 |
Download
|
 |
Beantwoording vragen Algemeen Overleg
Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag
| Den Haag | Ons kenmerk | Uw brief van | | 29 oktober 2004 | PO/OO/2004/51613 | |
Onderwerp Beantwoording vragen uit AO 27-10-2004 over onderwijsachterstanden
Tijdens het Algemeen Overleg van 27 oktober jl. over het onderwijsachterstandenbeleid heeft Uw Kamer een aantal vragen gesteld. Ik heb u toegezegd deze te beantwoorden voor de begrotingsbehandeling van OCW op 3 en 4 november. Met deze brief kom ik hieraan tegemoet.
1. Ingroeimodel voor VVE Tijdens het Algemeen Overleg is gevraagd om nadere toelichting bij het ‘ingroeimodel’. Vanuit de middelen die met de motie Verhagen beschikbaar komen, wordt het grootste deel (€ 60 miljoen) beschikbaar gesteld aan het basisonderwijs. Het gaat om een oplopend budget, omdat het budget van € 100 miljoen pas vanaf 2007 volledig beschikbaar is. Deze middelen zullen in het basisonderwijs gericht worden ingezet voor de jonge kinderen. Daarnaast hebben gemeenten middelen tot hun beschikking voor het realiseren van de deelname van 50% van de doelgroep aan VVE-programma's. Op dit moment worden deze middelen (dit is het huidige budget van € 110 miljoen), in overleg met schoolbesturen, ingezet voor de voorschoolse periode (vooral in de peuterspeelzaal) én voor de vroegschoolse periode (groep 1 en 2). De inschatting is dat de inzet voor het basisonderwijs ongeveer een derde van het beschikbare budget betreft. Met het nieuwe onderwijsachterstandenbeleid wordt het gemeenten vanaf 2006 mogelijk gemaakt om, in overleg met de schoolbesturen, een groter deel van de VVE-middelen in de voorschoolse periode in te zetten. Deze verschuiving van de besteding van middelen dient op geleidelijke wijze te geschieden, en dit wordt ook wel het ‘ingroeimodel’ genoemd.
In de vijf jaar tussen 2006 en 2011 kan dit proces zich voltrekken. Aan het eind van die periode kunnen gemeenten zich helemaal richten op de voorschool en scholen op de vroegschoolse periode. Ik wil gemeenten en schoolbesturen de gelegenheid geven om op lokaal niveau inhoud te geven aan dit ingroeimodel, zodat het beste kan worden aangesloten bij de behoefte en mogelijkheden binnen één gemeente. Het is niet mijn intentie om hiervoor van jaar tot jaar een planning te maken. Ik zal hierover op korte termijn in overleg treden met betrokken partijen.
2. Bereik VVE Vervolgens heeft U gevraagd om enkele gegevens over de te bereiken doelgroep met het VVE-beleid. Thans zijn er middelen beschikbaar om 50% van de doelgroep te bereiken, oftewel circa 200.000 van de 400.000 kinderen van 2 tot 6 jaar die onder de doelgroep van het achterstandenbeleid vallen. Met de verschuiving van de inzet van de middelen voor VVE door de gemeenten én een grotere inzet door de scholen in de vroegschoolse periode, moet het mogelijk zijn het bereik uit te breiden naar 70% van de totale doelgroep, oftewel met ongeveer 80.000 kinderen. Ook hierover treed ik nog in overleg met de scholen en gemeenten.
3. Verschil in bedragen gewichtenregeling PO De financiële overzichten in brief van 9 juli en respectievelijk in de brief van 22 oktober zijn verschillen genoemd voor het onderdeel de gewichtenregeling. De brief van 22 oktober over de uitwerking motie Verhagen is gebaseerd op een recentere begrotingsstand, de stand Miljoenennota 2005. Het verschil ten opzichte van de vorige begrotingsstand wordt veroorzaakt door een aanpassing in de raming van de autonome ontwikkelingen in de leerlingaantallen. In de begroting 2005 zijn naast de personele middelen voor de gewichtenregeling ook de middelen voor materieel in de gewichtenregeling opgenomen.
| 2004 | 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | Gewichtenregeling personeel | 261,9 | 254,5 | 250,2 | 246,6 | 245,7 | 246,2 | Gewichtenregeling materieel | 13,1 | 12,8 | 12,9 | 12,5 | 12,9 | 12,5 | | Totaal | 275,0 | 267,3 | 263,1 | 259,1 | 258,6 | 258,7 |
4. Verschil in bedragen Cumi-regeling VO In de Uitwerkingsbrief toekomstig onderwijsachterstandenbeleid van 9 juli is aangegeven dat het budget voor Cumi-VO in 2004 € 70,5 miljoen is, en dat dit budget vanaf 2005 daalt tot € 46,5 miljoen als gevolg van een autonome daling in het aantal cumi-leerlingen en de subsidietaakstelling uit het Hoofdlijnenakkoord. De hier opgenomen middelen zijn gebaseerd op de aantallen bij de leerlingtelling van 1 oktober 2003. Abusievelijk wordt in het financiële overzicht bij mijn brief van 22 oktober (brief n.a.v. de motie Verhagen) onder 2004 een budget van € 46,5 genoemd; dit moet € 70,5 miljoen zijn. De middelen van de motie Verhagen maken een intensivering met € 25 miljoen mogelijk ten opzichte van het budget dat beschikbaar zou zijn bij de inwerkingtreding van het Leerplusarrangement.
Met deze correctie ziet het financiële overzicht er als volgt uit:
| 2004 | 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | Gewichtenmiddelen PO (personeel) | 261,9 | 254,5 | 250,2 | 246,6 | 245,7 | 246,2 | Gemeentelijk onderwijs- achterstandenbeleid (PO en VO) | 212,8 | 183,7 | 141,4 | 152,9 | 152,9 | 152,9 | Cumi-regeling VO/ Leerplusarrangement VO | 70,5 | 46,5 | 46,5 | 46,5 | 46,5 | 46,5 | | Totaal | 545,2 | 484,7 | 438,1 | 446,0 | 445,1 | 445,6 | | Motie Verhagen | 0,0 | 42,0 | 75,0 | 100,0 | 100,0 | 100,0 | | Nieuw totaal | 545,2 | 526,7 | 513,1 | 546,0 | 545,1 | 545,6 |
|
| Inzet middelen motie Verhagen |
| | Middelen basisscholen |
| 25,2 | 45,0 | 60,0 | 60,0 | 60,0 | Middelen schakel- klassen (via gemeenten) |
| 6,3 | 11,2 | 15,0 | 15,0 | 15,0 | | Middelen VMBO |
| 10,5 | 18,8 | 25,0 | 25,0 | 25,0 | | Totaal |
| 42,0 | 75,0 | 100,0 | 100,0 | 100,0 |
5. Dip in omvang totale budget Onder punt 3 van deze brief is toegelicht waarom de gewichtenmiddelen na 2004 afnemen. In het financiële overzicht in de brief van 22 oktober (en het overzicht hierboven) is daarnaast een lager budget voor GOA te zien in 2006 in vergelijking met de daarop volgende jaren. De verlaging van het GOA-budget kent twee oorzaken. Allereerst worden de schakelklassen met ingang van 1 augustus 2006 ingevoerd. In 2006 is het budget voor schakelklassen dat naar gemeenten gaat € 6,2 miljoen (enveloppe-middelen). In latere jaren € 15 miljoen. Daarnaast worden met ingang van 1 augustus 2006 middelen voor onderwijskansen, die nu nog niet in GOA zitten, aan het budget toegevoegd. In 2006 gaat het om € 6,6 miljoen en vanaf 2007 om € 9,3 miljoen.
De combinatie van de eerder ingeboekte bezuinigingen, autonome ontwikkelingen in de leerlingaantallen en de oploop van de middelen uit de motie Verhagen en c.s. (€ 42 miljoen in 2005, € 75 miljoen in 2006 en € 100 miljoen in de jaren daarna) heeft tot gevolg dat in 2005 en 2006 minder geld beschikbaar is voor het onderwijsachterstandenbeleid.
Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
(Maria J.A. van der Hoeven)
Redactie Onderwijsachterstanden.nl 02-11-2004

Download: Beantwoording vragen uit Algemeen Overleg (82 kB)
Indien u geen PDF bestanden kunt openen, download dan hier het programma
|
 |