 |
Download
VSV
RMC analyse 2003
|
 |
Kamervragen en antwoorden VSV en RMC analyse 2003
Lijst van vragen en antwoorden Vastgesteld (wordt door griffie ingevuld als antwoorden er zijn) De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Rutte, de volgende vragen ter beantwoording voorgelegd over de brief van 25 november 2004 (Kamerstuk 26695, nr. 16) inzake de voortgangsrapportage voortijdig schoolverlaten en het onderzoeksverslag ‘De uitkomsten van de RMC analyse 2003’. De staatssecretaris heeft deze vragen beantwoord bij brief van... De vragen en antwoorden zijn hieronder afgedrukt.
De voorzitter van de commissie, Cornielje
De adjunct-griffier van de commissie Boeve
Vragen over de voortgangsrapportage voortijdig schoolverlaten- V - Kunt u iets doen aan het probleem dat mensen met een diploma Sociaal Pedagogisch Werk niveau 2 geen mogelijkheden hebben op de arbeidsmarkt, terwijl een startkwalificatie voor de arbeidsmarkt in Nederland is gedefinieerd als minimaal een havo-diploma of een diploma op niveau 2 (basisberoepsoefenaar) van de Wet educatie en beroepsonderwijs?
A - Het gegeven dat een startkwalificatie voor de arbeidsmarkt wettelijk is genormeerd, garandeert niet dat iedereen die daarover beschikt ook (meteen) werk vindt dat aansluit bij de opleiding. De jeugdwerkloosheid is al enige tijd een probleem. De kabinetsmaatregelen om daar iets aan te doen (opgenomen in het Plan van aanpak Jeugdwerkloosheid) zijn de Kamer bekend.
- V - Kunt u aangeven hoe bij de preventie van het voortijdig schoolverlaten in toenemende mate een beroep gedaan wordt op de middelen uit het Europees Sociaal Fonds?
A - Voor projecten in het kader van de bestrijding van voortijdig schoolverlaten kunnen ROC's ESF-subsidie aanvragen bij OCW. Hiervan wordt in toenemende mate gebruik gemaakt. Onderstaande tabel laat dit zien:
| Jaar | Aantal projecten | Aantal deelnemers | ESF-subsidie | | 2001/2002 | 44 | 6.359 | € 16,7 mln. | | 2002/2003 | 63 | 11.996 | € 27,8 mln. | | 2003/2004* | 80 | 20.156 | € 38,0 mln. | | 2004/2005* | 100 | 32.357 | € 52,3 mln. | *Deze cijfers zijn voorlopig, definitieve cijfers kunnen lager uitvallen
- V - Vindt u de geplande invoering van het traject vroegsignalering aan het eind van 2006 niet laat in verhouding tot zijn doelstellingen voor het voortijdig schoolverlaten in 2006?
A - Het traject vroegsignalering is allereerst bedoeld om tijdig maatregelen te kunnen nemen die een passende onderwijsloopbaan mogelijk maken. Vroegsignalering kan bijdragen aan het voorkomen van voortijdig schoolverlaten op latere leeftijd en is daarmee ook te beschouwen als een aanvulling op het bestaande preventiebeleid.
- V - Waarom worden de oorzaken van voortijdig schoolverlaten niet geregistreerd en welke gevolgen heeft dit voor de passende hulp die deze schoolverlaters geboden kan worden?
A - De oorzaken van voortijdig schoolverlaten zijn heel divers. Een veel genoemde, directe oorzaak is een verkeerde beroepskeuze/opleidingskeuze als gevolg van het ontbreken van een duidelijk beroepsbeeld. Daarnaast is er regelmatig sprake van problemen in de psychosociale, sociaal-maatschappelijke en/of sociaal-emotionele sfeer. Verder kunnen beperkte cognitieve vaardigheden ook een oorzaak zijn. Tot slot zijn er jongeren die voor hun levensonderhoud op zichzelf zijn aangewezen en daardoor afhankelijk zijn van een inkomen. Voor hen is het dan aantrekkelijker om te gaan werken. Vaak is er sprake van een opeenstapeling van problemen die de leerling uiteindelijk doen besluiten de school (voorgoed) te verlaten.
Bij de opstelling van de Uitvoeringsregeling RMC in 2002 is, mede op verzoek van de VNG, afgezien van een centrale registratie: het nalopen van individuele dossiers stuit op bezwaren (verhoging administratieve lasten, privacyaspecten) en een clustering van oorzaken in wat grotere rubrieken levert geen zinvolle informatie op omdat er vaak sprake is van meerdere oorzaken. Het feit dat geen centrale registratie van de oorzaken plaatsvindt, wil niet zeggen dat zij op individueel niveau niet bekend zijn. Iedere individuele trajectbegeleiding begint met een gesprek over de oorzaken. Alleen dan kan gezocht worden naar een passende oplossing. Het ontbreken van een centrale registratie heeft dus geen gevolgen voor de hulpverlening.
- V - Hoe pakt u de oorzaken van voortijdig schoolverlaten aan?
A - Voortijdig schoolverlaten wordt binnen de school tegengegaan door goed onderwijs te bieden in zoveel mogelijk doorlopende leerlijnen (vooral van het vmbo naar een regionaal opleidingencentrum). Uitgangspunt is dat de onderwijspraktijk nauw aansluit bij de specifieke capaciteiten van de leerling en stimulerend en motiverend is om de leerling zo vér mogelijk te brengen. Voor specifieke problemen bij jongeren is er een ondersteuningsstructuur (leerlingvolgsysteem / leerlingbegeleiding / zorg adviesteam). Voor oorzaken die niet te maken hebben met het onderwijsaanbod of de competentie van de school te boven gaan, onderhoudt de gemeentelijke RMC-functie een netwerk van voorzieningen rondom de school. Deze voorzieningen (jeugdzorg, geestelijke gezondheidszorg, politie, justitie, etc.) kunnen bijdragen aan het voorkomen van voortijdig schoolverlaten of de herplaatsing van voortijdige schoolverlaters vergemakkelijken in onderwijs dat aansluit bij hun mogelijkheden.
- V - Welke Regionale Meld- en Coördinatiefunctie (RMC) -regio's hebben geen streefdoelen? Hoe zijn deze streefdoelen gerelateerd aan de Lissabondoelstellingen?
A - De volgende regio's hadden in het schooljaar 2002-2003 voor geen enkele groep voortijdige schoolverlaters streefdoelen geformuleerd:- regio 12-1 (Enschede)
- regio 14-1 (Stedendriehoek/Arnhem)
- regio 19-1 (Utrecht stad)
- regio 21-2 (Amstelland/Meerlanden)
- regio 21-3 (Waterland/Purmerend)
- regio 28 (Haaglanden)
- regio 30 (Zuid Holland Zuid/Dordrecht)
- regio 36-1 (Noordoost Brabant/Den Bosch)
- regio 37 (Zuidoost Brabant/Eindhoven)
- regio 39-1 (Zuid Limburg/Heerlen)
In het formulier voor de RMC-effectrapportage wordt gevraagd naar streefdoelen voor groepen (herplaatste) voortijdige schoolverlaters. Doel is de RMC-regio's bewust te laten inzetten op het behalen van resultaten met jongeren rondom het jaar waarin de (volledige) leerplicht eindigt. Evenals voor streefwaarden die gevraagd zijn in het kader van het grote stedenbeleid, geldt dat de vastlegging moet bijdragen aan het bereiken van de Lissabon doelstelling en de hiervan afgeleide nationale beleidsdoelstelling. De mate waarin dit gebeurt, kan variëren. Het is reëel rekening te houden met de uitgangssituatie in de betreffende RMC-regio of grote stad.
- V - Waarom zijn er niet veel meer schoolverlaters herplaatst?
A - Uit het stagneren van het aantal voortijdige schoolverlaters per jaar dat wordt herplaatst, blijkt dat de begeleidingscapaciteit bij de RMC-functies tekort schiet. Daarom is voorzien in extra middelen voor intensivering van de gemeentelijke trajectbegeleiding per 2005 (€ 2,5 mln) respectievelijk vanaf 2006 (€ 5 mln). Er zij op gewezen dat bovenleerplichtige leerlingen niet verplicht zijn alsnog een startkwalificatie te behalen. Wel kunnen zij worden gestimuleerd terug te keren in het onderwijs of hun werk te combineren met een opleiding die leidt tot een startkwalificatie.
- V - Zijn er schoolverlaters die alleen geregistreerd zijn en die na hun registratie door het RMC niets meer gehoord hebben over een herplaatsingsmogelijkheid? Zo ja, wat heeft in die gevallen registratie voor nut gehad?
A - In beginsel wordt iedere voortijdige schoolverlater door de RMC-functie benaderd. Vooral in geval van achterstallige bulkmeldingen door scholen is echter voorgekomen dat gemeenten achter het net visten en/of te maken kregen met een gebrek aan personele capaciteit. Daarom bevat de werkkit die Sardes in 2004 met de RMC-coördinatoren heeft ontwikkeld voorbeelden van voorlichtingsfolders, RMC-telefoondiensten en RMC-websites die jongeren in staat stellen zelf contact te leggen met de plaatselijke RMC-functie. Als geen gesprek (en verdere begeleiding) volgt - een bovenleerplichtige jongere kan daar tenslotte niet toe worden verplicht - ligt het belang van de registratie uitsluitend nog in een juist beeld van de omvang van het voortijdig schoolverlaten in de desbetreffende regio (en na analyse ook op landelijke schaal). Bekendheid met de mate waarin voortijdig schoolverlaten voorkomt en inzicht in de achtergrondkenmerken van de betreffende jongeren (zoals leeftijd, geslacht en herkomst naar schoolsoort, het bezit van een diploma) maken het mogelijk de juiste prioriteiten te stellen bij de aanpak van het voortijdig schoolverlaten.
- V - Welke acties worden gestart om een hoger percentage allochtone schoolverlaters te herplaatsen?
A - De bedoeling is iedereen een startkwalificatie te laten behalen. In beginsel wordt iedere voortijdige schoolverlater - autochtoon of allochtoon - individueel benaderd. Bij de herplaatsing van een jongere uit een minderheidsgroep wordt rekening gehouden met de etnische achtergrond als deze een rol gespeeld heeft bij het voortijdig schoolverlaten.
- V - Wordt het beleid ten aanzien van de prioritaire groepen schoolverlaters voortgezet? Wordt er ook aan andere groepen schoolverlaters speciale prioriteit gegeven? Zo ja, welke?
A - De extra aandacht voor de prioritaire groep voortijdige schoolverlaters zonder diploma blijft. Jongeren uit deze groep lopen de grootste kans op (langdurige) werkloosheid. Verder is er geen specifieke doelgroep. Er wordt gestreefd naar een oplossing op maat voor elke voortijdige schoolverlater.
- V - Kunt u uitleggen dat de ambitieuze doelstelling voor het terugdringen van voortijdig schoolverlaten nog steeds haalbaar is?
A - Als de terugloop van het aantal voortijdige schoolverlaters dat jaarlijks nieuw gemeld en geregistreerd wordt (2002-2003: - 10 %) aanhoudt en het dankzij de inzet van extra middelen vanaf 2005 lukt het aantal herplaatste voortijdige schoolverlaters omhoog te brengen, bestaat uitzicht op het bereiken van de (inderdaad ambitieuze) doelstelling per 2006 resp. 2010. Ik constateer een trendbreuk, maar sta nog niet te juichen. De ontwikkeling van het voortijdig schoolverlaten hangt ook samen met die van de Nederlandse economie. Als de jeugdwerkloosheid hoog is en/of de arbeidsmarkt veeleisend, kiezen meer jongeren voor een vervolgopleiding en daarmee voor het behalen van een startkwalificatie. In tijden van hoogconjunctuur zijn sommige jongeren eerder geneigd in te gaan op wat werkgevers hen op korte termijn te bieden hebben; dan treedt ‘groenpluk’ op. Niet aan het onderwijs gerelateerde oorzaken van voortijdig schoolverlaten, bijvoorbeeld in de gezinssituatie, zijn moeilijk te beïnvloeden. Van belang is jongeren ervan te doordringen dat zij er, met het oog op een blijvende positie op de arbeidsmarkt, verstandig aan doen minimaal een startkwalificatie te behalen.
- V - Wie moet zorgen voor beschikbaarheid van voldoende trajectbegeleiding: de school of de gemeente? Wie moet initiëren en coördineren? Gebeurt dit ook in de praktijk?
A - De gemeente moet hiervoor zorgen en doet dit in de praktijk ook. De bemiddeling leidt niet altijd tot trajectbegeleiding doordat sommige jongeren daar niet voor voelen of doordat capaciteitsproblemen een intensieve begeleiding verhinderen. Zie ook het antwoord op vraag 7.
- V - Kunt u uitleggen hoe wordt ingezet op een structurele basisvoorziening van zorg in en rond de school?
A - In het kader van de Operatie Jong wordt een landelijk dekkend stelsel van zorgnetwerken rond het onderwijs gerealiseerd. De kwaliteit hiervan wordt inhoudelijk ondersteund door in het kader van de operatie Jong (regionale) benchmarks te ontwikkelen, de schoolinterne zorg te versterken en afspraken te maken over kwaliteit in het netwerk rond de school. In het voortgezet onderwijs zijn zorgadviesteams (ZAT's) al gangbaar, in het primair onderwijs en de bve-sector zijn zij in ontwikkeling. Het Landelijk Centrum voor Onderwijs en Jeugdzorg (LCOJ) wordt door OCW ondersteund om daarbij behulpzaam te zijn. Nadere informatie is opgenomen in het Plan van aanpak ‘Zorgstructuren’ dat het kabinet als een uitwerking van het visiedocument Jong ‘Sterk en resultaatgericht voor de jeugd’ in november 2004 aan de Tweede Kamer heeft gezonden. (Kamerstukken II 2004-2005, 29284, nr. 5).
- V - Wanneer zal het wetsvoorstel worden ingediend bij de Kamer, waarbij de Informatie Beheer Groep wordt toegestaan aan de gemeenten te melden welke ingezeten jongeren niet meer naar school gaan, terwijl zij nog leerplichtig zijn?
A - Het wetsvoorstel zal ingediend worden in het najaar van 2005. Het zou uiterlijk op 1 augustus 2006 in werking moeten treden.
Vragen over het onderzoeksverslag ‘De uitkomsten van de RMC analyse 2003’
- V - Wat gaat verder met diverse good practices, knelpunten, verbeterpunten en aandachtspunten uit de Regionale Meld- en Coördinatiefunctie (RMC) analyse 2003 gebeuren?
A - Door het bureau Sardes is samen met de RMC's het initiatief genomen om de good practices, knelpunten en verbeterpunten om te zetten in een werkagenda 2004, waarin gericht gewerkt is aan het bijeenbrengen van meer informatie over good practices en het verbeteren van de kwaliteit van het RMC-werk. Inmiddels is er ook een voorzet gemaakt voor een werkagenda 2005, waarin weer andere verbeterpunten worden aangepakt.
- V - Vindt niet elke regio opnieuw het wiel uit, nu uit de analyse blijkt dat niet overal wordt voldaan aan het registratiesysteem en er tevens geen centraal registratiesysteem blijkt te zijn?
A - Door in de RMC werkagenda 2004 nieuwe landelijke good practices te verzamelen en als onderdeel van de werkagenda bijeenkomsten te hebben met landelijke softwareleveranciers, wordt zoveel mogelijk voorkomen dat elke regio opnieuw het wiel uitvindt. Het achterliggende doel van de good practices is, dat iedereen zoveel mogelijk van elkaars goede oplossingen kan leren, zonder daarbij de pretentie te hebben dat elke good practice zonder meer in elke situatie toepasbaar is.
- V - Welke actie gaat u nemen ten aanzien van de 28 procent allochtone herplaatste jongeren, nu blijkt dat het van het totaal aantal voortijdig schoolverlaters 42 procent allochtoon is?
A - Zie mijn beantwoording van de vragen 7 en 9 over de voortgangsrapportage (in ditzelfde document). Het gegeven dat beduidend minder voortijdige schoolverlaters uit etnische minderheden herplaatst worden, geeft aan dat de RMC-functies zich in hun individuele trajectbegeleiding extra bewust zullen moeten zijn van cultuurbepaalde belemmeringen.
- V - Waar zijn 23.632 (43.993 - 20.261) oude voortijdig schoolverlaters die niet herplaatst en ook niet geregistreerd zijn, gebleven?
A - Als jongeren 23 jaar zijn, worden zij niet langer geregistreerdals voortijdige schoolverlater; zij vallen dan buiten de definitie. De RMC-functie is gericht op jongeren van 12-23 jaar die niet in het bezit zijn van een startkwalificatie en de school voortijdig hebben verlaten. In de Enquête Beroepsbevolking van het Centraal Bureau voor de Statistiek worden jongeren zonder startkwalificatie gevolgd tot zij 24 zijn. Uit dit onderzoek, gebaseerd op een steekproef, blijkt dat het aantal jongeren dat niet in het bezit is van een startkwalificatie na het 23ste jaar verder afneemt. Het beleid om een leven lang leren te bevorderen, ondersteunt dat mensen zich in de loop van hun werkzame leven blijven scholen. Hun employability is gediend met het behalen van minimaal een startkwalificatie.
- V - Mogen gemeenten dat deel van hun middelen dat gefinancierd is uit het Gemeentelijk Onderwijs Achterstandenbeleid nu alleen nog besteden aan schakelklassen? Hoe groot dit is deel?
A - Nee. Tot 1 augustus 2006 is voor het Gemeentelijk Onderwijsachterstandenbeleid (GOA) het Landelijk Beleidskader GOA (LBK) van toepassing. De bestrijding van voortijdig schoolverlaten is één van de doelstellingen uit dit LBK. Op 1 augustus 2006 treedt het nieuwe onderwijsachterstandenbeleid in werking. In het kader van het nieuwe beleid ontvangen gemeenten met ingang van 1 augustus 2006 onder meer middelen voor voor- en vroegschoolse educatie (VVE) en voor het organiseren van schakelklassen. In totaal gaat het om bijna € 170 miljoen, waarvan € 30 miljoen voor schakelklassen.
- V - Hanteert elke regio een eigen model voor trajectbegeleiding, waarin specifieke trajectbegeleiding aan de voortijdig schoolverlater wordt geboden? Leren de regio's hier van elkaar?
A - Er zijn verschillende trajectbegeleidingsmodellen in omloop, een voorgeschreven model is er niet. Ook hiervoor geldt dat de verzamelde good practices mogelijkheden bieden om het eigen model verder te ontwikkelen. Om de bestaande trajectbegeleidingsmodellen te stroomlijnen, is als onderdeel van de RMC-werkagenda 2004 een ideaaltypisch model opgesteld. Om de praktijkervaringen met de diverse onderdelen hiervan te bundelen, is voor de trajectbegeleiders een studiedag georganiseerd. Door OCW is de opdracht uitgezet om uit de pilots loopbaanbegeleiding (waarin het behalen van een startkwalificatie door werkenden voorop heeft gestaan) een eindrapport samen te stellen dat de good practices op dit terrein toegankelijk maakt voor alle RMC-regio's. In de verbeterplannen 2005 van de onderscheiden RMC-regio's staat de trajectbegeleiding centraal. De Taskforce Jeugdwerkloosheid ontvangt een afschrift van deze plannen om aan succesvolle onderdelen daarvan bredere bekendheid te geven.
- V - Kunt u aangeven dat de genoemde knelpunten en ontbrekende randvoorwaarden bij verwijzing en herplaatsing, namelijk de problemen bij herplaatsing bij onderwijsinstellingen na de teldatum 1 oktober en het ontbreken van of de gebrekkige zorgstructuur binnen sommige ROC's, aangepakt worden? Wanneer zullen die problemen zijn opgelost?
A - De teldatum van 1 oktober is in goed overleg met de bve-sector ingevoerd om het bekostigingsstelsel eenvoudig te houden en bureaucratische rompslomp zoveel mogelijk te voorkomen. Door uitstroom na de teldatum ontstaat ruimte om voortijdige schoolverlaters ook na 1 oktober te herplaatsen. Dat vergt de nodige organisatie van de onderwijsinstelling. Door hun omvang zijn bijvoorbeeld regionale opleidingencentra als regel in staat meerdere instroommomenten per jaar te creëren. Wat betreft de zorgstructuur verwijs ik naar het antwoord op vraag 13 bij de voortgangsrapportage.
- V - Wanneer wordt de situatie bereikt dat iedere schoolverlater die wil meewerken een passend traject, leidend tot een startkwalificatie, krijgt aangeboden?
A - Er wordt veel aan gedaan om plaatsing in trajecten mogelijk te maken. Doordat er structureel extra middelen beschikbaar worden gesteld per 2005/2006, wordt de begeleidingscapaciteit in de RMC-regio's vergroot. De Taskforce Jeugdwerkloosheid houdt zich onder andere bezig met het zoeken naar leerwerkplaatsen voor jongeren, die ook ten goede kunnen komen aan voortijdige schoolverlaters. Een knelpunt kan blijven bestaan voor een restgroep van moeilijk bemiddelbare jongeren.
- V - Komt extra geld voor de Taskforce Jeugdzorg aangezien een belangrijke oorzaak van het voortijdig schoolverlaten het tekort aan leer-werkplekken is?
A -Over de afstemming van vraag en aanbod van leerwerkplekken, i.c. beroepspraktijk vormingsplaatsen in het middelbaar beroepsonderwijs, heb ik uw Kamer recent geïnformeerd naar aanleiding van vragen van de leden Aasted-Madsen-Van Stiphout en Mosterd (Kamervragen met antwoord, 2004-2005, nr. 445 Tweede Kamer). Kort samengevat lijkt de frictie tussen het aanbod van en de vraag naar beroepspraktijk vormingsplaatsen eerder kwalitatief dan kwantitatief van aard. Zo zijn er bijvoorbeeld in de metaalsector wel plaatsen beschikbaar, maar gaat de voorkeur van jongeren uit naar andere opleidingen. Ik heb eind 2004 eenmalig € 2 miljoen beschikbaar gesteld voor de werving van extra beroepspraktijk vormingsplaatsen. Daarnaast stel ik vanaf 2005 uit het pakket ‘versterking positie deelnemer’ (structureel € 5 miljoen extra) een bijdrage beschikbaar voor versterking van loopbaanoriëntatie en beroepskeuzevoorlichting in het middelbaar beroepsonderwijs. De Taskforce Jeugdwerkloosheid stimuleert op regionaal niveau de samenwerking tussen verantwoordelijke partijen om een betere matching van beroepspraktijk vormingsplaatsen tot stand te brengen.
- V - Is er al iets bekend over de RMC-rapportages van afgelopen jaar, in de periode van 1 augustus 2003 tot 1 augustus 2004?
A - De RMC-effectrapportages over 2003-2004 zijn uiterlijk op 1 december 2004 bij OCW ingediend. Na een ronde waarin gericht gevraagd wordt om ontbrekende informatie aan te vullen, worden de rapportages dit voorjaar in opdracht van OCW geanalyseerd door bureau Sardes zodat een landelijk beeld ontstaat. Op dit moment is nog niets bekend over de uitkomsten.
- V - Waarom zijn er geen sancties op het slecht uitvoeren van de leerplichtwerkzaamheden door gemeenten?
A - In de Leerplichtwet 1969 is geen sanctiebepaling voor gemeenten opgenomen vanwege de gangbare opvatting dat gemeenten, als overheidsinstanties, zich adequaat van hun taken zullen kwijten. Daarnaast kan, op basis van de Gemeentewet, altijd een voorziening via de Commissaris van de Koningin worden getroffen wanneer de gemeente haar taken verwaarloost.
- V - Waarom zijn er geen er duidelijke richtlijnen in de RMC-wet over de uitvoering van de wet zodat een gemeenschappelijk draagvlak voor regionaal samenwerken bij met name de (lokale) bestuurders vanzelfsprekend is?
A - Met de inwerkingtreding van de RMC-wet zijn bepalingen ingevoegd in de Wet op het Voortgezet Onderwijs (WVO), de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) en de Wet op de Expertisecentra (WEC). De wet stelt de kaders voor regionale samenwerking, maar schrijft niet in detail voor hoe die samenwerking er uit moet zien. De wettelijke bepalingen zijn uitgewerkt bij algemene maatregel van bestuur (regio indeling, bekostiging) en een ministeriële uitvoeringsregeling (vormgeving van melding en registratie). De regelgeving als geheel biedt voldoende handvatten voor de uitvoeringspraktijk die voor het overige (onderhoud van het netwerk / inrichting van de begeleiding) conform de bedoeling van de wetgever decentraal gestalte krijgt. Er zijn in de afgelopen jaren vele good practices ontwikkeld die goed toegankelijk zijn gemaakt onder andere via de internetsites van OCW en Sardes. In de voortgangsrapportage heb ik erop gewezen dat de uitwisseling van praktijkervaringen steeds beter verloopt.
Redactie Onderwijsachterstanden.nl 21-02-2005

Download: De vragen en antwoorden (144 kB)
Indien u geen PDF bestanden kunt openen, download dan hier het programma
|
 |