Onderwijskansen Voor- en vroegschoolse educatie Voortijdig schoolverlaten Schoolloopbaan Nederlandse taal Onderwijsachterstanden

StartpaginaContactWegwijzerVergroten
Hier vindt u: Nieuws, Wet- en regelgeving, Beleid, Dossiers, Uitleg Actoren Hier vindt u: Het Forum, Vragen, Oproepen, Agenda, Stellingen Hier vindt u: Wat is nieuw? Uitgebreid zoeken, Bibliotheek, Instrumenten, Archief, Persoonlijke mail Meer informatie over/voor alle actoren: Gemeente, Schoolbestuur, Scholen, Instellingen, Gerangschikt per gemeente
Start > Zoek 't op > Onderzoek

Inleiding

Uitkomsten

Conclusie

Begintoets en de toegevoegde waarde van basisscholen
Onderzoek van Inspectie van het onderwijs

Het is goed mogelijk de toegevoegde waarde van basisscholen te bepalen met behulp van een begintoets, terwijl het bovendien een betere methode is dan het verklaren van de opbrengst uit de achtergrondkenmerken van de leerlingen. Wel zal nog een aantal praktische problemen moeten worden opgelost. In het verantwoordingsgesprek dat scholen met de inspectie hebben, kan de toegevoegde waarde in context worden geplaatst en gerelateerd aan het onderwijsproces. Zo kunnen scholen worden gestimuleerd hun zwakke punten te verbeteren en hun sterke punten te behouden.

Inleiding
In opdracht van OCenW heeft de inspectie een verkennend onderzoek uitgevoerd naar de meerwaarde van een begintoets bij het bepalen van de opbrengsten van een basisschool en bij het beoordelen van onderwijsproces.

Uitkomsten
90% van de door de inspectie bezochte basisscholen kan in 2002 goede gegevens opleveren over de opbrengsten aan het eind van de basisschool (gerelateerd aan de achtergrondkenmerken van hun leerlingen) en driekwart van de scholen kan dat over een reeks van jaren.
Opbrengsten kunnen adequater verantwoord als de opbrengsten aan het eind van de basisschool kunnen worden gerelateerd aan eerder afgenomen toetsen. Driekwart van de basisscholen gebruikt bij de overgang van groep 2 naar groep 3 al een 'begintoets'. Verder bleek dat 70% van de scholen toetsgegevens over taal en rekenen heeft voor groep 2/3, 4 en 6.

Veel basisscholen zijn in principe dus in staat hun toegevoegde waarde vast te stellen en te verantwoorden met behulp van een begintoets. Een aantal praktische problemen hierbij kan met specifieke matregelen worden opgelost:

  • verouderde en niet landelijk genormeerde toetsen kunnen met hulp worden vervangen;
  • scholen die hun toetsresultaten niet systematisch bewaren, kunnen worden geholpen met aangepaste versies van geautomatiseerde leerlingvolgsystemen;
  • het ontbreekt scholen aan voorzieningen om de toegevoegde waarde te kunnen bepalen; dat kan met behulp van aangepaste toetshandleidingen en geautomatiseerde leerlingvolgsystemen;
  • door de grote mobiliteit verdient het aanbeveling om de toegevoegde waarde stapsgewijs te bepalen, bijvoorbeeld iedere twee of vier jaar;
  • omdat de toegevoegde waarde jaarlijks nogal kan variëren, beveelt de inspectie aan de toegevoegde waarde te baseren op een reeks van enkele jaren.

Conclusie
Als de genoemde praktische problemen worden opgelost, is het goed mogelijk de toegevoegde van een basisschool vast te stellen met behulp van een begintoets. In het verantwoordingsgesprek dat de school met de inspectie heeft, kan de toegevoegde dan nader worden besproken en gerelateerd aan de inrichting van het onderwijsproces. In deze context kan de school worden gestimuleerd om zwakke punten te verbeteren en sterke punten vast te houden. Voorkomen moet worden dat er een schoolafstandelijk technologisch toetssysteem ontstaat.

Inspectie van het onderwijs,
Het bepalen van de toegevoegde waarde van basisscholen,
Utrecht 2003

Redactie Onderwijsachterstanden
25-02-2004