 |
|
 |
Kabinet versterkt kwaliteit van VVE
Staatssecretaris Ross schrijft in haar brief aan de Tweede Kamer 'Jeugdagenda, 29284' de plannen van het kabinet met VVE:
Voor- en vroegschoolse educatie
'Scholen worden geconfronteerd met allochtone en autochtone 'risico'leerlingen die bij de entree van het basisonderwijs te maken hebben met een grote taalachterstand. In een aantal gezinnen wordt niet of nauwelijks Nederlands gesproken om verschillende redenen. De achterstand is gemiddeld 2 jaar, die gedurende de verdere schoolloopbaan haast niet meer wordt ingelopen. Het is van belang dat deze kinderen op jonge leeftijd een voor- en vroegschoolse (VVE) voorziening bezoeken waar gewerkt wordt met een gestructureerde didactische aanpak gericht op het inlopen van de (taal-)achterstanden. Gemeenten (110 miljoen) ontvangen middelen voor de organisatie en inrichting van VVE. Vanaf augustus 2005 ontvangen schoolbesturen middelen voor het bestrijden van (taal)achterstanden bij leerlingen in de jongste leeftijdsgroepen. Deze middelen (43,7 mln in 2005 oplopend tot 60 mln in de jaren daarna) voor scholen zijn via de gewichtenregeling beschikbaar gesteld.(Bijlage Kamerbrief, p. 1)
Versterken kwaliteit van vroeg- en voorschoolse educatie
'De opleidingen voor leraren, medewerkers van peuterspeelzalen en kinderdagverblijven besteden meer nadrukkelijk aandacht aan methoden voor vroeg- en voorschoolse educatie (VVE). Dit stimuleert dat deze methoden in de praktijk ook meer gebruikt worden. Zo kan op termijn de hele doelgroep voor het vve-beleid hiervan profiteren en ontstaat een sterkere doorlopende leerlijn voor kinderen van de peuterspeelzaal of het kinderdagverblijf naar het primair onderwijs. De onderwijsinspectie maakt een kader om de kwaliteit van de vroeg- en voorschoolse educatie te controleren, onder meer aan de hand van een aantal proefprojecten. Hiervoor is in 2006 en 2007 in totaal € 19 miljoen beschikbaar.'
Toekomst voorzieningen jonge kinderen
In reactie op de motie-Lambrechts, 'Visie op toekomst voorzieningen voor jonge kinderen' schrijft mevrouw Ross: 'In mijn brief van 12 november 2004 heb ik u geïnformeerd over de wijze waarop het kabinet de motie wil uitvoeren. Het kabinet heeft inmiddels onderzocht of wetten en regels van de rijksoverheid belemmeringen opwerpen voor goede samenwerking tussen voorzieningen voor jonge kinderen op lokaal niveau. De hoofdconclusie is: deze belemmeringen zijn er niet. Wel stimuleert veel wet- of regelgeving samenwerking niet expliciet. Ook hebben veel lokale voorzieningen problemen omdat zij over verkeerde informatie beschikken of een verkeerde interpretatie geven aan wet- of regelgeving. Daarom wil de rijksoverheden samenwerking actief stimuleren. De Operatie Jong heeft bij het thema 'Samenhang voorzieningen 0-12' al diverse initiatieven genomen om voorzieningen voor jonge kinderen beter te laten samenwerken.'
Combinatiefuncties
Verder stimuleert het kabinet combinatiefuncties. 'Opvang voor kinderen is versnipperd geregeld en georganiseerd. Ouders komen daardoor vaak met hun werk in de knel. Ook is er te weinig naschoolse opvang voor de oudere jeugd. De gemeenten willen het aantal brede scholen verdubbelen. Het kabinet ondersteunt dit van harte. Zo stimuleert het kabinet dat er combinatiefuncties komen voor mensen die werken in scholen, peuterspeelzalen, kinderopvang en de vrijetijdssector (sport, cultuur, muziek et cetera). Werknemers kunnen dan gemakkelijker in verschillende voorzieningen tegelijk aan de slag'.
Brief van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, Den Haag, 4 november 2005, 29284 Jeugdagenda, nr. 20.
www.ontwikkelingsstimulering.nl
16-12-2005

|
 |