 |
Lezersreacties
|
 |
Beleid bestrijden taalachterstand jonge kinderen
Om taalachterstand bij jonge kinderen te bestrijden wil het kabinet de regelgeving en financiering van kinderopvang, peuterspeelzaalwerk en VVE harmoniseren. Dit schrijft staatssecretaris Dijksma 13 juli 2007 in een brief aan de Tweede Kamer. In de brief is te lezen dat het kabinet geen voorstander van het verlagen van de leerplicht en van het creëren van een verplichte voorschool.
Over taalachterstand schrijft de staatssecretaris dat een grote groep kinderen nog steeds met een aanzienlijke taalachterstand begint aan de basisschool. “Ze spreken duidelijk minder goed Nederlands dan hun klasgenootjes. (…) Van de ongeveer 400.000 kinderen in de voorschoolse leeftijd van 2 en 3 jaar behoren op dit moment zo'n 25% tot de zogeheten doelgroepkinderen. Het risico op taalachterstanden ontstaat voornamelijk doordat kinderen opgroeien in een thuissituatie die wel ‘taalarm’ wordt genoemd, wat betreft de ontwikkeling van de Nederlandse taal. Op bepaalde plaatsen — vooral in de grotere steden — komt het soms zelfs voor dat kinderen in de voorschoolse periode in het geheel niet in contact komen met de Nederlandse taal omdat thuis een andere taal wordt gesproken. (…) Zo'n 20% van de kinderen is bij het begin van de basisschool niet goed aanspreekbaar in de Nederlandse taal. Het is algemeen bekend dat vroeg ontstane taalachterstanden moeilijk in te lopen zijn. (…) Uit diverse onderzoeken blijkt dat als jonge kinderen aan een taalstimuleringsprogramma deelnemen, de effecten op de cognitieve en taalontwikkeling van kinderen groot zijn. Om die positieve effecten te bereiken, moeten de uitvoeringscondities wel goed zijn. Deze condities hebben betrekking op de kwaliteit van de VVE-programma's en de kwaliteit van de uitvoering daarvan. (…) De baten van het aanbieden van taalstimuleringsprogramma's zijn hoger dan de kosten volgens kosten- en batenanalyses. Iedere geïnvesteerde euro levert twee- tot zevenmaal zoveel op. Mede daarom heeft de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in haar studie ‘Bouwstenen voor betrokken jeugdbeleid’ opgemerkt dat met VVE de vroege taalachterstanden van kinderen effectief worden bestreden. Het Centraal Planbureau onderbouwt de noodzaak van substantiële overheidsinvesteringen in VVE in Kansrijk kennisbeleid.” (p. 2–3).
Bij de invulling van de harmonisering komen de volgende thema's aan de orde:
- financiële tegemoetkoming aan de ouders
- regierol van gemeenten voor de voorschoolse educatie
- kwaliteitsregelgeving, toezicht en handhaving
“Bij de uitwerking van de harmonisering blijft de bestaande keuzevrijheid voor ouders uitgangspunt, evenals de diversiteit in de uitvoering. In een geharmoniseerd stelsel wil het kabinet alle kinderen met een taalachterstand bereiken. Het belang voor deze kinderen om VVE te volgen, is zo groot dat het kabinet van mening is dat deze ouders geen belemmering mogen kennen voor deelname van hun kinderen aan een VVE-programma. Hierbij is het uitgangspunt van het kabinet (…) dat ouders de mogelijkheid hebben om arbeid en zorg te combineren en dus bij de harmonisatie hun huidige recht op kinderopvangtoeslag behouden. Tenslotte wil het kabinet het laagdrempelige karakter van het huidige peuterspeelzaalwerk ook voor kinderen die niet tot de hiervoor geschetste doelgroepkinderen behoren, in het geharmoniseerde stelsel terug laten komen.” (p. 6–7)
Financiële tegemoetkoming aan de ouders
“In de komende periode zal het kabinet nader onderzoeken hoe de harmonisatie concreet zal worden vormgegeven. Harmonisatie van financiering richt zich allereerst op kinderen in de leeftijd van 2–4 jaar. Financiering van ouders met kinderen met een taalachterstand dient voldoende te zijn om een goed VVE-programma te volgen.” (p. 7)
Regierol van gemeenten voor de voorschoolse educatie
“Zowel voor de korte als de middellange termijn ligt het voor de hand dat de gemeente de regierol behoudt bij het bepalen van de doelgroep voor voorschoolse educatie, het aanbod van VVE-programma's en de spreiding van instellingen die VVE-programma's aanbieden over de gemeente.” (p. 7)
“De inzet voor de voorschoolse educatie zal zijn om in deze kabinetsperiode alle doelgroepkinderen te bereiken met VVE-programma's. (…) De doelgroepkinderen zijn in ieder geval de kinderen bij wie een taalachterstand is geconstateerd. (…) Om de professionals te ondersteunen bij het constateren van een mogelijke taalachterstand, wordt onderzocht of het mogelijk is hiervoor een landelijk gestandaardiseerd instrument te ontwikkelen. Belangrijk hierbij is of de constatering van een taalachterstand bij een kind samen kan gaan met de constatering van een taalachterstand bij het hele gezin.” (p. 8)
Kwaliteitsregelgeving, toezicht en handhaving
“Kwalitatief verantwoorde zorg voor kinderen kan niet zonder kwaliteitseisen. Het kabinet heeft — ook in een geharmoniseerd stelsel — echter niet voor ogen dat kwaliteitseisen voor alle soorten voorzieningen identiek zijn. (p. 8)
“De vraag dringt zich op hoe het toezicht vormgegeven moet worden in een nieuw stelsel waar VVE ook een belangrijke rol speelt. (…) Bij de uitvoering van het toezicht op VVE wil het kabinet dubbel toezicht in het stelsel voorkomen en gelijktijdig de huidige systematiek verbeteren.” (p. 9)
Brief van de staatssecretaris van OCW aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, Den Haag, 13 juli 2007, vergaderjaar 2006–2007, 30 800 VIII, nr. 169.
www.nji.nl 17-10-2007

Twee dagdelen per week op een peuterspeelzaal is heel weinig om het Nederlandse taalniveau van een buitenlandse kind te optimaliseren voordat het gaat naar de basisschool.Er moet meer lestijd komen voor eigenlijk alle peuters en de overheid moet met meer geld komen.De basisscholen zouden veel baat bij hebben en dat zou ze veel geld besparen dat nodig is om de taalachterstand waarmee deze kinderen kampen als zij naar een basisschool doorstromen weg te werken.
Karim alaoui
|
 |