 |
|
 |
Onderwijskansen van allochtone en autochtone Nederlanders vergeleken
Onderzoek naar onderwijsachterstanden van etnische minderheden heeft aangetoond dat etnische minderheden slechtere testresultaten boeken, het langer duurt voordat ze een onderwijsrichting afronden en dat ze vaker uitvallen. Deze verschillen zijn waargenomen tijdens verschillende fasen van de onderwijscarričre.
In deze bijdrage zijn voor de vier grootste etnische minderheidsgroepen in Nederland de geboortecohorttrends in onderwijstransities en het hoogst bereikte opleidingsniveau op een gedetailleerde manier in netto-associaties beschreven en vergeleken met de trends voor autochtone Nederlanders. (Aan de hand van de ‘Sociale positie en voorzieningengebruik van allochtonen surveys’, 1998-2002)
De onderzoekers tonen aan dat enkel op de allerlaatste niveaus (geen onderwijs en basisschool), het lbo en het mbo bepaalde etnische minderheidsgroepen de onderwijsachterstanden inlopen. Voor mensen met een Turkse en Marokkaanse achtergrond wordt dit vooral veroorzaakt doordat de eerste generatie het in het herkomstland iets beter is gaan doen. De etnische ongelijkheid in het tertiaire niveau is echter niet afgenomen.
De resultaten laten zien dat er weinig reden is tot optimisme. Als de gevonden trends doorzetten, zal de onderwijsongelijkheid tussen autochtone en allochtone Nederlanders niet verdwijnen. In het Nederlandse onderwijssysteem is er sprake van kwalitatieve en kwantitatieve ongelijkheid. Tijdens keuzemomenten in de onderwijsloopbaan blijkt vooral het kwantitatieve onderscheid van belang.
Verder onderzoek naar de micromechanismen die leiden tot ongelijkheid gebaseerd op etniciteit is noodzakelijk. Onderwijskeuzes van leerlingen en hun ouders worden onder andere bepaald door inschattingen van slagingspercentages, de kosten van het onderwijs en door de verwachte arbeidsmarktopbrengsten van het behalen van een bepaald diploma. Mogelijk schatten tweede generatie autochtone Nederlanders hun kansen om te slagen op een vervolgopleiding lager in dan autochtone Nederlanders, of ze verwachten dat het behalen van een (hogere/algemene) opleiding zich bij hen minder dan bij autochtone Nederlanders terugbetaalt op de arbeidsmarkt.
‘De onderwijskansen van allochtone en autochtone Nederlanders vergeleken: een cohort-design’
J. Tolsma, M. Coenders, M. Lubbers
Mens en Maatschappij, 2007, jrg. 82, nr. 2, p.
Te downloaden van www.mensenmaatschappij.nl
www.mensenmaatschappij.nl 28-09-2007


|
 |