Onderwijskansen Voor- en vroegschoolse educatie Voortijdig schoolverlaten Schoolloopbaan Nederlandse taal Onderwijsachterstanden

StartpaginaContactWegwijzerVergroten
Hier vindt u: Nieuws, Wet- en regelgeving, Beleid, Dossiers, Uitleg Actoren Hier vindt u: Het Forum, Vragen, Oproepen, Agenda, Stellingen Hier vindt u: Wat is nieuw? Uitgebreid zoeken, Bibliotheek, Instrumenten, Archief, Persoonlijke mail Meer informatie over/voor alle actoren: Gemeente, Schoolbestuur, Scholen, Instellingen, Gerangschikt per gemeente
Start > Zo zit 't in elkaar > Beleid

De onderwijsbegroting 2005: een beknopte samenvatting

De onderwijsbegroting 2005 met als motto ‘Geen woorden maar daden’ kent vier hoofdthema's.

  1. Participatie: meer mensen die meedoen
  2. Een aantrekkelijk beroep in het onderwijs
  3. Innovatie en versterking van de kennisinfrastructuur
  4. Minder regels, meer ruimte en een heldere verantwoording

1. Participatie
Voorkomen voortijdig schoolverlaten

Het komende jaar wordt zwaar ingezet op het verminderen van het aantal leerlingen dat voortijdig, zonder diploma, het onderwijs verlaat. Dit heeft prioriteit omdat een deel van hen zonder werk komt te zitten, sociale problemen heeft of krijgt en de kans loopt met de politie in aanraking te komen.

In de begroting voor 2005 wordt 22 miljoen uitgetrokken voor de bestrijding van het voortijdig schoolverlaten. Een van de maatregelen is de praktijkcomponent in het onderwijs aanzienlijk te vergroten. De overheid moet in de regels en financiering ruimte bieden voor maatwerk. Daarnaast realiseert OCW meer plaatsen waar leerlingen werken en leren kunnen combineren (beroepspraktijkvorming), zodat ze praktijkervaring opdoen voordat ze hun opleiding afronden.

Om uitval te voorkomen is het verder van groot belang dat taal- en andere leerachterstanden worden voorkomen en dat problemen bij jongeren vroegtijdig worden gesignaleerd. De school en omliggende voorzieningen moeten intensief samenwerken om op die problemen in te spelen. Het vmbo krijgt de komende jaren zowel financieel als beleidsmatig meer prioriteit ten opzichte van de begroting 2004 (motie Jan de Vries; 29 200 VIII, nr. 53). In de meerjarenraming is structureel circa ~ 25 miljoen extra uitgetrokken voor het vmbo.

Verder start in het najaar van 2004 een interdepartementaal beleidsonderzoek (ibo) naar het vmbo. Het doel daarvan is om een beter beeld te krijgen van de problematiek in het vmbo en de oorzaken erachter, nader toegespitst op specifieke regio's in Nederland en doelgroepen daarbinnen.

Het ministerie van onderwijs participeert in het project Operatie Jong en neemt in dat kader het voortouw bij de plannen voor een samenhang in voorzieningen voor kinderen van 0-12 jaar, de zorg-structuur in en rond de school en het maximaliseren van het maatschap­pelijke rendement van het onderwijs.

Herziening gewichtenregeling/achterstandenbeleid
Het kabinet blijft investeren in effectieve onderwijsvoorzieningen voor allochtone en autochtone achterstandsgroepen.

Dit gebeurt wel anders dan tot nu toe. De gewichtenregeling in het basisonderwijs en de regeling «culturele minderheden voortgezet onderwijs» (cumi-regeling) worden herzien. De gewichtenregeling moet onder meer beter aansluiten bij de feitelijke achterstanden, meer aandacht schenken aan autochtone achterstandsleerlingen en segregatie voorkomen.

De cumi-regeling maakt plaats voor een «leerplus-arrangement», dat zich richt op scholen waar problemen zich ophopen: vmbo-scholen/locaties in de grote steden. Ook hiermee wil de minister de doelgroep verbreden: niet alleen allochtone, maar ook autotochone leerlingen met een achterstand kunnen meedoen aan de Leerplus arrangementen.

Integratie
OCW gaat actief burgerschap en sociale integratie wettelijk verankeren in het primair en voortgezet onderwijs. “Het hoeft geen apart vak te worden, het gaat meestal door alle lessen heen, maar het wordt wel verankerd in de kerndoelen”, zo licht minister Van der Hoeven dit plan toe. Scholen worden verder verplicht om te overleggen met de gemeente over de manier waarop zij bijdragen aan integratie. Nieuwe scholen mogen bij de start maximaal 80% achterstandsleerlingen tellen.

Veiligheid
Een veilige school voorkomt uitval. Bovendien gedijt goed onderwijs in een veilige omgeving. Op de meeste scholen beoordelen personeel en leerlingen de veiligheid positief. Wel zijn er incidenten die de veiligheid op school aantasten, zoals verbaal geweld, pesterijen en vandalisme, maar ook fysiek geweld. Het blijkt dat deze incidenten vaker voorkomen in het vmbo in de grote steden.

In de onderwijsbegroting 2005 is 48 miljoen euro uitgetrokken voor het Plan van Aanpak Veiligheid. Dit bedrag loopt op tot 90 miljoen structureel vanaf 2007. Het geld moet worden besteed aan extra leerlingbegeleiding, time-out voorzieningen voor probleemjeugd en extra plaatsen op ZMOK-scholen. “Het is niet zozeer de bedoeling dat dit geld wordt ingezet voor camera's en detectiepoortjes, het gaat om een gedragsverandering”, aldus minister Van der Hoeven.

Cultuur en school
Vanaf 2004 is er structureel extra geld beschikbaar voor het programma ‘cultuur en school’. Voor het primair onderwijs is de ambitie dat alle basisscholen in 2007 een samenhangend geheel van cultuureducatieve activiteiten aanbieden. In het voortgezet onderwijs is de meest in het oog springende vernieuwing de ontwikkeling van ‘cultuur­profielscholen’. Verder is het de bedoeling dat vo-scholen in 2010 zelfstandig een schoolbeleid voeren waarin de aandacht voor kunst en cultuur een vaste plek heeft gekregen.

2. Een aantrekkelijk beroep in het onderwijs
Een goed werkende onderwijsarbeidsmarkt
Goed onderwijs vraagt om voldoende en goed onderwijspersoneel. De grote lerarentekorten van de afgelopen jaren zijn tijdelijk teruggedrongen, maar verwacht wordt dat er in de toekomst opnieuw problemen ontstaan. Dit komt door de vergrjizing van het onderwijspersoneel, met name in bepaalde regio's, die als risicogebieden zijn aangewezen. Daar wordt een (pre-)pensioneringsgolf verwacht. Anticipatie op de nieuwe VUT- en prepensioenregelingen kan een extra uitstroom veroorzaken in 2005.

Inmiddels heeft OCW al in juni 2004 een beleidsplan onderwijspersoneel gepresenteerd.

Het heeft drie programmadoelen:

  • Een betere afstemming tussen vraag en aanbod op de onderwijsarbeids­markt in de regio
  • Meer ruimte voor begeleiding en scholing van beginnende leraren. Meer subsidie voor zij-instromers (van 10 000 tot 15 000 euro per zij-instromer). Meer geld om de bekwaamheid van het personeel te onderhouden. Meer carrièremogelijkheden na de PABO
  • Meer samenhang in de kwalificatiestructuur en het opleidingsstelsel.. Er komt – nog dit jaar – een landelijk platform onderwijsberoepen. De lerarenopleidingen verhogen hun instroom met flexibele trajecten, waaronder kopopleidingen hbo. In 2007 moet de instroom gemiddeld 15 procent hoger liggen dan in 2002. Ook het percentage afgestudeerden moet fors omhoog

Een deel van de middelen voor de prioriteit “Een aantrekkelijk beroep in het onderwijs” is vrijgemaakt voor veiligheid. Dit omdat arbeidsomstandigheden en veiligheid alles met elkaar te maken hebben. Het gaat om een bedrag dat oploopt tot 31 miljoen in 2008.

Decentralisatie arbeidsvoorwaarden
De arbeidsvoorwaarden in de sector voorgezet onderwijs worden uiterlijk 2006 volledig gedecentraliseerd, onder de voorwaarde dat de sector voldoet aan het toetsingskader van het kabinet. Scholen krijgen daarmee de ruimte om maatwerk te leveren in het arbeidsmarkt- en personeels­beleid.

Bepaalde afspraken (zoals contractloon­ontwikkeling. algemene arbeidsduur) blijven echter op sectorniveau. Daarmee vraagt decentralisatie om een krachtige werkgeversorganisatie. Met de oprichting van het Werkgeversverbond Voortgezet Onderwijs (WVO) is een representatieve werkgeversorganisatie tot stand gekomen.

Voor het primair onderwijs worden, gelijktijdig met invoering van de lumpsum bekostiging, de secundaire arbeidsvoorwaarden gedecentraliseerd, mits zij voldoen aan het toetsingskader. Volledige decentralisatie kan twee schooljaren daarna plaatsvinden.

Deze ontwikkelingen in het primair en voortgezet onderwijs vragen om modernisering van de medezeggenschapstructuur. Het kabinet stuurt op korte termijn een notitie over medezeggenschap in het primair onderwijs naar de Kamer.

3. Innovatie en versterking van de kennisinfrastructuur
Leven lang leren
Nederland doet het in vergelijking tot de andere lidstaten goed als het gaat om deelname aan postinitiële scholing (vijfde plaats). Kijken we echter naar het aandeel laagopgeleiden (te hoog) en het aandeel hoogopgeleiden (te laag) op de totale beroepsbevolking dan valt er nog een wereld te winnen. Willen we toonaangevend zijn in kennisinnovatie en -ontwikkeling — denk aan de Lissabon-agenda — dan moet het niveau drastisch omhoog. In de tweede helft van 2004 stelt OCW daarom een hoofdlijnenbrief «leven lang leren» op. Bedrijfsleven, burgers en overheid zetten zich samen in voor specifieke groepen, zoals jongeren zonder startkwalificatie, inburgeraars, werkzoekenden en analfabeten.

Informatie- en communicatietechnologie (ict)
Voor ict en innovatie is in 2005 ~ 8 miljoen gereserveerd. Een belangrijk deel hiervan gaat naar de versterking van de “educatieve contentketen” (meer educatieve programma's op internet) en de ontwikkeling van een Ict Kennisrotonde (innovatie voor scholen).

4. Minder regels, meer ruimte en een heldere verantwoording
Minder regels, meer ruimte en een heldere verantwoording: dat zijn ook voor 2005 de uitgangspunten in de sturing van OCW. Dat vraagt om excellent bestuur, om good governance: een goed systeem van sturen, beheersen, toezicht houden en verantwoorden. Dit geldt zowel voor het ministerie zelf als voor de onderwijsinstellingen.

OCW ontregelt
Op basis van de pilot-nulmeting presenteert OCW nog dit jaar 2004 een pakket aan voor­stellen aan de Kamer om de regeldruk te verminderen. Aanvullende reductievoorstellen, in totaal oplopend tot een kwart van de bestaande lastendruk, worden in juni 2005 gepresen­teerd. OCW heeft inmiddels het aantal circulaires ten opzicht van 2001 met 15% teruggebracht (van 261 tot 220). Dit percentage stijgt naar verwach­ting op korte termijn.

Meer ruimte en een heldere verantwoording zijn twee zijden van dezelfde medaille. Het betekent dat OCW instellingen om verantwoordingsin­formatie vraagt zonder dat de verantwoordingslast toeneemt. Om dit mogelijk te maken, krijgen instellingen vanaf het najaar van 2004 via portals (websites) toegang tot de informatie die voor hen relevant is, te beginnen in het voortgezet onderwijs.

Verantwoording en toezicht
OCW werkt aan meer samenhangend en proportioneel toezicht op de kwaliteit, rechtma­tigheid en doelmatigheid van het onderwijs. Daarnaast moeten instellin­gen zich verantwoorden aan hun omgeving. In het primair onderwijs is invoering van het jaarverslag de basis voor deze verantwoording. Verder moet het inspectietoezicht beter aansluiten op de grotere autonomie binnen het primair en voortgezet onderwijs. Schoolgids, schoolplan, begroting en jaarverslagen bieden ouders, personeel en leerlingen mogelijkheden om het beleid van de school te beïnvloeden.

Bestuur en management horen consequenties te verbinden aan de verantwoordingsresultaten: verantwoording leidt zo tot verbeteringen. Sommige besturen van groepen scholen hebben al een Raad van Toezicht.

De complete onderwijsbegroting kunt u inzien op de website van het ministerie van OCW, www.minocw.nl.

www.vosabb.nl
21-09-2004

Printversie