Onderwijskansen Voor- en vroegschoolse educatie Voortijdig schoolverlaten Schoolloopbaan Nederlandse taal Onderwijsachterstanden

StartpaginaContactWegwijzerVergroten
Hier vindt u: Nieuws, Wet- en regelgeving, Beleid, Dossiers, Uitleg Actoren Hier vindt u: Het Forum, Vragen, Oproepen, Agenda, Stellingen Hier vindt u: Wat is nieuw? Uitgebreid zoeken, Bibliotheek, Instrumenten, Archief, Persoonlijke mail Meer informatie over/voor alle actoren: Gemeente, Schoolbestuur, Scholen, Instellingen, Gerangschikt per gemeente
Start > Zoek 't op > Onderzoek

Download



Samenvatting

Basiskosten peuter-speelzalen

Meerkosten Voorschool

Onderbouw basisschool

Peuterspeelzaal

Bijkomende kosten

Aandachtspunten

Betekenis normkosten

Doelstellingen LBK

Aandachtspunten vervolgonderzoek

Uitgangspunten en kosten voorschool G4
Eindrapport 3 dec 2002

Samenvatting

Doel van dit rapport
Dit onderzoek komt voort uit de behoefte bij de vier grote steden (G4) om een integraal beeld te verkrijgen van de kosten van de Voorschool met het oog op de realisatie van de afspraken die zijn gemaakt met het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen over het doelgroepbereik. Tevens zou het aanknopingspunten moeten bieden voor het beantwoorden van de vraag wat een verdere uitbreiding van het doelgroepbereik gaat kosten.
De Voorschool leidt tot meerkosten ten opzichte van de basisvoorzieningen (basisscholen en basispeuterspeelzalen).
In tegenstelling tot basisscholen zijn de basiskosten van basispeuterspeelzalen niet helder en eenduidig. Een ander belangrijk verschil is dat een aanzienlijk deel van de doelgroepkinderen in de peuterfase met de bestaande basispeuterspeelzalen niet wordt bereikt, zodat een capaciteitsuitbreiding nodig is. Om deze redenen biedt het onderzoek tevens inzicht in de basiskosten van peuterspeelzalen. Behalve het in beeld brengen van de kosten per stad is in het onderzoek ook getracht tot een zekere normstelling voor de G4 te komen. Voorzover er sprake was van een uitgekristalliseerde component en een eenduidige (landelijke) financiële normstelling is die normstelling gehanteerd. Dit betreft de extra personeelskosten in het basisonderwijs alsmede de huisvesting van peuterspeelzalen in de Voorschool. Voor de overige componenten is aangesloten bij de gemeentelijke praktijk, waarbij rekening is gehouden met de ontwikkelingsfase.


Basiskosten van peuterspeelzalen
In de praktijk lopen de basiskosten van basispeuterspeelzalen uiteen, zowel tussen als binnen steden. In onderstaande tabel zijn gemiddelde bedragen per stad opgenomen, zoals die uit het onderzoek naar voren komen. De bedragen hebben betrekking op de structurele kosten per kind van 1 peutergroep. Deze groep heeft 1 bevoegde leidster, terwijl de kinderen 2 dagdelen per week naar de speelzaal gaan.
Aard kostenAmsterdamRotterdam Den Haag Utrecht
basiskosten
basispeuterspeelzaal
structureel910-9101130
Basispeuterspeelzaal: basiskosten in euro's per kind voor twee dagdelen.


De bandbreedte in de basiskosten is overwegend te herleiden op verschillende situaties van huisvesting. De laagste bedragen betreffen reeds langer bestaande accommodaties (Amsterdam en Den Haag), terwijl de hoogste bedragen betrekking hebben op relatief nieuwe accommodaties die voldoen aan de vigerende normen voor onderwijshuisvesting (Utrecht).


Meerkosten van de Voorschool

Onderbouw van basisschool
In het onderzoek zijn de meerkosten in beeld gebracht die de Voorschool meebrengt voor de onderbouw van

de basisschool. Deze omvatten zowel structurele als eenmalige kosten. Uitgaande van een groep met 20 kleuters zijn per kostencomponent de bedragen per kind voor de G4 bepaald. Daarnaast is een niveau bepaald dat als richtlijn dient voor alle steden, met name in structureel opzicht (norm G4).

De resultaten van het onderzoek zijn opgenomen in onderstaande tabel.

Aard kostenAmsterdamRotterdam Den Haag UtrechtNorm G4
Meerkosten
onderbouw
structureel11309709309701130
eenmalig960430520390750

Voorschool: meerkosten voor onderbouw van de basisschool , in euro's per kind (exclusief bijkomende kosten)


Peuterspeelzaal
Ook in de peuterspeelzaal zijn met de Voorschool bepaalde structurele en eenmalige meerkosten gemoeid.

Uitgaande van een groep met 15 peuters zijn in het onderzoek per kostencomponent de bedragen per kind voor de G4 bepaald. Daarnaast is een niveau bepaald dat als richtlijn dient voor alle steden, met name in structureel opzicht (norm G4). De resultaten van het onderzoek zijn opgenomen in onderstaande tabel.

Aard kostenAmsterdamRotterdam Den Haag UtrechtNorm G4
Meerkosten
onderbouw
structureel21001950154020002170
eenmalig7107401110680720

Voorschool: meerkosten voor peuterspeelzalen in euro's per kind exclusief bijkomende kosten.

Bijkomende kosten
Behalve de genoemde meerkosten is er een aantal kostencomponenten van de Voorschool die niet in de kosten per kind zijn opgenomen. Deze bijkomende kosten betreffen de gemeentelijke coördinatie en regie, de oudercomponent, en de toeleiding. In het onderzoek zijn de verschillen tussen de steden in kaart gebracht. Met name voor de oudercomponent en de toeleiding is geconstateerd dat deze componenten nog in ontwikkeling zijn, waardoor de meerkosten onvoldoende kunnen worden gekwantificeerd.

Aandachtspunten

Betekenis van normkosten
Per gemeente lopen de kosten van de Voorschool op onderdelen sterk uiteen. Desalniettemin wordt in dit onderzoek gewerkt met normkosten. Hierbij is nadrukkelijk niet uitgegaan van de hoogste bedragen die binnen de vier gemeenten gehanteerd worden. De in dit onderzoek berekende normkosten kunnen worden gezien als een zo goed mogelijke benadering van de kosten die een gemiddelde Voorschool met zich brengt, gegeven de huidige stand en kennis van zaken. Hierbij wordt opgemerkt dat de Voorschool nog pas relatief kort in ontwikkeling is. Naarmate de ontwikkeling vordert, komt er meer zicht op de totale kosten. Zo is bijvoorbeeld de oudercomponent nog lang niet uitgekristalliseerd.
Een verhoging van de kwaliteitseisen die aan de Voorschool worden gesteld, zal leiden tot hogere kosten. Ter illustratie kan worden gedacht aan het opleidingsniveau van leidsters of een beperking van de groepsgrootte.
Daarnaast zullen gemeenten bij een toenemend personeelstekort mogelijk gedwongen zijn om met name peuterleidsters hoger in te schalen, terwijl ook het wegvallen van I/D-banen kostenverhogend zal werken. Verder zullen, meer dan tot nu toe, nieuwe lokalen moeten worden gebouwd. Daarbij vormt de ontwikkeling


Doelstellingen Landelijk beleidskader
De feitelijke kosten per stad voor het realiseren van de doelstellingen van het Landelijk beleidskader GOA kunnen niet rechtstreeks worden afgeleid uit de normkosten. In belangrijke mate hangt dit samen met de volgende factoren:
  • het relatieve aandeel van doelgroepkinderen in de betrokken kleuter- en peutergroepen:
    • naarmate dit aandeel kleiner is: zijn er relatief meer groepen nodig en zijn derhalve de kosten hoger om de doelstelling van het Landelijk beleidskader te realiseren (Amsterdam en Den Haag kiezen voor groepen waarin ook niet-doelgroepkinderen zitten teneinde verdere segregatie te voorkomen);
    • naarmate dit aandeel groter is: neemt de kans op verdringing van het reguliere gebruik toe. Daarmee neemt ook de noodzaak toe om de capaciteit van peuterspeelzalen te vergroten teneinde voldoende regulier gebruik door kinderen zonder achterstand te waarborgen;
  • de mate waarin nieuwbouw nodig is om de benodigde capaciteitsuitbreiding van basispeuterspeelzalen te realiseren: naarmate de noodzaak hiertoe groter is, zullen ook de kosten (substantieel) hoger zijn;
  • de mate waarin de doelgroep kan worden bereikt via de bestaande voorzieningen: naarmate dit minder lukt, zijn meer inspanningen nodig in de toeleiding en/of dient de capaciteit van de basisvoorziening peuterspeelzaal te worden uitgebreid. De huidige deelnemers zijn met name de doelgroepkinderen die het gemakkelijkste konden worden bereikt (als gevolg van de tijdslimiet waaraan gemeenten onder de VVEregeling waren gebonden).

Met de additionele kosten (eenmalige stichtingskosten en structurele exploitatiekosten) van een eventuele uitbreiding van basispeuterspeelzalen is in dit onderzoek geen rekening gehouden.

Aandachtspunten voor vervolgonderzoek
In het licht van het voorgaande verdient het aanbeveling om, met het oog op de gewenste verdere uitbreiding van het doelgroepbereik, de behoefte aan additionele basisvoorzieningen nader in kaart te brengen Daarnaast is het wenselijk om de omvang en samenstelling van de normkosten periodiek te evalueren.

Niet het gehele document is online te lezen
Via de onderstaande link kunt u het gehele verslag downloaden.

Cebeon iov G4
11-03-2004

Download: Kosten voorschool (195 kB)

Indien u geen PDF bestanden kunt openen, download dan hier het programma