gegevens hebben betrekking op het aanwezige netwerk van gemeenten en instellingen in de regio, die zich bezighouden met de melding, registratie en aanpak van het voortijdig schoolverlaten, de inzet van de financiële middelen, de uitgevoerde prioriteitstelling binnen het totale bestand van voortijdige schoolverlaters, de kwantitatieve gegevens over de aantallen voortijdig schoolverlaters en de gerealiseerde herplaatsingen en de streefdoelen voor de toekomst. Ook wordt in de effectrapportages ingegaan op aanwezige knelpunten, belemmerende factoren en ontbrekende randvoorwaarden bij de uitvoering van de onderscheiden taken, en op de gebleken succesfactoren. Het is goed om te bedenken dat het opstellen van een volledig en betrouwbaar beeld uit de beschikbare gegevens niet mogelijk is. In de diverse hoofdstukken is aangegeven tot welke omvang gegevens en cijfers beschikbaar waren.

2. Samenvatting
In deze rapportage is verslag gedaan van de situatie van het voortijdig schoolverlaten in het schooljaar 2004-2005 en de aanpak die in de RMC-regio's voorhanden is om het voortijdig schoolverlaten terug te dringen. De gegevens zijn samengesteld uit de effectrapportages die elke regio jaarlijks aan het Ministerie van OCW verstrekt over de regionale stand van zaken in het voortijdig schoolverlaten.

De omvang van het voortijdig schoolverlaten
De belangrijkste uitkomsten uit de RMC-rapportages zijn, dat in de periode 1 augustus 2004 tot 1 augustus 2005 56.963 nieuwe voortijdige schoolverlaters zijn aangemeld (dat zijn de jongeren die voortijdig schoolverlater werden in het schooljaar 2004-2005). Er waren op 1 augustus 2004 in de RMC-regio's ook nog 45.509 oude voortijdige schoolverlaters geregistreerd (dat zijn de jongeren die in het voorgaande schooljaar ook al voortijdig schoolverlater waren maar nog niet herplaatst waren op 1 augustus 2004). Ten behoeve van de Lissabondoelstelling in 2010 is het Nederlandse beleid o.a. gericht op het terugdringen van het aantal nieuwe voortijdige schoolverlaters.

Kenmerken van de nieuwe voortijdige schoolverlaters
Voor zover bekend is 65% van de nieuwe voortijdige schoolverlaters van Nederlandse herkomst en 35% is allochtoon. De opleidingssoort die relatief de meeste nieuwe voortijdige schoolverlaters produceert is het mbo (24.694 nieuwe voortijdige schoolverlaters). Van 16.746 nieuwe voortijdige schoolverlaters is bekend dat zij als opleidingsachtergrond het voortgezet onderwijs hebben.

Van de 16.746 nieuwe voortijdige schoolverlaters van wie bekend is dat ze uit het voortgezet onderwijs afkomstig zijn, komt 67% (=11.145 voortijdige schoolverlaters) uit het vmbo. Van deze 11.145 voortijdige schoolverlaters uit het vmbo hebben, voor zover bekend, er 3.735 het vmbo ongediplomeerd verlaten. Van de 24.694 nieuwe voortijdige schoolverlaters van wie bekend is dat ze in het mbo zijn uitgevallen, is 65% afkomstig uit de beroepsopleidende leerweg. Van 15.742 nieuwe voortijdige schoolverlaters is bekend dat zij de de school zonder enig diploma of toegang tot klas 4 van havo of vwo hebben verlaten. Van de nieuwe voortijdige schoolverlaters is 57% man en 43% vrouw. Van de nieuwe voortijdige schoolverlaters is 78% niet meer leerplichtig.

Omvang 15.742 nieuwe prioritaire voortijdige schoolverlaters in totaal 56.963 nieuwe voortijdige schoolverlaters
Etnische herkomst 65% van Nederlandse herkomst 35% van allochtone afkomst
Opleidingsachtergrond 56% afkomstig uit het mbo 38% afkomstig uit het voortgezet onderwijs
Geslacht 57% man 43% vrouw
Leeftijd 22% leerplichtig 78% niet leerplichtig
Kerncijfers 2004-2005 van de door de RMC's geregistreerde nieuwe voortijdige schoolverlaters

Herplaatste voortijdige schoolverlaters
Volgens opgave in de RMC-rapportages bedroeg in de periode 1 augustus 2004 tot 1 augustus 2005 het totaal aantal herplaatste voortijdige schoolverlaters 29.406 (18.774 nieuwe voortijdige schoolverlaters en 10.632 oude voortijdige schoolverlaters werden herplaatst). Van de voortijdige schoolverlaters die volledig leerplichtig zijn, werd 37% herplaatst, van de partieel leerplichtige voortijdige schoolverlaters werd 45% herplaatst en van de niet leerplichtige voortijdige schoolverlaters werd 48% herplaatst. In 51% van de herplaatste gevallen vond herplaatsing naar een onderwijstraject plaats (volledig onderwijs of een leerwerktraject), in 39% van de herplaatste gevallen werd de jongere doorgeleid naar werk (WIW of een baan) en in 2% van de herplaatste gevallen kwam de voortijdige schoolverlater in een opvangvoorziening terecht. Van 8% van de herplaatsingen is niet bekend, waaruit het herplaatsingtraject heeft bestaan. Voor zover bekend zijn de meeste herplaatste jongeren van Nederlandse herkomst (59%) en is 41% allochtoon.

De aanpak van het voortijdig schoolverlaten
Volgens de gegevens in de RMC-effectrapportages vervullen vrijwel alle scholen voor voortgezet onderwijs en de BVE instellingen hun wettelijke meldtaak van voortijdig schoolverlaten. In 13 (kleinere) gemeenten van de in totaal 467 gemeenten wordt de rapportagetaak om de bij de woongemeente gemelde voortijdige schoolverlaters door te melden naar het RMC-punt niet nagekomen.

Het RMC-netwerk is voor 96% compleet. Dat wil zeggen dat volgens de RMC-coördinatie vrijwel alle scholen, jeugdhulpverleningsinstellingen en justitiepartijen en 92% van de instellingen op het terrein van werk en inkomen op enige wijze in het netwerk betrokken zijn bij de aanpak van het voortijdig schoolverlaten.

Een belangrijke taak van de RMC-regio's is gelegen in de regionale registratie van de voortijdige schoolverlaters. In het uitvoeringsbesluit bij de RMC-wet is aangegeven over welke registratiegegevens de regio's dienen te beschikken. Bijna alle regio's hebben vrijwel alle vereiste gegevens van de nieuwe voortijdige schoolverlaters in hun registratiesystemen opgenomen. Van de oude voortijdige schoolverlaters ontbreken gemiddeld in 11 RMC-regio's de vereiste registratiegegevens en het vereiste onderscheid naar prioritaire voortijdige schoolverlaters wordt gemiddeld in 11 regio's niet gemaakt.

In 2005 is volgens de opgave in de RMC-rapportages (niet alle RMC regio's waren in staat om een opgave te verstrekken, zodat hiervan geen volledig beeld is) tenminste € 46.127.379 beschikbaar voor de aanpak van het voortijdig schoolverlaten. Een gedeelte van deze middelen is afkomstig uit de rijksbijdrage RMC-functie (€ 14.546.615); de andere middelen (€ 31.580.764) zijn afkomstig uit GOA, GSB en andere gemeentelijke bronnen. Van € 44.840.274 is bekend, hoe de middelen ingezet zijn. Van deze ingezette middelen wordt € 29.725.658 (66%) besteed aan trajectbegeleiding en aan projecten voor voortijdige schoolverlaters. Een aantal projecten en trajecten is speciaal bestemd voor de aanpak van de prioritaire voortijdige schoolverlaters. Die insteek boekt een licht rendement: 30% van de prioritaire voortijdige schoolverlaters is herplaatst en van de niet-prioritaire voortijdige schoolverlaters is 28% herplaatst.

Trends in de aantallen voortijdige schoolverlaters
De nationale Nederlandse doelstelling is om het aantal nieuwe voortijdige schoolverlaters in 2010 met 50% te hebben gereduceerd. Nulmeting voor deze nationale doelstelling is het aantal nieuwe voortijdige schoolverlaters in 2002. Om meer zicht te krijgen op het doelbereik zijn in de onderstaande tabel de gegevens vanaf het ijkjaar 2002 weergegeven.


2001-2002 2002-2003 2003-2004 2004-2005
Aantal nieuwe voortijdige schoolverlaters 70.508 63.849 63.914 56.963
Percentage nieuwe vsv-ers (als % van het aantal ingeschreven leerlingen) 6% 5% 5% 4%
Aantal nieuwe voortijdige schoolverlaters waarvan bekend is dat ze afkomstig zijn uit v(s)o 18.498 15.756 14.062 16.960
Aantal nieuwe voortijdige schoolverlaters waarvan bekend is dat ze afkomstig zijn uit BVE (MBO+VE) 23.524 27.983 25.778 25.243

Aantal oude voortijdige schoolverlaters
26.515 44.314 45.509
Aantal oude voortijdige schoolverlaters waarvan bekend is dat ze afkomstig zijn uit v(s)o 6.314 9.989 12.362
Aantal oude voortijdige schoolverlaters waarvan bekend is dat ze afkomstig zijn uit BVE (MBO+VE)
5.358 11.077 13.063

Aantal herplaatste voortijdig schoolverlaters 20.142 20.361 24.106 29.406
Aantal herplaatsingen waarvan 9.128 10.384 11.986 14.422
De gegevens zijn gebaseerd op de jaarlijkse opgave in de RMC-rapportages

Uit de beschikbare RMC-cijfers van 2004-2005 over het aantal nieuwe voortijdige schoolverlaters blijkt, dat deze doelstelling nog niet in beeld is: de afname van het aantal nieuwe voortijdige schoolverlaters in 2004-2005 ten opzichte van het ijkjaar 2001-2002 bedraagt inmiddels 19%. In de Nederlandse beleidsdefinitie worden voortijdige schoolverlaters, die beschikken over een diploma van de assistentopleiding of een getuigschrift van het praktijkonderwijs én in het bezit zijn van een arbeidsovereenkomst, niet meegeteld als voortijdig schoolverlater, ondanks het feit dat deze jongeren niet beschikken over een startkwalificatie. Het gaat om 654 voortijdige schoolverlaters (102 oude voortijdige schoolverlaters en 525 nieuwe voortijdige schoolverlaters). Brengen we deze correctie aan, dan is er een afname van 20% van het aantal nieuwe voortijdige schoolverlaters in 2004-2005 ten opzichte van het ijkjaar 2001-2002.

Hoofdpunten uit de analyse
De kwaliteit van de registratie

Nog steeds zijn er onvolkomenheden in de regionale registraties van het voortijdig schoolverlaten, zodat geen definitief beeld te geven is van het werkelijke aantal nieuwe en oude voortijdige schoolverlaters. Wel kan op basis van het aantal meldende scholen en het beperkt aantal gemeenten dat in gebreke blijft (hoofdstuk 5) de conclusie getrokken worden, dat het zicht op het aantal nieuwe voortijdige schoolverlaters waarschijnlijk tamelijk compleet is. De registratie van de oude voortijdige schoolverlaters vertoont veel meer hiaten. Daar waar er nog foutenbronnen zijn, betreft dat onvolkomenheden zoals: te laat melden, onvolledig melden, niet weten of de gediplomeerde vmbo-er doorstroomt naar het mbo, de vsv-status van een aantal importjongeren is onbekend, onwettige afspraken hanteren over wie gemeld moet worden.

Genoemde foutenbronnen in de registratie van voortijdige schoolverlaters zijn: gegevens zijn te laat beschikbaar, er zijn geen gegevens van de bovenleerplichtigen, er is sprake van onvolledige registratie, er is geen controle gepleegd op de juistheid van de ingevoerde gegevens, er is een vervuild registratiesysteem De genoemde knelpunten onderstrepen het belang van o.a. goede meldafspraken. Volgens sommige regio's ontbreekt het bovendien aan wettelijke sancties naar scholen en gemeenten als er sprake is van te laat of onvolledig melden. Als voortijdige schoolverlaters niet snel genoeg in beeld komen bij de RMC-functie, kunnen plaatsingsproblemen in het onderwijs gaan ontstaan als de teldatum van 1 oktober is gepasseerd. In de effectrapportage moeten de regio's wettelijk een groot aantal kenmerken van de voortijdige schoolverlaters en de herplaatsten registreren. Nog lang niet overal voldoet de geregistreerde verzameling van de gegevens aan.deze wettelijke eisen. Het zou een belangrijk aandachtspunt voor de rijksoverheid moeten zijn in haar contacten met de RMC-regio's, dat deze wettelijke taak goed wordt uitgevoerd.

Noodzaak van voldoende en goede trajecten op maat
Dat een sluitend netwerk weliswaar een noodzakelijke maar nog geen voldoende voorwaarde is voor een sluitende aanpak van het voortijdig schoolverlaten blijkt uit de cijfers over de verstrekte begeleiding aan de voortijdige schoolverlaters. Uit de analyse van de knelpunten in de trajecten voor voortijdige schoolverlaters (hoofdstuk 8) komt naar voren dat een kwalitatief onvoldoende inrichting van de beroeps- en schoolkeuze bij de overgang van vmbo naar mbo uitval genereert die voorkomen had kunnen worden. Een gebrek aan arbeidsmarkt gerelateerde voorzieningen voor jongeren is een belangrijk knelpunt in het feitelijk aanbod van trajecten aan voortijdige schoolverlaters. In 10 (sub)regio's noemt men het ontbreken van voldoende leerwerkplekken voor jongeren die een bbl-traject willen volgen. In 9 (sub)regio's is de teldatum van 1 oktober een belemmering om voortijdige schoolverlaters snel terug in het onderwijs te plaatsen. Uit de RMC-registratie blijkt dat tenminste 5.233 nieuwe voortijdige schoolverlaters (9%) naar het oordeel van de RMC-trajectbegeleiding op dit moment niet herplaatsbaar/bemiddelbaar zijn.

Sardes
05-05-2006

Download: Het volledige eindrapport (731 kB)

Indien u geen PDF bestanden kunt openen, download dan hier het programma

Lezersreacties

Geef een reactie op dit artikel
Lees voor het plaatsen van uw reactie eerst het reglement door.
Uw naam
Uw e-mailadres
Uw reactie

U kunt nog 500 tekens invoeren

Nieuw plaatje laten zien.


Printversie