Onderwijskansen Voor- en vroegschoolse educatie Voortijdig schoolverlaten Schoolloopbaan Nederlandse taal Onderwijsachterstanden

StartpaginaContactWegwijzerVergroten
Hier vindt u: Nieuws, Wet- en regelgeving, Beleid, Dossiers, Uitleg Actoren Hier vindt u: Het Forum, Vragen, Oproepen, Agenda, Stellingen Hier vindt u: Wat is nieuw? Uitgebreid zoeken, Bibliotheek, Instrumenten, Archief, Persoonlijke mail Meer informatie over/voor alle actoren: Gemeente, Schoolbestuur, Scholen, Instellingen, Gerangschikt per gemeente
Start > Zo zit 't in elkaar > Projectgroep

Download



Zorgadviesteams

Hoog op de agenda

Vuurwerkramp

Spin in het web

Zo-zo-zo aanpak

Netwerkadviesteam

Overdracht

Wsns en goa werken samen in Enschede

Enschede werkt aan sluitende zorgketen

Zorgadviesteam levert hulptroepen aan IB’er
De gemeente Enschede wil op alle basisscholen, peuterspeelzalen en kinderdagverblijven een zorgadviesteam (ZAT) invoeren. In een ZAT worden kinderen besproken met psychosociale problemen en problemen in de thuissituatie die niet door de school alleen kunnen worden opgelost. Samen met schoolmaatschappelijk werk en jeugdgezondheidszorg overleggen IB’er, collegiaal consulent en orthopedagoog van de schoolbegeleidingsdienst over deze zorgkinderen en stippelen een traject uit. Een ZAT grijpt zo vroeg, zo licht, zo dichtbij en zo snel mogelijk in om erger te voorkomen. Omdat verschillende disciplines aan één tafel zitten zijn de lijnen kort en kan er snel tot actie worden overgegaan. De acties kunnen bestaan uit directe hulpverlening door maatschappelijk werk of jeugdgezondheidszorg, maar ook uit een doorverwijzing naar een instantie als het RIAGG of het WSNS Steunpunt Zorg dat functioneert als één loket. Achter dit loket werken WSNS, REC-cluster 4, maatschappelijk werk en jeugdarts samen.

‘Het is fantastisch om op één moment alle belangrijke disciplines aan tafel te hebben.’ Aldert Schenk is IB’er op basisschool Het Stroink in Enschede en als zodanig nu twee jaar coördinator van het zorgadviesteam (ZAT). Schenk is enthousiast over het ZAT. ‘Vroeger moest ik met alle partijen afzonderlijk overleggen. Dat slokte al mijn tijd op. De disciplines in het ZAT vullen elkaar goed aan en samen zijn we in staat aan de hulpvragen van zorgkinderen te voldoen. In eerste instantie was ook de politie bij het overleg aanwezig, maar dat mag niet meer. Nu heb ik voorafgaande aan een zitting van het ZAT bilateraal overleg met de politie. Dat werkt ook heel goed. Alleen leerlingen waarvoor ouders toestemming hebben gegeven, mogen in het ZAT worden besproken. Bij een melding over kindermishandeling kan dat problemen opleveren. Wij proberen het dan te spelen via de gezinsvoogd en vaak lukt het wel van hem een handtekening te krijgen. Maar problemen met de privacy blijven een groot knelpunt.’

Zorgadviesteams
De leerlingenzorg van de basisschool heeft als kernelement de periodieke leerlingenbespreking door groepsleerkracht, intern begeleider, collegiaal consulent en orthopedagoog van de schoolbegeleidingsdienst. Daar worden de leerlingen besproken die op een of andere manier met problemen te maken hebben en wordt de actie bepaald die nodig is om problemen het hoofd te bieden. Soms hebben problemen duidelijk alleen betrekking op de vorderingen en het leerproces op school en ligt de oplossing vooral op het didactische vlak. De te ondernemen actie verloopt dan volgens de lijnen en afspraken zoals die gelden in de betreffende samenwerkingsverbanden WSNS. In een groot aantal gevallen echter zijn er ook psychosociale kanten aan het probleem en is er sprake van negatieve factoren in de thuisomgeving. In dat geval moet de school andere hulpbronnen kunnen aanboren. Dat kan door het inrichten van een ZAT. Daarbij zijn aan de hiervoor geschetste kern van de leerlingenzorg twee disciplines structureel toegevoegd: het (school)maatschappelijk werk en de jeugdgezondheidszorg. Deze laatste wonen regelmatig (ongeveer vier keer per jaar) het overleg bij en zijn inzetbaar zodra de problematiek uitstijgt boven het didactische aspect. Daarnaast is het mogelijk een pedagogisch spreekuur van de maatschappelijk werker te realiseren, waarbij de intern begeleider vooral de toeleidingsfunctie vervult.

Hoog op de agenda
In Enschede staat het jeugdbeleid hoog op de gemeentelijke agenda. Gerrit Dogger is GOA-beleidsmedewerker in Enschede. Hij wijst erop dat voortijdig schoolverlaten een enorm probleem is voor de hele jeugdzorg. ‘In het kader van het grote stedenbeleid maken de grote gemeenten een analyse van de eigen stad. Het blijkt dat Enschede een lager opleidingsniveau heeft dan de andere grote steden in Nederland. Daarom hebben wij besloten te investeren aan de onderkant. Op de Jeugdagenda voor de jaren 2005 – 2009 staan een aantal punten die voorrang moeten krijgen. Deze punten zijn te zien als een verbijzondering van het algemene jeugdbeleid. De mindere resultaten van de kinderen blijken onder meer uit het taalonderwijs en de doorstroming naar het voortgezet onderwijs. Wij streven naar een sluitende keten.
Daarom wil de gemeente het werken met ZAT’s op alle basisscholen invoeren en een vergelijkbare werkwijze en structuur mogelijk maken voor de peuterspeelzalen en kinderdagverblijven. Ook deze instanties moeten kunnen beschikken over de ondersteuning van het maatschappelijk werk en de jeugdgezondheidszorg. Ik ben blij dat beide WSNS-samenwerkingsverbanden in onze gemeente mee willen werken aan de ZAT’s. Daardoor kunnen we een stedelijke, dekkende aanpak realiseren. De zorgstructuur 0 tot 12 jaar (de ZAT’s) dient een heldere samenwerkings- en afstemmingsrelatie te hebben met de wijkzorgteams. In de wijkzorgteams wordt onder meer de hulp aan gezinnen en personen, waarbij meerdere instanties of disciplines zijn betrokken, op elkaar afgestemd en gecoördineerd. Deze verbindingstaak wordt gelegd bij het maatschappelijk werk. Daarmee hopen wij te realiseren dat de school (de leerkrachten en de intern begeleider) weer de tijd en de gelegenheid krijgen om zich bezig te houden met hun eigen werk: de zorg voor goed onderwijs en een goede begeleiding van het kind, en dat zij niet steeds zelf op zoek hoeven te gaan naar verwijzingsmogelijkheden in het circuit van de jeugdzorg en jeugdhulpverlening.’

Vuurwerkramp
Ad Kappen is een belangrijke initiator van het ZAT. Kappen is coördinator van het WSNS-samenwerkingsverband Enschede/Losser. ‘Met de ZAT’s heb ik een aantal belangrijke doelstellingen verwezenlijkt. Ik wilde samenwerking met de gemeente en met het katholieke samenwerkingsverband, en ik wilde graag aan tafel zitten met jeugdgezondheidszorg en een Steunpunt Zorg creëren dat functioneert als één loket. Dit loket werkt toe naar harmonisatie van de indicatiestelling. Een aantal ontwikkelingen hebben de komst van het ZAT in de hand gewerkt. In de eerste plaats hebben in ons verband een aantal WSNS-trajecten gedraaid: samenwerking met jeugdverpleegkundige en samenwerking met maatschappelijk werk. De gedachte achter deze trajecten is dat structureel overleg met jeugdgezondheidszorg en maatschappelijk werk essentieel is voor een goede zorg aan zorgleerlingen. Vroeger kwamen alle problemen op het bordje van de IB’er, ook problemen waar de school niets aan kon doen. De IB’er was veel tijd kwijt met jeugdzorg, terwijl hij daar niet voor is opgeleid. De kracht van IB’ers ligt in de onderwijszorg. Daar moeten ze zich op focussen. Het klinkt misschien raar, maar de vuurwerkramp heeft ook een impuls gegeven aan het ontstaan van het ZAT. Na de ramp moest het wel; er waren zoveel problemen; zonder structureel overleg tussen alle disciplines was het niet mogelijk de problemen op te lossen. De situatie in de vuurwerkrampwijk is natuurlijk uniek. Dat neemt niet weg dat andere wijken worstelen met dezelfde problemen, bijvoorbeeld de zuidwijken, waar veel allochtonen en mensen in achterstandsituaties wonen. De hamvraag was: hoe kunnen we tot afstemming komen?’

Spin in het web
Linda Tukkers is directeur van de basisschool Anna van Buren, die in de wijk ligt van de vuurwerkramp. Tukkers bevestigt het verhaal van Kappen. ‘Na de vuurwerkramp waren er zoveel kinderen met een hulpvraag dat de IB’er overbelast raakte. Alle overleg werd één op één gevoerd. Dat kostte veel te veel tijd. De IB’er is de spin in het web. Met de komst van het ZAT kan zij haar werk veel beter en efficiënter doen. Zij boekt een enorme tijdwinst waardoor ze meer zorg kan besteden aan andere kinderen. Het is mede een taak van de IB’er de deskundigheid in de school te bevorderen. Door de regelmatige contacten met allerlei disciplines is de IB’er veel beter toegerust om als een echte coach voor haar collega’s te fungeren. Normaal gesproken zitten er nooit zo veel disciplines aan tafel. Het is fijn dat de IB’er en dus ook de school daarvan kan profiteren.’ IB’er Schenk vult het betoog van Tukkers aan. ‘Als IB’er ben ik enorm gegroeid. Ik kan mijn taak als coach veel beter invullen. Voor de school als lerende organisatie is dat goed. Niet alleen ikzelf maar ook de school heeft daar baat bij en groeit in zijn ontwikkeling.’

Zo-zo-zo aanpak
Kappen wijst erop dat de rol van de gemeente belangrijk is. Hij vindt het prettig dat de gemeente zo snel zijn verantwoordelijkheid heeft opgepikt en nu dus zelfs ZAT’s heeft ingevoerd op alle scholen in Enschede. GOA-medewerker Dogger ziet ook duidelijk het belang dat de gemeente heeft bij de ZAT’s. ‘Wij willen dat zo min mogelijk kinderen terecht komen in de zwaarder geïndiceerde hulpverlening. Dat kan voorkomen worden als we zo vroeg, zo licht, zo dichtbij en zo snel mogelijk ingrijpen. Met de ZAT’s streven wij naar deze zogeheten zo-zo-zo aanpak. Als gemeente moeten we voorwaarden scheppen en we hebben belang bij preventief werken. Daarmee hopen we invloed uit te oefenen op schoolloopbanen van kinderen en op betere kansen op de arbeidsmarkt. Als we succes boeken, levert deze werkwijze op den duur zelfs geld op. Enschede is van oudsher een arbeidersstad. Vanuit GOA monitoren wij de jeugd. We hebben in het verleden maar mondjesmaat verbeteringen geconstateerd. Van deze nieuwe aanpak verwacht ik veel. De cijfers moeten gewoon beter worden. De regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten speelt hierin ook een belangrijke rol. Deze jongeren moeten getraceerd worden en de scholen moeten daarmee aan de slag. Belangrijke speerpunten in de Jeugdagenda zijn daarbij dat er extra consulenten komen en dat de afspraken met de scholen worden vastgelegd in een convenant.’

Netwerkadviesteam
De ZAT’s maken de zorgketen nog niet sluitend. Er zijn kinderen met problemen die de mogelijkheden van het ZAT overstijgen. Deze kinderen komen terecht bij het Steunpunt WSNS en worden besproken in het netwerkadviesteam door de orthopedagoog van het steunpunt, de orthopedagoog van cluster 4, de jeugdarts en de maatschappelijk werker. Ad Kappen geeft een voorbeeld. ‘Een Turks jongetje had een trauma overgehouden aan de ramp. Het wilde letterlijk en figuurlijk klein blijven. Dat is besproken in het ZAT, maar het jongetje bleef stilstaan in zijn ontwikkeling. Het had wel de capaciteiten, maar kon of wilde zijn capaciteiten niet inzetten. Dat is het moment waarop doorverwijzing naar het Steunpunt WSNS noodzakelijk is. Op het niveau van het samenwerkingsverband wordt dan alles uit de kast gehaald: RIAGG, Jeugdzorg, REC 4, etc. Eén loket, dat is belangrijk. Wij zorgen ervoor dat er één indicatiestelling komt. Dat is absoluut noodzakelijk. Op dit punt lopen wij op de zaken vooruit, want over een aantal jaren zal die ene indicatiestelling wettelijk geregeld worden.’
‘Ik had verwacht dat het aantal aanmeldingen bij het Steunpunt WSNS na het ontstaan van de ZAT’s zou toenemen’, gaat Kappen verder. ‘Er is echter eerder sprake van een afname. Voor mij het bewijs dat het zo-zo-zo beleid problemen in een vroegtijdig stadium kan signaleren en ook eerder kan ingrijpen, waardoor langdurige hulpverleningstrajecten worden voorkomen.
Het Steunpunt WSNS als één loket is noodzakelijk; de basisscholen weten dat zij niet alle problemen hoeven en kunnen oplossen. Bij handelingsverlegenheid zal het Steunpunt met en naast de school een oplossing zoeken voor de problematiek.’

Overdracht
Het is de bedoeling ook de voorschoolse periode in de zorgketen te betrekken. Dat betekent dat peuterspeelzalen en kinderdagverblijven ook een ZAT krijgen. Structureel overleg met jeugdgezondheidszorg bestaat al langer. Het doel is de zorgkinderen te detecteren. Jeugdverpleegkundige Simone van Donselaar vindt dat dit overleg de laatste jaren redelijk goed loopt. ‘Maar de overdracht naar de basisschool is nog niet goed geregeld.’ Collegiaal consulent Gert Stapper is het eens met Van Donselaar. Hij geeft een voorbeeld. ‘Ik ken een gezin met een aantal kinderen op de basisschool. Alle kinderen hebben een achterstand en zijn minder begaafd. Nu wordt er volgend voorjaar weer een kind uit hetzelfde gezin 4 jaar en gaat dan naar de basisschool. Ik heb mijn twijfels over het kunnen functioneren van het kind op de basisschool. Nog niet alle professionals in de peuterspeelzalen spelen altijd de problemen van zorgkinderen door naar de basisschool. Als de ouders bij het intakegesprek de problemen ook niet doorgeven, weet de basisschool het niet. In dit soort gevallen speelt privacy ook een belangrijke rol. Hoe ver kun je gaan in het geven van informatie aan elkaar.’ Van Donselaar zegt dat Jeugdgezondheidszorg daarin een rol kan spelen. ‘Bij ons plaatsen ouders een handtekening waardoor ze toestemming geven om informatie uit te wisselen.’ Van Donselaar worstelt zelf met een ander probleem dat speelt bij jeugdgezondheidszorg. ‘Het ZAT kost voor ons veel tijd. We krijgen extra werk, maar niet extra personeel. Het structurele overleg is tijdrovend: van te voren moeten we de dossiers doornemen, het fysieke overleg kost tijd en achteraf ondernemen we acties om problemen op te lossen. Voor ons is dat een serieus knelpunt. Dat neemt niet weg dat ik vind dat de ZAT’s voortreffelijk werken. Het is een heel goed systeem met snelle verwijzingen en vlugge acties. De kwaliteit van de zorg is zeker verbeterd.’

Redactie onderwijsachterstanden.nl
05-12-2005

Download: Wsns en goa werken samen in Enschede (32 kB)

Lezersreacties

Geef een reactie op dit artikel
Lees voor het plaatsen van uw reactie eerst het reglement door.
Uw naam
Uw e-mailadres
Uw reactie

U kunt nog 500 tekens invoeren

Nieuw plaatje laten zien.


Printversie