 |
|
 |
Huisbezoek bevordert de sociale competentie van VMBO-leerlingen
Huisbezoek bevordert de sociale competentie van VMBO-leerlingen, concludeert Louise Specht uit een kleinschalig experimenteel onderzoek. In haar doctoraalscriptie ‘School, ouder en kind’ beantwoordt ze de vraagstelling: “Is intensieve ouderbetrokkenheid van invloed op de sociale competenties van leerlingen en is deze weer van invloed op de schoolprestaties van leerlingen?”
Het onderzoek leverde positief verband op van de invloed van huisbezoeken op de sociale competenties van leerlingen. Huisbezoeken helpen om leerlingen sociaal vaardiger te maken. Vooral vanwege de gezamenlijke aanpak van docent en ouder.
De Rotterdamse G. K. van Hogendorpschool werkt aan de sociale competenties van de leerlingen met de programma's ‘Levensvaardigheden’ en ‘Kinderen en hun sociale talenten’. De sociale competentie van de leerlingen wordt gemeten met de ‘Sociale Competentie Observatie Lijst’ (SCOL).
“Zoals veel scholen in de wijk Delfshaven kampt de school met problemen als criminaliteit en drugoverlast. Deze problemen zijn van invloed op het gedrag van de leerlingen. Bovendien komen veel van de leerlingen uit probleemgezinnen: het gaat hierbij niet alleen om ouders die gescheiden zijn, maar ook om slecht geïntegreerde en sterk traditionele gezinnen. Zoals al bleek uit het literatuuronderzoek blijkt binnen de gezinnen de minste ouderbetrokkenheid voor te komen.” (p. 21).
Uit de literatuur blijkt dat het gezin de meeste invloed heeft op de persoonlijke ontwikkeling van een individu, schrijft Specht. Vanuit deze overtuiging werden er — om de betrokkenheid van de ouders bij de sociale competentie te versterken — bij alle leerlingen van één klassengroep huisbezoeken afgelegd en zijn er moedermiddagen georganiseerd.
Tijdens de huisbezoeken werden de gegevens van de ‘Sociale Competentie Observatie Lijst’ met de ouders (meestal de moeder) doorgenomen. Bij de gesprekken waren ook de kinderen aanwezig. Met de meeste ouders is er vervolgens een categorie uitgekozen waar samen aan gewerkt diende te worden. Op de moedermiddagen zijn opvoedingsondersteunende thema's behandeld.
Uit het experimenteel onderzoek van Specht kwam naar voren dat het afleggen van huisbezoeken een significante verbetering van de sociale competenties van de leerlingen te zien gaf. Volgens de ouders werkten de huisbezoeken preventief op gedragsproblemen. Ook de moedermiddagen werden als plezierig beschouwd. Men gaf aan dat vooral het uitwisselen van ideeën omtrent opvoeding en het kennismaken met de andere moeders prettig te vinden.
Uit het onderzoek bleek verder dat uit de verbetering van de sociale competentie geen toename van schoolprestaties volgde. De schoolprestaties konden alleen verklaard worden vanuit eerdere schoolprestaties. Specht tekent hierbij aan dat deze bevinding in schril contrast staat tot wat in de literatuur is te vinden. Bijvoorbeeld in het onderzoek van het Risbo wordt de volgende conclusie gegeven: “Wel blijkt van invloed te zijn in hoeverre de ouders bij de opleiding betrokken worden door de school. Indoen de ouders door de school betrokken worden bij de opleiding van hun kind, dan zijn de scores van de leerlingen op inzet/prestaties hoger.” (p. 61).
Louise Specht, ‘School, ouder en kind. Een experimenteel onderzoek naar de invloed van ouderbetrokkenheid op de sociale competenties en schoolprestaties van leerlingen’. Doctoraalscriptie Sociologie, Erasmus Universiteit Rotterdam, 2004. 72 p.
www.ontwikkelingsstimulering.nl 01-02-2006


|
 |