Onderwijskansen Voor- en vroegschoolse educatie Voortijdig schoolverlaten Schoolloopbaan Nederlandse taal Onderwijsachterstanden

StartpaginaContactWegwijzerVergroten
Hier vindt u: Nieuws, Wet- en regelgeving, Beleid, Dossiers, Uitleg Actoren Hier vindt u: Het Forum, Vragen, Oproepen, Agenda, Stellingen Hier vindt u: Wat is nieuw? Uitgebreid zoeken, Bibliotheek, Instrumenten, Archief, Persoonlijke mail Meer informatie over/voor alle actoren: Gemeente, Schoolbestuur, Scholen, Instellingen, Gerangschikt per gemeente
Start > Zo zit 't in elkaar > Herijking

VOO over de gewichtenregeling

Een dure toets voor het vaststellen van grote taalachterstanden en een plafond van 80% in de bekostiging van achterstandsleerlingen per school werpen een schaduw over de nieuwe gewichtenregeling. De toets is objectief onuitvoerbaar en het plafond in de bekostiging leidt tot voor openbare scholen gegeven de algemene toegankelijkheid respectievelijk de garantiefunctie onaanvaardbare gevolgen.

Kanttekeningen VOO

  • De onderbouwing van het percentage dat als maximum geldt voor de toekenning van achterstandsgeld is willekeurig. Het in de ministeriële brief ‘Onderwijs, integratie en burgerschap’ genoemde plafond van 80% achterstandsleerlingen bij nieuw te stichten scholen wordt nu ook gehanteerd bij de gewichtenregeling van de reeds bestaande scholen. Hierdoor wordt een etniciteitscriterium dat bedoeld is segregatie tegen te gaan, gebruikt binnen een regeling die etniciteit als criterium zegt los te laten. Dat is meten met twee maten.
  • De scholen met een hoger percentage achterstandsleerlingen hebben personeel in dienst dat ten dienste van deze achterstandsleerlingen werkt. Gemaakte plannen worden uitgevoerd met behulp van die personeelsleden. De continuïteit van die plannen komt ernstig in het geding bij doorvoering van het plafond in bestaande situaties.
  • Door een plafond van 80% achterstandsleerlingen te hanteren komt de bijzondere positie van het openbaar onderwijs naar voren. Het bijzonder onderwijs zal achterstandsleerlingen die het percentage van 80% te boven kunnen weigeren op grond van tekort schietende bekostiging. Het openbaar onderwijs kan en wil geen leerlingen weigeren, ook niet wanneer daardoor het percentage achterstandsleerlingen op een school boven de 80% uitstijgt. Dat daardoor een tekort in de ondersteuningsmogelijkheden ontstaat, is duidelijk. Het algemeen toegankelijke openbaar onderwijs mag niet de dupe worden van een tekort in de bekostiging van leerlingen die elders (kunnen) worden geweigerd.
  • Door de herijking van de gewichtenregeling zal geld verschuiven van allochtone leerlingen naar autochtone leerlingen. De extra aandacht voor de laatste groep is terecht, maar mag niet leiden tot aantasting van het niveau van de voorzieningen voor de eerste. In het kader van de aanpassing van het onderwijsachterstandenbeleid in ruimere zin kunnen middelen worden aangewend om de effecten van de huidige voorstellen teniet te doen. Meer geld zal gaan naar scholen met veel autochtone achterstandsleerlingen in kleinere gemeenten en minder naar scholen met heel hoge percentages (allochtone) achterstandsleerlingen: circa € 22 miljoen waarvan € 13 miljoen van de G4.
  • De drempel van 9% is arbitrair maar blijft in de huidige voorstellen gehandhaafd. Te overwegen valt of een lagere drempel mogelijk is. Dit is mogelijk binnen de bestaande middelen voor onderwijsachterstanden. Door verlaging van de drempel profiteren meer scholen van de gewichtenregeling en komen daardoor automatisch meer scholen met autochtone achterstandsleerlingen in aanmerking voor gewichtengeld. Dit past binnen het streven van de minister.
  • Het hanteren van een toets om taalachterstand vast te stellen gaat uit van de positieve gedachte dat objectief kan worden vastgesteld of een leerling taalachterstand heeft. In het verleden is geprobeerd een toets te introduceren die de toegevoegde waarde van een school zou kunnen vaststellen. Indien dit mogelijk zou zijn, juicht de VOO dit toe. Echter, in de huidige omstandigheden blijkt dit bij herhaling onmogelijk te zijn. Vanuit de leerkracht, de toetser en de leerling zijn diverse belemmeringen denkbaar die niet volledig zijn uit te bannen. Hierdoor is een objectief resultaat niet mogelijk en zal het eventuele toetsresultaat daarom niet kunnen worden gebruikt voor de bekostiging van een school.
  • Circa 4000 kinderen per jaar zouden een dergelijke toets moeten ondergaan. De kosten van een dergelijke toets zijn enorm hoog wanneer deze toetsen door een externe instantie moeten worden ontwikkeld en afgenomen. Om fraude te voorkomen is dit de enige wijze van afname. Afgezet tegen de hoge kosten (ca. 4000 x € 1000 = € 4 miljoen) van een dergelijke toets is het zinvol na te denken over andere indicatoren voor het geven van extra middelen in het kader van de achterstandenbestrijding.
  • In het kader van de bestrijding van taalachterstanden is het gewicht van 2,4 enkel mogelijk in de eerste 4 leerjaren van de basisschool. Wanneer dit vastgesteld zou zijn door middel van een toets wordt het geld, dat met de weging gemoeid gaat, via de aanstaande lumpsumfinanciering aan het schoolbestuur overgemaakt. In het kader van de beleidsvrijheid van het schoolbestuur kan het zo zijn, dat geld voor enkele specifieke leerlingen in de onderbouw van een school niet terecht komt bij diezelfde leerlingen. Het geld is immers niet geoormerkt en kan dus op geheel andere wijze worden aangewend (binnen de keuzes die het bestuur in samenspraak met de (g)mr maakt) dan waarvoor het is toegekend. De voorstellen van de minister geven geen richting aan de ‘verplichte’ bestedingsdoeleinden.
  • Ten aanzien van de leer plus arrangementen kan worden opgemerkt dat in dat systeem een andere koers wordt gevaren dan in het primair onderwijs. Uitgangspunt is o.a. het bestrijden van taalachterstanden ,maar vanuit de cumulatie van problemen. Dit laatste is in de stukken van de minister niet verder onderbouwd.

De Vereniging voor Openbaar Onderwijs stelt voor:

  • geen toets voor taalachterstanden invoeren
  • onderzoek naar andere indicatoren voor taal- en ontwikkelingsachterstanden
  • geen maximum in bekostiging aantal achterstandsleerlingen vaststellen
  • verlaging van de drempel
  • onderzoek naar besteding extra faciliteiten voor onderbouw

Almere, 20 januari 2005

VOO
16-02-2005

Lezersreacties

Geef een reactie op dit artikel
Lees voor het plaatsen van uw reactie eerst het reglement door.
Uw naam
Uw e-mailadres
Uw reactie

U kunt nog 500 tekens invoeren

Nieuw plaatje laten zien.


Printversie