 |
Download
VVE
VSV
|
 |
Beter onderwijs leidt tot meer welvaart
Extra overheidsbeleid op het terrein van onderwijs, onderzoek en innovatie kan de welvaart in Nederland verhogen. Zo zijn het verhogen van de kwaliteit van leraren, het verminderen van voortijdig schoolverlaten en het uitbreiden van voor- en vroegschoolse educatie (VVE) voor risicoleerlingen kansrijke opties. Dat zijn conclusies uit het rapport ‘Kansrijk kennisbeleid’ van het Centraal Planbureau (CPB).
Het CPB schrijft dat betere leraren de prestaties van leerlingen kunnen verbeteren. Scholing en meer salariszijn hierbij belangrijke factoren. De onderzoekers vinden bewijs voor hun stelling in een recente studie in de Verenigde Staten. De VS bieden ook bewijsmateriaal voor het nut van VVE voor risicoleerlingen. Leerlingen met taal- en leerachterstanden krijgen op de lange termijn meer kansen op de arbeidsmarkt. Bovendien blijkt dat VVE de kans verkleint dat ze in de criminaliteit belanden. Het CPB gaat ook in op beleid dat weinig positief effect heeft. Een voorbeeld hiervan is het afschaffen of verminderen van centrale toetsen en examens en van de vrije schoolkeuze. Deze opties belemmeren de marktwerking in het onderwijs, concludeert het planbureau.
Het rapport over VVE
Meer voor- en vroegschoolse educatie Beleidsintensivering gericht op voor- en vroegschoolse opvang heeft tot doel de vroege ontwikkeling van kinderen te bevorderen en hun mogelijkheden voor vervolgonderwijs te vergroten, en daarmee uiteindelijk hun latere maatschappelijke positie en kansen op de arbeidsmarkt te versterken. Een lage of niet afgemaakte opleiding vergroot de kans op inactiviteit, maatschappelijke uitsluiting en zelfs op crimineel gedrag en kan invloed hebben op de latere gezondheid. Hieraan zijn kosten verbonden voor de samenleving, bijvoorbeeld in de vorm van sociale uitkeringen, ziektekosten, en kosten van politie, justitie en sociale hulpverlening. De potentiële baten van dit beleid zijn hoog.
Is dit beleid effectief? Onderzoek van buitenlandse projecten voor risicoleerlingen leert dat deze programma's daadwerkelijk geleid hebben tot een verbetering van het onderwijsniveau en de latere arbeidsmarktpositie van de deelnemers. Daarbij bleek dat er ook substantiële baten waren voor de rest van de samenleving in termen van vermindering van criminaliteit en inactiviteit (Currie 2001, Heckman 2000). De resultaten van deze projecten met kinderen uit achterstandsgroepen in de Verenigde Staten konden overtuigend worden vastgesteld omdat gebruik werd gemaakt van een experimentele opzet. Op basis van loting werd bepaald welke 43 kinderen mochten deelnemen aan educatieve programma's en welke kinderen in een controlegroep kwamen die geen educatief programma kreeg aangeboden. De ervaringen van deze kinderen in en na het onderwijs zijn gevolgd, soms wel 30 jaar lang. Daarbij blijkt de vormgeving van de projecten belangrijk te zijn. Intensieve projecten van minimaal vier dagdelen per week met goed opgeleide begeleiders lijken betere resultaten te geven dan minder intensieve programma's. Uiteraard kunnen deze resultaten niet één op één vertaald worden naar Nederland maar de Amerikaanse resultaten zijn zeker veelbelovend.
Wegen de baten op tegen de kosten? Een belangrijk deel van de baten van deze programma's wordt pas op langere termijn gerealiseerd, aangezien de interventie is gericht op jonge kinderen en de baten merendeels tot stand komen gedurende hun arbeidsmarktloopbaan. De buitenlandse projecten laten zien dat de maatschappelijke baten van deze projecten nog steeds opwegen tegen de kosten als rekening gehouden wordt met de lange termijn voor het beschikbaar komen van de baten. Een neveneffect van dit beleid is dat het toekomstige inkomensverschillen vermindert. Vanwege het verschil in context, bijvoorbeeld qua onderwijssysteem, is niet duidelijk of deze hoge maatschappelijke rendementen ook daadwerkelijk in Nederland zullen worden gehaald. Deze beleidsoptie is kansrijk.
Het rapport over VSV
Vermindering voortijdig schoolverlaten
Beleidsintensivering gericht op vermindering van schooluitval zonder startkwalificatie heeft tot doel het bereikte onderwijsniveau van jongeren te verhogen, en daarmee hun latere maatschappelijke positie en kansen op de arbeidsmarkt te versterken. De kansen op de arbeidsmarkt en de sociale integratie verbeteren naarmate men een hoger opleidingsniveau heeft bereikt. Het voorkomen van voortijdig schoolverlaten kan het beroep op sociale uitkeringen verminderen alsmede de kans op sociale uitsluiting en deelname aan criminele activiteiten verkleinen. Hieraan zijn maatschappelijke baten verbonden.
Is dit beleid effectief? Dit hangt af van het instrument dat wordt ingezet. In de praktijk blijken veel programma's niet te werken en blijkt de effectiviteit vaak niet bekend te zijn. Een inventarisatie van studies met een experimentele opzet (inclusief controlegroepen) geeft twee veelbelovende richtingen (Van der Steeg en Webbink, 2006). In de eerste plaats blijken projecten die gebruik maken van financiële prikkels voor leerlingen, leraren en scholen effectief te zijn. Positieve ervaringen zijn hiermee opgedaan in het Verenigd Koninkrijk, de VS en Israël (Cunha, et al. 2005, Angrist and Lavy, 2004, Lavy, 2002, Dearden et al. 2005). Ook zijn veelbelovende ervaringen opgedaan met langdurige en intensieve programma's met coaches, 44 gericht op de sociale ontwikkeling van risicojongeren (Dynarski et al. 1998, Heckman 2000). Een neveneffect van dit beleid is dat het de toekomstige inkomensverschillen vermindert.
Wegen de baten op tegen de kosten?
Bovengenoemd economisch onderzoek leert dat de baten opwegen tegen de kosten. Echter, van veel projecten is de effectiviteit niet bekend. Het is daarom belangrijk hierover meer kennis te verwerven. Deze beleidsoptie is kansrijk.
Redactie Onderwijsachterstanden.nl 04-08-2006

Download: CPB: Beter onderwijs leidt tot meer welvaart (448 kB)
Indien u geen PDF bestanden kunt openen, download dan hier het programma

|
 |