 |
Download
Bijlage 2t
|
 |
Financiële geldstromen Onderwijsachterstandenbeleid tot 2010
Op 6 oktober jl. is er in een ambtelijke technische briefing met de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap gesproken over mijn voorstellen voor de nieuwe gewichtenregeling basisonderwijs, zoals beschreven in mijn brief van 4 oktober 2005 (PO/ZO/2005/43885). Tijdens deze briefing is gevraagd om een nadere schriftelijke toelichting op bijlage 2 bij de brief van 4 oktober 2005. In die bijlage wordt een totaalbeeld gegeven van de in de loop der jaren optredende financiële effecten in het primair onderwijs als gevolg van de veranderingen in het onderwijsachterstandenbeleid.
Hieronder treft u de gevraagde toelichting én bijlage 2 uit de brief van 4 oktober aan.
Het onderwijsachterstandenbeleid in het primair onderwijs kent twee geldstromen:
- Rechtstreekse middelen aan basisscholen via de gewichtenregeling;
- Middelen die basisscholen via gemeenten ontvangen. Gemeenten putten hiervoor uit middelen die ze van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen krijgen voor taken in het kader van de bestrijding van onderwijsachterstanden (en voegen daar vaak ook nog eigen middelen aan toe, maar die staan niet in bijlage2).
Als gevolg van de voornemens uit het Regeerakkoord en van de ‘motie Verhagen’ (Kamerstukken II 2004/05, 29 800, nr.4), vinden er in het onderwijsachterstandenbeleid een aantal veranderingen plaats. Om de consequenties van deze veranderingen zichtbaar te maken, nemen we in bijlage 2 de situatie in 2004 als uitgangspunt.
In blok A is aangegeven hoe in 2004 het budget voor de gewichtenregeling € 298,2 miljoen bedroeg en dat het budget voor het gemeentelijke onderwijsachterstandenbeleid (GOA) voor het primair onderwijs € 215,1 miljoen bedroeg. Bij elkaar opgeteld was er dus voor het primair onderwijs in 2004 een budget beschikbaar van € 513,3 miljoen.
In blok B is weergegeven hoe de in het Regeerakkoord aangekondigde bezuiniging van € 100 miljoen op het onderwijsachterstandenbeleid is neergedaald. Van de korting met 100 miljoen kwam structureel € 80 miljoen ten laste van het primair onderwijs. Van het GOA budget voor het primair onderwijs bleef er dus een bedrag over van € 135 miljoen over (215 mln – 80 mln).
Vervolgens is in overleg met gemeenten besloten om dit budget met ingang van 1 augustus 2006 te vermeerderen met de € 15 miljoen die er op grond van het Regeerakkoord beschikbaar zijn gesteld voor het op lokaal niveau inrichten van schakelklassen.Hiermee komt het totale GOA-budget voor het primair onderwijs op € 150 miljoen. Dit is het beeld dat de feitelijke situatie in 2005 weergeeft, namelijk: handhaving van de oude criteria voor toekenning van gewichten, doorvoering van een bezuiniging op GOA en toevoeging van de middelen uit het Regeerakkoord aan het GOA-budget, bestemd voor schakelklassen.
Het totaal aan middelen voor de bestrijding van onderwijsachterstanden in het primair onderwijs bedraagt dan € 448,2 miljoen (298,2 miljoen gewichtengelden en 150 miljoen GOA).
In blok C is te zien hoe er vervolgens dankzij de motie Verhagen c.s. met ingang van 1 augustus 2006 € 100 miljoen beschikbaar is gesteld voor het onderwijsachterstandenbeleid. Van dit budget wordt € 60 miljoen toegevoegd aan de gewichtenmiddelen voor vroegtijdige bestrijding van onderwijsachterstanden. Daarnaast gaat er € 15 miljoen extra naar gemeenten voor het inrichten van extra schakelklassen en de resterende € 25 miljoen naar het VMBO. Dit betekent dat het budget dat gemoeid is met de gewichtenregeling met ingang van 1 augustus 2006 € 356,2 miljoen bedraagt.
Het gemeentelijke budget voor de bestrijding van onderwijsachterstanden in het primair onderwijs, waaronder met name VVE en schakelklassen, bedraagt met ingang van 1 augustus 2006 € 165 miljoen.
In totaal is er in 2006 in het primair onderwijs voor de bestrijding van onderwijsachterstanden een budget beschikbaar van € 521,8 miljoen. Dit is dus het beeld zoals het voor 2006 geldt onder handhaving van de oude criteria voor toekenning van gewichten.
In blok D wordt duidelijk dat de herijking van de gewichtenregeling leidt tot het (met ingang van 2007) op een andere manier verdelen van de gewichtenmiddelen over de basisscholen in de diverse gemeenten.
Het budget voor gewichtenregeling stijgt licht naar € 358,4 miljoen; het budget voor GOA blijft onveranderd op € 165 miljoen. Daarmee komt het totaal voor 2007 en verder op € 523,5 miljoen .
Wanneer alle wijzigingen zijn geëffectueerd is medio 2010 (D) in vergelijking met 2005 (B) zowel ten aanzien van de gewichtenmiddelen als ten aanzien van de GOA middelen sprake van een plus voor zowel de G4, de G26 als de overige gemeenten.
Wanneer de situatie in 2010 (D) zou worden vergeleken met de situatie zoals die zich in 2006 (C) zal voordoen, dan is er sprake van gelijkblijvende GOA gelden in alle gemeenten.
Ten aanzien van gewichtenmiddelen is er in dat geval sprake van een achteruitgang voor de G4 en de G26 en een vooruitgang bij de overige gemeenten.
De achteruitgang voor G4 en G 26 is beperkt. Er lijkt sprake van een grote achteruitgang, maar die is er alleen ten aanzien van een nog niet bestaande situatie, te weten het jaar 2006. In vergelijking met het huidige schooljaar is er, zoals ik hierboven reeds heb aangegeven, sprake van een beperkte achteruitgang voor de G4 en de G26. Niettemin heb ik voor de G4 overgangs- en compensatiemaatregelen getroffen om de achteruitgang voor de G4 op te vangen. Voor deze maatregelen (die niet in bijlage 2 staan), verwijs ik u naar de tekst van de brief van 4 oktober 2005.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
Maria J.A. van der Hoeven
Bijlage 2
Hier worden de financiële effecten gepresenteerd van beleid dat in de loop der jaren in de begroting zal neerslaan. Er is daarbij uitgegaan van het peilmoment 2004-2005 en er zijn geen autonome effecten meegenomen, zodat er een zuivere vergelijking kan worden gemaakt. Het beeld dat geschetst wordt bij D is het eindplaatje dat ontstaat na 2010. Tot 2010 worden negatieve effecten goeddeels opgevangen door de geleidelijke invoering en financiële overgangsmaatregelen. Totaalbeeld financiële effecten PO
|
|
Beeld 2004 (Oorspronkelijk situatie)
|
|
|
|
Gewichtenmiddelen aan scholen
|
GOA middelen PO aan gemeenten
|
Totaal
|
=A
|
|
G4
|
132,6
|
90,1
|
222,7
|
|
G26
|
72,1
|
55,5
|
127,7
|
|
Overig
|
93,5
|
69,5
|
163,0
|
|
Eindtotaal
|
298,2
|
215,1
|
513,3
|
|
|
Beeld na bezuiniging en middelen regeerakkoord
|
|
|
|
Gewichtenmiddelen aan scholen
|
GOA middelen PO aan gemeenten
|
Totaal
|
=B
|
|
G4
|
132,6
|
67,1
|
199,7
|
|
G26
|
72,1
|
36,3
|
108,4
|
|
Overig
|
93,5
|
46,6
|
140,1
|
|
Eindtotaal
|
298,2
|
150,0
|
448,2
|
|
|
Beeld 2006 (na motie Verhagen)
|
|
|
|
Gewichtenmiddelen aan scholen
|
GOA middelen PO aan gemeenten
|
Totaal
|
=C
|
|
G4
|
158,6
|
73,7
|
232,3
|
|
G26
|
86,3
|
40,0
|
126,3
|
|
Overig
|
111,9
|
51,3
|
163,2
|
|
Eindtotaal
|
356,8
|
165,0
|
521,8
|
|
|
Beeld bereikt na overgangsperiode 2007-2010 (na herijking obv opleidingsniveau beide ouders)Gewichten op 0,3 en 1,2; Korting op 6,4%
|
|
|
|
Gewichtenmiddelen aan scholen
|
GOA middelen PO aan gemeenten
|
Totaal
|
=D
|
|
G4
|
141,7
|
73,7
|
215,4
|
|
G26
|
84,3
|
40,0
|
124,3
|
|
Overig
|
132,4
|
51,3
|
183,7
|
|
Eindtotaal
|
358,4
|
165,0
|
523,5
|
|
|
= D-C
|
=D-B
|
=D-A
|
|
|
Eindbeeld per 2010;
Effect t.o.v. situatie in 2006
|
Eindbeeld per 2010;
Effect t.o.v. situatie na bezuiniging
|
Eindbeeld per 2010; Effect t.o.v. situatie in 2004
|
|
G4
|
-16,9
|
15,6
|
-7,2
|
|
G26
|
-2,0
|
15,8
|
-3,4
|
|
Overig
|
20,5
|
43,6
|
20,7
|
|
Eindtotaal
|
1,6
|
75,1
|
10,2
|
Ministerie van OCW 26-10-2005

Download: Financiële geldstromen Onderwijsachterstandenbeleid tot 2010 (103 kB)
Indien u geen PDF bestanden kunt openen, download dan hier het programma
|
 |